Nyenborgh
kasteel vertelt
Door de eeuwen heen
In de 17e eeuw werd het kasteel voor
diverse doeleinden gebruikt, tot het in 1702
belegerd en zeer zwaar beschadigd werd door
bombardementen. Daarna is besloten het kasteel
niet meer te herstellen. Alle muren werden tot
drie meter hoogte afgebroken. De eeuwen daarna
werd het terrein gebruikt voor leveranties van
bouwmateriaal. Het kasteel verviel steeds meer,
tot in 1841 nog slechts enkele ruïnes over waren.
Deze werden grotendeels gesloopt toen het terrein
werd gekocht door Louis Beerenbroek, oud-
burgemeester van Weert. Op de middeleeuwse
kelder (1) van een hoektoren werd toen een
herenhuis gebouwd, één ronde hoektoren aan
de Biest is verhoogd (3) en er werden stallen en
tuinmuren gebouwd op de oude funderingen.Alleen
de toegangspoort (6), de kelder van een grote
hoektoren en resten van de andere hoektorens (4
en 5) bleven tot op heden bewaard. Sinds 1923 is
het terrein eigendom van de familie Scheijmans,
die er een houthandel vestigde. In 2017 is met de
gemeente Weert een intentieverklaring getekend,
waarbij de houthandel wordt verplaatst en het
terrein van de oude voorburcht aan de gemeente
wordt verkocht, ter uitbreiding van het stadspark.
1
2
3
13
Het nieuwe kasteel van de Van Hornes (Nyenborgh) is
gebouwd tussen ruwweg 1430 en 1450 op last van graaf
Frederik van Meurs, voogd van Jacob I van Horne. Het
was een zogenaamde waterburcht. De kasteelgrachten
liepen door tot aan de muren van het kasteel en ook
tussen voor- en hoofdburcht bevond zich nog een brede
gracht. De huidige grachten zijn nog maar half zo breed
als de oorspronkelijke. Vanaf 1540 werd het kasteel
bewoond door Anna van Egmont, haar zoon Philips
van Montmorency en zijn vrouw Walburgis. Uit het
testament weten we dat het interieur versierd werd
met tapijten, geweven door de Brusselse tapijtwever
Willem de Pannemaecker. Deze was in zijn tijd beroemd
en ontving opdrachten van pausen, vorsten en hoge
adel.
Een tapijt van Willem de Pannemaecker,
Brussel circa 1550. Philips bezat meerdere
tapijten van deze beroemde tapijtwever,
die in het kasteel aan de Biest hingen.
De resten van de noordwestelijke
hoektoren zijn voorzien van hardstenen
hoekbanden.
De kleine hoektoren is aan de buitenzijde
nog redelijk gaaf bewaard gebleven. Aan
de binnenzijde zijn zogenaamde speklagen
herkenbaar. Lagen van afwisselend bak-
steen en mergel. Deze komen ook voor in
de Martinuskerk.
De ronde hoektoren aan de Biest is in de
19e eeuw verder opgetrokken. In de toren
is een groot hardstenen reliëf opgenomen
met het wapen van graaf Jacob III, omge-
ven door de keten van het gulden vlies.
De toegangspoort naar de oude voorburcht
aan de Biest bleef redelijk bewaard.
Goed is te zien dat het oorspronkelijke
vloerniveau van de poort aanzienlijk hoger
lag dan tegenwoordig het geval is.
Op de binnenplaats lag de uit mergelblok-
ken opgetrokken waterput. Deze is nog
steeds aanwezig. De Naamse opstaande
rand is afgebroken en fragmenten zijn ver-
spreid in de tuin te vinden. Op een van de
segmenten komt het wapen van Horn voor.
1
2
3
4
5
6
6
4
5