Weert Magazine - page 5

Prins Willem van Oranje.
Philipsdaalder (voor- en achterzijde).
Kardinaal Granvelle.
Penning uit 1565, gemaakt door J. Jongelinck
de koning. Het is dus de bedoeling dat hij naar
Spanje komt en de vaste adviseur wordt van
de vorst voor Nederlandse zaken. Graaf Philips
trekt er niet zo aan: het hofleven is schreeuwend
duur en zoals reeds gezegd, de koning slecht van
betalen. Door zijn carrière aan het hof spreekt
Philips goed Spaans en kan dus rechtsreeks met de
koning, die geen andere taal spreekt dan Spaans,
communiceren. Dat maakt hem een belangrijke
figuur in de communicatielijn tussen Spanje en
de Nederlanden, waar in de hoge kringen Frans
wordt gesproken.
Helaas voor de graaf vraagt de koning hem
nauwelijks om advies. Hij voelt zich nutteloos en
is ontevreden met zijn rol. Bovendien raakt zijn
geld op…. De vaste inkomsten zijn namelijk zeer
beperkt na het verlies van het stadhouderschap
van Gelre.
Philips blijft tot 1561 in Spanje. Dan wordt
hij benoemd tot lid van de Raad van State in
Brussel. Deze raad adviseert de landvoogdes in
de Nederlanden.
Met kerst van het jaar 1561 is hij weer in Weert
en geeft op 9 juni 1562 op het kasteel een groot
feest ter gelegenheid van het huwelijk (op 22
februari 1562) van zijn zus Maria met Pieter Ernst
van Mansveld.
Een van de manieren die graaf Philips aangrijpt
om geld te verdienen, is het laten slaan van
munten. Philips wilde legaal het muntrecht
verwerven en deed daarom in 1562 een verzoek
daartoe bij de Duitse keizer. Daarbij verwees hij
naar de munten die door zijn Hornse voorvaderen
vanaf eind 13e eeuw in Weert en Wessem waren
geslagen. De keizer verleent eind 1562 het
gevraagde privilege.
AlsmuntmeesterwordtJanvanLommelaangesteld
en Philips koopt in de Molenstraat een pand om
te dienen als munthuis. Dat was waarschijnlijk
niet het huidige, als de "Oude Munt" bekend
staande pand. Graaf Philips laat een volledige
serie munten ontwerpen: goudgulden, daalder,
halve daalder, kwart daalder en sprenger. Toen
de munten van Philips werden getest, bleken ze
allemaal te weinig edelmetaal te bevatten. Dat
leidde ertoe dat in 1566 alle munten verboden
werden en het munten slaan in Weert na drie jaar
moest stoppen.
Protest edelen tegen de koning
De invloed van de Raad van State, waarvan
alle hoge edelen uit de Nederlanden lid waren,
op de landvoogdes en indirect op koning
Filips II werd vanaf 1559 steeds verder ingeperkt
ten gunste van juridische adviseurs zoals
kardinaal Granvelle. De edelen voelen zich aan de
kant gezet. In 1561 sturen Willem van Oranje en
Lamoraal van Egmont een brief aan koning Filips
II waarin zij klagen over de invloed van Granvelle
en dreigen met een boycot van de raad, wanneer
Granvelle niet zou worden teruggeroepen. Toen
graaf Philips later dat jaar lid werd van de raad
sloot hij zich meteen bij deze twee edelen aan.
De groep protesterende edelen groeide van drie
naar negen, bijna allemaal familie van elkaar.
Zij schreven regelmatig protestbrieven aan de
koning en vergaderden onderling, onder andere
in Eindhoven en Weert, dat zo in Spanje bekend
werd als broeinest van de opstandige edelen.
Vanuit kerkelijke zijde werden brieven naar
Spanje gestuurd, waarin werd geklaagd over de
edelen die de protestanten steunden. Onder
andere over Philips van Montmorency, wiens
moeder en vrouw protestantse sympathieën
hadden. In 1563 ondertekende Philips mede
een volgende protestbrief. Zo was hij gekant
tegen het instellen van nieuwe bisdommen,
waarvoor alleen theologisch gestudeerden en
gepromoveerden benoembaar werden. Daarmee
verviel voor de hoge adel een rijke buit aan goed
betaalde functies!
Koning Filips ging zich steeds meer zorgen maken
over deze opstandige edelen en hun voortdurende
protesten tegen kardinaal Granvelle. De edelen
vermaakten zich thuis ondertussen met het
bijwonen van diverse uitbundige feesten en
partijen. Dit deed hun reputatie bij de sober
levende koning Filips II natuurlijk geen goed. In
1564 werd Granvelle eindelijk teruggeroepen
en ging Egmont naar Spanje voor overleg met
de koning. Hij werd daar hartelijk ontvangen
en het overleg leek een groot succes. Maar na
terugkomst bleken de toezeggingen van Filips II
niets waard te zijn.
In 1566 brak de Beeldenstorm uit en ging als een
wervelwind door de Nederlanden. Onder andere
werd ook Weert hard getroffen. Landvoogdes
Montmorency
,
van Weert
(1524/25 -1568)
5
biografie
Philips van Montmorency
begraven in de minder-
broederskerk aan de Biest?
Tijdens de voorbereidingen van het Van
Hornejaar stuitte de museumconservator
op een vermelding die bij hem een belletje
deed rinkelen. In 1643 werd namelijk de
vloer in de minderbroederskerk aan de
Biest opgegraven om te kijken waar ruimte
was voor het doen van begravingen. Daarbij
werden diverse oude kelders en graven
gevonden. In één daarvan trof men een
lichaam aan dat was geplaatst boven op
twee andere (geheel vergane)
lichamen,
die men identificeerde als de graven Jacob
I en II. Over het derde lichaam wist men te
melden dat dit een aanzienlijke ridder was,
die vanwege een misdaad onthoofd was
en op verzoek van zijn familie naar Weert
was gebracht om daar gehaast in dit graf te
worden bijgezet. Een omschrijving die heel
goed past bij Philips van Montmorency. De
oorspronkelijke bronvermelding die staat
opgetekend in een 17e eeuws archiefstuk
wordt momenteel bestudeerd en vertaald.
Wordt vervolgd.
gvh
WEETJE
1,2,3,4 6,7,8,9,10,11,12,13,14,15,...36
Powered by FlippingBook