Weert Magazine - page 6

6
Margareta van Parma probeerde het gezag te
herstellen en stuurde haar drie voornaamste
edelen naar opstandige gebieden, om daar de rust
terug te brengen. Zo ging Philips van Montmorency
naar Doornik, waar hij door middel van diplomatie
de zaken wist te sussen. Dat was echter tegen de
zin van koning Filips, die eiste dat er streng tegen
protestanten werd opgetreden. Hij haalde Philips
daarom van zijn post. Teleurgesteld en berooid
keerde de graaf naar Brussel terug. Toen hij later
dat jaar weer in Weert aankwam en zag wat de
Beeldenstorm daar had aangericht, probeerde
hij een en ander weer recht te zetten. Hij liet
nieuwe altaren plaatsen in de kloosterkerk van
de minderbroeders en liet er met kerstmis een
mis lezen. Ook schreef hij vanuit Weert een
verweerschrift aan de koning waarin hij zijn
handelswijze in Doornik verdedigde. En hij
klaagde maar weer eens over de niet ontvangen
betalingen van de koning. Feitelijk trekt hij
zich in Weert zwaar teleurgesteld terug uit de
verwikkelingen rond hof en politiek.
Koning Filips slaat terug
Het antwoord van koning Filips op dit alles was
niet mis te verstaan: op 1 december 1566 kreeg
de hertog van Alva bevel met een troepenmacht
op te rukken naar de Nederlanden en daar de
opstandelingen te straffen. Ondertussen werden
de edelen gedwongen de eed van trouw aan de
koning af te leggen bij de landvoogdes. Willem
van Oranje weigerde en vluchtte naar Duitsland,
maar Egmont en later ook Horne gaven toe. Toen
Alva aankwam, probeerde hij met succes de hoge
edelen aan zich te binden. Hij deed allerhande
mooie (en loze) beloften en nodigde de edelen
uit naar Brussel te komen voor overleg. Graaf
Philips zat weer eens op zwart zaad: hij moest de
kasteelhoeve verpanden om de reis naar Brussel
en een geschenk voor Alva (een paard) te kunnen
betalen. Tijdens een diner op 9 september 1567
klapte de val dicht. Egmont en Horne en hun
secretarissen werden gevangengenomen en
overgebracht naar de gevangenis in het kasteel
te Gent.
De landvoogdes was het met dit alles niet eens
en diende haar ontslag in bij haar broer, koning
Filips. Toen bleek alles al voorgekookt te zijn:
Alva had de benoeming tot landvoogd al op zak
en nam de Nederlanden over. Nu was het gedaan
met zachte oplossingen. Met harde hand en met
behulp van vonnissen van de Raad van Beroerten
werden de vele opstandelingen, zowel edelen
als gewone burgers opgepakt en velen ter dood
gebracht.
Egmont en Horne werden eveneens berecht
door de Raad van Beroerten. De beschuldiging
van Majesteitsschennis werd door Filips II hoog
opgenomen. Het proces duurde negen maanden
en kende felle verhoren, eenzame opsluiting
zonder inzicht in stukken en geen rechtskundige
bijstand. Tegen de graven werd een beschuldiging
bestaande uit 63 punten naar voren gebracht. Ze
kregen vijf dagen om een verdediging te schrijven,
die uiteraard terzijde werd geschoven. Toen op
23 mei 1568 de legers van Lodewijk en Adolf van
Nassau succesvol waren in de slag bij Heiligerlee
was voor Alva de maat vol. Op 3 juni werden
de beide vrienden overgebracht naar Brussel en
kregen op 4 juni het doodvonnis te horen, dat de
dag daarna al zou worden voltrokken. Philips liet
zijn testament opstellen en biechtte.
In zijn testament verontschuldigt Philips zich bij
zijn onderdanen, dat hij hen zo met schattingen
had geplaagd. Ook aan zijn vrouw biedt hij zijn
verontschuldigingen aan, omdat hij zo vaak
afwezig is geweest. Zijn broer Floris van Montigny
benoemde hij tot universeel erfgenaam. Het
was hem echter onbekend dat deze in Spanje
gevangen zat. Floris is daar in 1570 -in het
geheim- geëxecuteerd.
Onthoofding
Op 5 juni 1568 om 11 uur werd eerst graaf
Egmont onthoofd. Graaf Philips volgde om 12 uur.
Hij knielde op een kussen, trok zijn muts over
zijn ogen en terwijl hij nog een kort schietgebed
uitsprak, kwam de beul van onder het schavot
vandaan en hieuw met één slag zijn hoofd af. De
twee hoofden werden op staken gestoken om drie
uur lang tentoongesteld teworden. Daarnawerden
de lichamen en de hoofden in loden kisten gelegd
en vervoerd naar het minderbroederklooster,
waar ze gebalsemd zouden worden. Daarbij
werden de harten verwijderd en in aparte
metalen bussen gedaan. Deze zouden later
worden overhandigd aan de twee weduwen. De
loden kisten werden vervolgens dicht gesoldeerd.
Op 6 juni wordt de kist van Philips naar het
kasteel Braine (15 km ten zuiden van Brussel) van
Martin van Horne-Houtkerke gebracht en bleef
daar tot de begrafenis geregeld kon worden.
Martin van Horne was lid van een zijtak van de
Hornes en plantte in de tuin van het kasteel ter
nagedachtenis aan de onthoofding van Philips een
boom. Deze staat er nog steeds.
Lamoraal van Egmont wordt bijgezet in de door
hem gebouwde crypte in de kerk van Zottegem.
Waar Philips is begraven, is niet helemaal zeker.
In zijn testament geeft hij geen aanwijzingen
en laat alles open. De kroniek van Maria Luyten,
kloosterlinge in het klooster Maria Wijngaard in
Weert, verhaalt hoe het lichaam op 23 juni 1568
op het kasteel in Weert aankomt en terstond in de
Martinuskerk wordt begraven. Tot op heden werd
zijn lichaam, dat gevat moet zijn in een loden
kist, echter niet in de kerk teruggevonden. Het
graf werd namelijk niet voorzien van een steen en
de moeder en vrouw van Philips vluchtten op 24
juni 1568 naar Keulen. Uit de opgravingen van de
graftombe van graaf Jacob III en zijn twee eerste
vrouwen in de 19e en 20e eeuw weten we, dat
daar in ieder geval het hart van Philips is bijgezet.
Dat kan gebeurd zijn in 1568, maar misschien ook
pas in 1600, toen zijn weduwe, Walburgis van den
Nieuwenaer, overleed. Of ergens daar tussenin.
Aangezien het graf van Philips als zodanig niet
herkenbaar was, heeft men het hart bijgezet in
de wel herkenbare graftombe van Jacob III van
Horn.
biografie
De hertog
van Alva.
Egmont en Horne worden gevangen genomen in Brussel.
Lamoraal van Egmont.
Kasteel Nyenborgh.
1,2,3,4,5 7,8,9,10,11,12,13,14,15,16,...36
Powered by FlippingBook