28 februari 2026 | Auteur: Ton Adriaens
Minimumleeftijd voor toegang tot sociale media?
In diverse onderzoeken wordt gewezen op de schadelijke effecten van sociale media en veelvuldig schermgebruik: van slaapproblemen tot gebrek aan concentratie, van eetstoornissen tot zelfbeschadiging. Er zijn zelfs kinderen die zichzelf van het leven hebben beroofd, aangezet door sociale media.
Internet kan dus een gevaarlijke plek zijn voor jonge kinderen en tieners. Er zijn pedofielen actief, er vindt sexting plaats (het hebben van seksueel getinte gesprekken waarbij appjes, foto’s of video’s worden verstuurd) en er wordt online gepest. Het is de virtuele speeltuin van tegenwoordig waardoor kinderen minder lezen, minder bewegen en minder slapen.
Ons nieuwe kabinet wil een minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media. Je kunt dan alleen nog toegang krijgen tot Insta of TikTok als je je – privacyvriendelijk – kunt identificeren als vijftienplus. Australië was het eerste land waar een verbod op sociale media inging. Daar geldt dat voor kinderen onder de 16 jaar. Grote platforms als Instagram, Facebook, TikTok en Snapchat riskeren miljoenenboetes als ze kinderen jonger dan 16 een account laten aanmaken.
Er wordt echter getwijfeld aan de haalbaarheid en de handhavingsmogelijkheden. Jongeren zouden de leeftijdslimiet gemakkelijk kunnen ontduiken. En in hoeverre kan de medewerking van sociale mediabedrijven worden afgedwongen? Ook worden vragen opgeworpen als: Is dit een te vergaande ingreep van de overheid? Is dit een verantwoordelijkheid die bij de ouders ligt?
Ken Loete

Er valt veel te zeggen over het gebruik van social media onder jongeren. Allereerst zou ik willen ingaan op de hoeveelheid informatie die jongeren binnenkrijgen. In mijn werk als jongerenwerker geef ik regelmatig voorlichting over social media aan klassen in het voortgezet onderwijs. In het begin van de les mogen de jongeren op hun telefoon kijken wat hun gemiddelde schermtijd is. Twee dingen die opvallen zijn dat jongeren zich niet bewust zijn van de schermtijd en dat deze erg hoog ligt: gemiddeld ongeveer 6 uur per dag.
De filmpjes op social media platforms zijn snel en dynamisch, jongeren scrollen hier snel doorheen. Dit zorgt ervoor dat ze snel aan een informatie-overload komen, waardoor productiviteit kan worden verlaagd en stressklachten kunnen toenemen.
Bewustwording hiervan is de eerste stap, zowel bij de jongeren zelf als bij de ouders. Ouders zouden bijvoorbeeld schermtijd kunnen beperken. Hier kunnen eenvoudig limieten voor worden ingesteld.
Wat betreft de inhoud van filmpjes: ook hier is bewustwording het begin. Extra inzetten op het vergroten van mediawijsheid bij ouders en kinderen zal in mijn ogen een positief effect hebben op het welzijn en de weerbaarheid van de jeugd. Mijn collega Cindy zei het mooi: “Stel behalve de vraag ‘Hoe was het op school vandaag?’ ook de vraag ‘Hoe was het online vandaag?” Dat zal preventief meer effect hebben dan een harde leeftijdsbeperking.
Bertie Vaes

Bij Yuverta Mavo Nederweert zien wij dat sociale media een negatieve invloed kunnen hebben op jongeren. Leerlingen worden dagelijks geconfronteerd met beelden en voorbeelden die vaak niet realistisch of representatief zijn, maar waar zij zich wel aan spiegelen. Dit kan leiden tot onzekerheid, een vertekend zelfbeeld en de druk om mee te doen. Daarnaast zien wij dat gevaarlijke challenges zich snel verspreiden en jongeren aanzetten tot risicovol gedrag.
Ook de verslavende werking van sociale media baart ons zorgen. Jongeren slapen slechter, zijn voortdurend online en hebben minder echte sociale interactie. Dit heeft gevolgen voor hun welzijn, hun ontwikkeling en hun schoolprestaties.
Wij zien dit als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de samenleving. Het is goed wanneer de overheid duidelijke kaders stelt, bijvoorbeeld door het instellen van een minimumleeftijd voor toegang tot sociale media. Tegelijkertijd vinden wij het essentieel dat ouders hierin hun verantwoordelijkheid nemen door toezicht te houden, het gesprek aan te gaan en grenzen te stellen.
Als school dragen wij hier actief aan bij. Een (aangescherpt) telefoonverbod helpt om rust, focus en echte ontmoeting in de school te bevorderen. Alleen door samen op te trekken – overheid, ouders en onderwijs – kunnen wij jongeren beter beschermen en ondersteunen in hun gezonde ontwikkeling.
Jeremy Kreefft

Als consulent bij het CJG-ML (Centrum voor Jeugd en Gezin) verzorg ik gastlessen en ouderavonden rondom mediawijsheid. In gesprekken met ouders en jongeren zie ik dat online en offline voor jongeren één wereld zijn. Met het krijgen van een smartphone volgen sociale media vrijwel automatisch; voor jongeren is dit geen bewuste keuze, maar vanzelfsprekend.
Sociale media bieden veel: contact, ontspanning en ruimte om jezelf te laten zien. Tegelijkertijd starten veel jongeren zonder goed zicht op risico’s, grenzen en de gevolgen van onlinegedrag. Juist daar ontstaan problemen. Niet omdat jongeren onverantwoordelijk zijn, maar omdat zij nog vaardigheden ontwikkelen voor sociale druk, verleiding en voortdurende zichtbaarheid.
Online weerbaarheid ontstaat niet vanzelf, maar door ervaring, uitleg en begeleiding. De ontwikkelingsfase speelt een cruciale rol: in de puberteit zijn jongeren gevoeliger voor prikkels en groepsdruk, terwijl het overzien van gevolgen nog groeit. Dit vraagt om een geleidelijke opbouw van online vaardigheden, afgestemd op de fase van de jongere, met vroegtijdige voorbereiding in het late basisonderwijs en vroege voortgezet onderwijs.
In mijn werk zie ik dat jongeren baat hebben bij begeleiding, uitleg en gezamenlijk bespreken van online ervaringen. Ga daarom vaker in gesprek met jongeren over wat ze online meemaken en wat dit voor hen betekent. Wij, ouders, scholen én professionals, dragen hierin gezamenlijk verantwoordelijkheid. Door jongeren tijdig en stapsgewijs te begeleiden, ontstaat ruimte voor plezier en verbinding, terwijl hun veiligheid en bewustzijn groeien.