De naam Mertens en de stad Weert: ze horen bij
elkaar! Tot welke ‘Mertensdynastie’ behoort Eric
eigenlijk? Eric: “Mijn vader was Maan Mertens,
bekend als de ‘Naate Maan’, omdat hij samen
met zijn broer een weg- en waterbouwbedrijf
had. Dat ‘naate’ paste dubbel bij hem, omdat
hij als aannemer nooit achteraan stond als ze er-
gens met een blad bier rondkwamen. De andere
was de ‘Druuëge Maan’ van de utiliteitsbouw. Pap
was een harde werker. Hij had eigenlijk geen tijd
voor een gezin maar op zijn 32e leerde hij toch
ons mam kennen, nadat hij eerst met haar potige
zuster gescharreld had. Mam was veel zachtaar-
diger. Toen hij haar pas een half jaar kende zei
hij: “Vae motte noow trawwe, ângers heb ich
geine tiêd mieër…”
Kind van de stad
Eric Mertens werd als jongste van vijf kinderen
geboren in de Jan van der Croonstraat, tegenover
de oude ambachtsschool. Eric: “Ik werd geboren
in een prachtige, authentieke mahonie slaapka-
mer. Op 8 januari 1960. Helaas werd die kamer
zomaar weggegeven en ingeruild voor zo’n spaan-
platen nepmeubel. Zonde. Ik herinner me als kind
onze eerste vakantie naar Duitsland. Pap in de
Mercedes 280 en vijf belhamels op de achterbank.
Richting Bodensee. Pap kon niet goed van huis.
Na het eerste weekend liet hij ons mam al vaak
achter met het grut en vertrok richting Weert. De
plicht riep, zogenaamd. Godzijdank hadden we
thuis nog een zeer betrokken dienstmaagd. Die
moest voortaan maar mee als vakantiehulp. Tij-
Flamboyante
Weertenaar geniet
nog dagelijks
van zijn vak…
Perfectionistisch, oprecht, licht ontvlambaar, goedlachs, sociaal, altijd ‘in-voor een-geintje’.Als je dit allemaal
optelt kom je ongeveer uit bij Eric Mertens (55). Sinds 1992 runt hij met zijn vrouw Caesarine Optiek Eric
Mertens in een stijlvol herenhuis in de Maasstraat. De winkel is een verademing op zich. Huiselijker kun je
90 m2 niet aankleden. In niets doet deze optiek denken aan de grote, schreeuwerige vakbroeders, die
volgens hun reclame de klant het liefst drie brillen en drie hoorapparaten tegelijk zouden aansmeren.
Door Jan Strick
dens een van onze vakanties naar Knokke kreeg ik
een keer vreselijke tandpijn. Niet te harden. Ten
einde raad maar naar een Belgische tandarts ge-
gaan en die constateerde ‘mond-en-klauwzeer.’
Mijn broers en zusjes vonden dat blijkbaar zo’n
interessante aandoening, dat ze het overal rond-
bazuinden in het hotel. Waarop pap er vloekend
en tierend een eind aan maakte: “Haodj eure
kop, drek motte vae d`r allemaol uut heej!”
Ik kon goed overweg met pap. Ik was maar een
snotaap toen hij mij ‘s nachts uit bed haalde om
samen naar het boksen te kijken: Cassius Clay
(nu Mohammed Ali…) tegen Jo Frazier. Geweldig!
Waarschijnlijk zijn het daarom altijd mijn twee
culthelden gebleven. Net als John Wayne met
zijn doorleefde kop. Mijn vader was een held voor
hoofd
stuk
16
Eric Mertens