18 juli 2025 | Auteur: Maartje Derckx
Zelfzorgelijk
De enige vliegschaamte die ik vroeger kende, was de plaatsvervangende schaamte voor mijn buurman op die verre vlucht. Mijn reisvriendin en ik deelden een driezits met hem en hij zat bij het raam. We koersten op Singapore, ontwaakten tijdens schemer en hadden dan geen enkel benul van de tijdszone waarin we leefden en sukkelden dan weer in. Hij bleef echter wakker, klauterde regelmatig over ons heen en nam koekjes mee van het mini-buffetje naast de toiletten. Na enkele uren was het wederzijdse vertrouwen gestegen, deelden we zowel een dekentje als onze liefde voor knappe stewards. Het viel me op dat hij veel koffie dronk. En later ontdekte ik waarom.
Ons eerst zo lieflijke dekentje werd abrupt van ons afgetrokken door zijn armen die hij in zijn slaap wild in het rond zwaaide. Hij tierde met woorden als het vrouwelijke geslachtsdeel, en vreselijke ziektes. Ik zat als verstijfd in mijn stoel en lachte schaapachtig naar boze blikken uit de rijen voor ons. Eenmaal in het hier en nu verontschuldigde hij zich meermaals. Hij vertelde over parasomnie en hoe hij geen enkele man aan zich wist te binden door de nachtelijke show die hij ermee weggaf.
Nu echte vliegschaamte is ingetreden en ik me daarom steeds vaker in de elektrische auto of trein bevind, heb ik kennisgemaakt met een nieuwe emotie: de treinschaamte. Ik dender van Utrecht naar huis in een overvolle spits.
‘Nee mam, ik kan echt niet met je mee, kan Pa niet meerijden? En een Uber?’ Ze rolt met haar ogen als ze de uitknop aantikt. ‘Ja, weet je, ik wil er hartstikke graag zijn voor mijn ma, maar ik ben geen mantelzorger, ik bedoel, ik moet ook mijn eigen shit aankijken, he? Echt, níémand vraagt zich af wat het met míj doet dat mijn moeder kanker heeft.’ Haar vriendin knikt uiterst begripvol. Wat volgt is een relaas over het helen van haar innerlijke kindwond, die ze had opgelopen omdat haar moeder haar nooit écht had gezien. Ze had jarenlang op volleybal gezeten terwijl haar kansen juist bij het dansen lagen, bijvoorbeeld. Morgen is het dus tijd voor een lesje Authentic Movement. Ze zegt het met haar ogen dicht, waarbij ze golvende bewegingen maakt met haar armen. ‘Zin in,’ besluit ze voordat ze haar telefoon indook.
Ik sukkel in. Ik zou het op Generatie Z kunnen afschuiven, de individualistische maatschappij, of haar gebrek aan empathie als gevolg van radicale selfcare. Maar ik moet kleur bekennen. Er was ooit een tijd dat ook ik chronisch boos was op mijn ouders. En me voortdurend tekortgedaan voelde. Tot iemand tegen me zei: ‘Schrijf eens op wat je ouders allemaal voor je hebben gedaan, doen en laten. En schrijf daarnaast op wat je van ze miste in je jeugd.’ Die eerste lijst was página’s langer.
Ik ontwaak in de schemer, heb voor even geen enkel benul van de tijdszone waarin ik leef. Maar ik voel me wakkerder dan ooit.
Maartje Derckx