23 mei 2026 | Auteur: Ton Adriaens
Generatiekloof
Mijn kleinzoon C. belde me op; of ik met hem naar PSV – Utrecht wilde gaan. De uitnodiging ontroerde mij. Is toch geweldig als een 19-jarige kerel zijn opa uitnodigt. Het werd een onvergetelijk evenement! Het maakte mij echter ook pijnlijk duidelijk dat ik het tempo van het digitale tijdperk niet heb bijgehouden. Zijn speed op de digitale snelweg lag vele malen hoger dan de mijne. En dat niet alleen. Ook mijn klunzigheid op andere vlakken nam hij geduldig en liefdevol op de koop toe. De snelheid waarmee hij mij, in míjn auto, met míjn navigatiesysteem naar de Strijpstraat in Eindhoven dirigeerde was ongekend.
Ik ben nog van het muntjes in een gleuf stoppen en een bonnetje achter de voorruit leggen als het om betaald parkeren gaat. Dat kan niet meer. Mijn kleinzoon voert met pijlsnelle clicks en swipes mijn kenteken in en klaar is Kees.
Om het stadion binnen te komen worden er geen toegangskaartjes meer afgescheurd. ‘Ik scan wel voor jou opa’. Opgejaagd door de drukte van de enorme mensenmassa sta ik al met mijn benen tegen het drietandige toegangspoortje. Mijn poortje weigert echter! Een fluorescerend hesje reageert meteen: ‘Niet duwen meneer, dan doet ie het niet!’
Enkele meters verderop wordt iedereen gefouilleerd. Ik sluit aan en spreid mijn armen. “U mag zo doorlopen meneer” glimlacht de fouilleerder mij toe. Grijze koppen wekken blijkbaar vertrouwen maar het geeft mij het gevoel niet serieus te worden genomen. Volgende keer gewoon een cobra meenemen! Er wordt mij een vlaggetje in de handen gedrukt en C. wijst mij via eindeloos veel trappen de weg naar de nok van het stadion waar oorverdovende muziek mij tegemoet komt. Zijwaarts schuifelend vinden we onze zitplaatsen. Ik kijk mijn ogen uit: vlagvertoon, vuurwerk, Lars van Bokhoven zingend vanaf de middenstip, de opkomst der gladiatoren.
“Honderd procent zeker dat we gaan winnen vandaag”, verzekert C. mij. Binnen een kwartier staat PSV met 0-2 achter. Dat drukt de stemming nauwelijks. Als toeschouwer moet je je wel aan de regels uit het ‘Handboek Trouwe Supporter’ houden: Opspringen bij scheidsrechterlijke dwalingen en tackles door tegenstanders, joelen, zwaaien met je vlaggetje en alle liedjes meezingen (als Guus Til scoort is het “Guus Til, a-ha, a-ha, I like it”).
De hele eerste helft zit ik op het puntje van mijn stoel. Tijdens de rust weer zang en dans op het veld. Zou nu toch wel even gemakkelijk achteruit willen gaan zitten maar mijn stoeltje heeft geen rugleuning. En dat blijkt de meest gênante miskleun van een opa die voor het eerst ‘op de harde weg komt’. C.’s blik verraadt verbazing en compassie. “Moet je opklappen opa”. Vanuit theater en bioscoop ben ik gewend aan stoelen waarvan de zitting stiekem omhoog klapt als je opstaat waardoor je een flinke smak kunt maken als je weer gaat zitten. Hier moet je je rugleuning omhoog klappen zoals je dat met een wc-bril doet.
Héél raar.
Ik voel de schampere blikken om mij heen. ‘Och je moet het zo’n grijze kop niet kwalijk nemen. Ze weten niet beter.’
Reacties?
Mail de redacteur, Ton Adriaens, mensendingenweert@gmail.com