Het ophangen aan de galg was min of meer
de straf voor de gewone man. Een van de
ergste vormen van doodstraf waartoe iemand
veroordeeld kon worden was radbraken: aan
handen en voeten op het rad vastgebonden sloeg
de beul alle botten in het lijf kapot. Vrouwen
werden aan een paal gewurgd. Verdrinking was
ook een straf die voornamelijk op vrouwen
werd toegepast. Voor de gelovige mens uit de
Middeleeuwen was verbranding waarschijnlijk
de meest angstaanjagende straf. Verbranding
vernietigde het lichaam waardoor de verrijzenis
van het lichaam en een plaats in de hemel
onmogelijk was geworden. Daarom werd het
vooral toegepast bij ketterij en hekserij. Toonden
veroordeelden berouw, dan werden ze eerst
gewurgd; anders werden ze levend verbrand.
Lichamen van geëxecuteerden werden "buyten
gebracht", naar het galgenveld. Daar werden
de lichamen tentoongesteld: aan de galg, op
het rad of aan de paal. Deze lichamen bleven
daar totdat ze vergaan waren: "de vogelen des
hemels ten prooye gelaten en tot afschrick van
het algemeen".
Onthoofding als privilege
In de middeleeuwen was onthoofding vooral de
uitvoeringsmethode voor ter dood veroordeelden
van adellijke afkomst. Men zag de onthoofding
als een privilege. De man die belast was met de
voltrekking van het vonnis was de “meester van
den scherpen zwaarde” ofwel “scherprechter”.
Wanneer het zwaard of de bijl scherp was en
de beul goed, gold het onthoofden als een
genadige, relatief snelle en pijnloze manier
om te executeren. Als het tenminste maar
niet gebeurde door de scherprechter van
Haarlem, Evert Jansz., die zo onhandig met het
beulszwaard stuntelde dat hij zijn slachtoffers
onnoemlijk veel leed berokkende. Een beul die
een onthoofding verprutste door mis te slaan of
meerdere slagen nodig had om een hoofd van
de romp te scheiden, liep niet alleen betaling
mis maar kon soms door woedend volk gelyncht
worden. Gewaardeerde beroepsbeulen reisden
soms ver: koning Hendrik VIII liet een beul uit
Calais naar Londen komen voor de onthoofding
van zijn tweede vrouw.
Bloederig geheel
Executies van leden van de hoogste adel vond
in het algemeen plaats in beslotenheid. Een ter
dood veroordeelde van adel, werd meestal niet
gebonden en liep zelf naar het schavot. Door zelf
aan te geven dat de beul mocht toeslaan stierf
hij/zij op waardige wijze. De beul bleef buiten
beeld. Vaak zat hij verstopt onder het schavot
en kwam pas naar boven als de veroordeelde
had aangegeven klaar te zijn voor de executie.
Deze zat met zijn rug naar de beul toe. Wellicht
hoorde hij nog hoe de beul uithaalde, maar
de onthoofding zelf ging zo snel dat de dood
ogenblikkelijk intrad. Uiteraard was het voor de
toeschouwers een behoorlijk bloederig geheel.
Vaak werd na de onthoofding het hoofd van de
veroordeelde nog enige tijd op een paal gezet als
waarschuwing voor anderen. Er zijn aanwijzingen,
dat voordat het hoofd op de staak werd gezet
het aangezicht soms werd verminkt door de neus
af te slaan. Nieuw onderzoek aan het skelet
van Lamoraal van Egmont in Zottegem zal hier
hopelijk nieuwe gegevens over opleveren.
Egmont en Horne
Juist het publieke karakter van de executie van
Egmont en Horne en het feit dat hun hoofden
op staken werden geëxposeerd leidde in geheel
Europa tot afgrijzen en scherpe protesten. Mocht
Alva gedacht hebben dat men zich hierdoor liet
afschrikken, dan had hij dat totaal verkeerd
ingeschat. Het leidde juist tot een verbetenheid
om door te gaan met de opstand en kende
repercussies in de wreedheid die de geuzen tegen
gevangengenomen geestelijke uitoefenden, zoals
tegen de martelaren van Gorcum.
Met de lichamen van adellijken werd na de
hele procedure redelijk respectvol omgegaan.
Hoofd en lichaam werden, gebalsemd, gekist en
overgedragen aan de familie ter begraving.
executies
Ernstige misdaden werden in de middeleeuwen bestraft met de dood. Een executie werd gezien als
afschrikking en tegelijk als volksvermaak. De doodstraf werd dan ook op een publieke plaats, soms midden
in de stad, op een verhoogd schavot voltrokken, zodat iedereen het goed kon zien.
Door drs. John van Cauteren
Onthoofding
in de
late middeleeuwen
20