Wim van Vorstenbos sloot 66-jarige carrière af

‘Opvoeden door stoeien’ stond centraal in mijn leven

Na een carrière van maar liefst 66 jaar is budo-leraar Wim van Vorstenbos een half jaar geleden gestopt met lesgeven. Enerzijds omdat zijn lichaam hem daartoe aanzette, anderzijds om intensiever voor zijn zieke vrouw Liesbeth te kunnen zorgen.
“Zestig jaar heeft zij alles voor mij opzijgezet, nu zette ik alles opzij voor haar. Dat was ik haar verschuldigd. Helaas is ze begin oktober overleden.”

Leegte

Op een zonnige dinsdagmorgen opent Wim (88) de deur van hun sfeervolle woning op Molenakker. “Ja, het is stil en leeg in huis,” antwoordt hij op de vraag hoe het met hem gaat. “Jarenlang heb ik voor haar gezorgd: eten gegeven, helpen met naar het toilet gaan, wassen en verzorgen, naar bed brengen – en in één keer is dat weg. Een leegte,” licht hij toe.

“Maar het is goed zo; de laatste maanden waren namelijk een onmenselijke lijdensweg. Dat we hiervoor nog steeds geen andere oplossing toestaan in Nederland, is onbegrijpelijk. Dit is mensonterend lijden; je zou ze hier graag eerder uit willen verlossen,” verwoordt Wim zichtbaar aangedaan.

Uit het niets

“We waren 64 jaar getrouwd. Ze stond altijd klaar voor mij. Door haar heb ik zo’n lange carrière kunnen hebben en met succes ons sportinstituut kunnen runnen. Zij was de stille kracht die alles zag en alles opving. Een duizendpoot.
Ze was nooit ziek, tot ze een aantal jaren geleden uit het niets aangaf dat ze niet meer op haar benen kon staan. De kracht was weg, de motoriek liet haar in de steek. In het ziekenhuis bleek dat ze een hersenstaminfarct had gehad. Maand na maand ging ze achteruit, tot het niet meer leefbaar was. Op 1 oktober is ze in Ververshof overleden. Met een prachtige, besloten en intieme uitvaart hebben we afscheid van haar genomen.”

Van techniek naar sport

“Liesbeth en ik komen beiden uit Eindhoven. Ik had de Philips Jongens-Nijverheidsopleiding doorlopen en ging werken bij Philips, waar ik radartechnicus werd. Mijn ouders werkten ook allebei bij Philips – zoals bijna half Eindhoven destijds.
Toch bleek die richting niet de mijne. Een folder van het CIOS deed mijn horizon verbreden. ‘Ik wil judoleraar worden,’ zei ik tegen mijn vader. Ik was namelijk al sinds mijn twaalfde actief met judo. Ondanks dat mijn vader absoluut niet enthousiast was, ben ik gestopt bij Philips en het CIOS gaan volgen. Tijdens die opleiding mocht ik een keer een collega vervangen die judotrainingen gaf. Ik was direct enthousiast en wist: dit wil ik ook.
Hij had een klein clubje dat hij in Weert lesgaf en wilde dit overdragen. We waren het snel eens en voor het eerst was ik judoleraar. Op de eerste les – die we hielden in het Rode Kruisgebouw aan de Boerhaavestraat – kwamen vijf leden. Dat was het begin van Sportinstituut Van Vorstenbos, waar ik 66 jaar les heb gegeven”, vertelt hij trots.

Groei vanuit zekerheid

“Overdag was ik inmiddels actief als dienstplichtig sportinstructeur bij Defensie. In de avonduren ging ik met een brommer naar de lessen. Nadat ik wat gespaard had, werd het een scooter, daarna een lelijk eendje en uiteindelijk een Kever met aanhanger waarin een judomat kon. Daardoor kon ik de lessen ook uitbreiden naar Budel, Stramproy en Nederweert.

Mijn eigen sportschool in Weert kon ik realiseren in een leegstaande ruimte van glashandel Slabbers aan de Sutjensstraat. Na de dienstplicht ging ik als gymleraar aan de slag bij de LTS in Gemert en Helmond. Verzekerd van een salaris kon ik bouwen aan mijn eigen judoschool. Mijn vrouw Liesbeth ondersteunde me daarbij met alles. Ze was er – ook in de avonduren – vaak bij tijdens de lessen. Zij deed ook de omvangrijke administratie, omdat automatisering in die tijd nog niet aan de orde was. Een hele klus; op het hoogtepunt hadden we ruim zeshonderd leden. Ik geef het je te doen.”

We groeiden gestaag. In 1969 werd er een nieuwe sportschool annex woning gebouwd aan de Groenewoudlaan. Het lesaanbod werd uitgebreid met jazzdance, karate en zelfs fitness. Wij waren de eerste – en toen zelfs de grootste in Limburg – die op deze manier fitnessfaciliteiten aanboden. Die fitnesslessen werden toen gegeven door Bert van Dijk, die nu al jaren gymleraar is op de Philips van Horne. Naast Bert waren er ook andere leraren bij ons in dienst, waarvan Ingrid Kostermans een hele belangrijke was. Zij was verantwoordelijk voor het dance-gedeelte (dancevormen als aerobicdance, steps en jazz-gym). Zelf was ik namelijk ook scheidsrechter op grote toernooien, waardoor ik met regelmaat afwezig was. Voor een WK bijvoorbeeld was je langere tijd in het buitenland.

Intussen was ik ook zweminstructeur voor de wedstrijdploeg van zwemclub De Rog en ben 25 jaar docent bij de judobond geweest voor de opleiding tot judo- en jiu-jitsuleraar. Daarnaast ben ik tijdens mijn carrière ook nog negen jaar docent aan het CIOS in Sittard geweest. Maar alles voelde als hobby en niet als werk. En omdat je weet dat het thuis allemaal goed geregeld is, ben je tot veel in staat.
We kregen twee kinderen, Willem-Jan en Corine. Inmiddels heb ik vier kleinkinderen. Een geweldig gezin, dat Liesbeth en mij enorm heeft bijgestaan in de afgelopen moeilijke jaren. En nog steeds!”

Meer vrijheid

“In 2000 – ik was bijna 65 – hebben we de sportschool en de woning verkocht. Die stap gaf veel vrijheid en rust. Meer tijd voor kinderen en kleinkinderen. Sinds die tijd wonen we hier op Molenakker.
Omdat ik nog gedreven en fanatiek was, ben ik gaan werken voor John van Heel van Vitae. Daar gaf ik judo- en jiu-jitsules, met veel plezier. Maar langzaam merkte ik wel dat het lichaam niet onbeperkt alle inspanning meer aankon. Fysiek kreeg ik steeds meer mankementen, tekenen van overbelasting en verwaarloosde blessures. Daarbij kreeg ik ook – een lichte vorm van – prostaatkanker, waarvoor ik bestraald moest worden. Gelukkig met goede afloop.
In al die jaren heb ik ervaren dat judo vormend is voor het karakter van de sporter. Voor mijn gevoel was ik ze aan het ‘opvoeden door te stoeien’. Judo, maar ook de andere sporten die onder de verzamelnaam budo vallen, zorgen voor respect, discipline en veerkracht. Erg vormend dus. Er is dan ook vaak sprake van saamhorigheid op de mat. Het heeft mijzelf ook enorm gevormd. Vroeger was ik nogal een ‘rotzak’ die flink kon sarren en soms agressief was. De sport heeft me milder, zachter en begripvoller gemaakt. En daardoor ben ik een prettiger mens geworden.”

Verder

“Een half jaar geleden ben ik gestopt met lesgeven. Ik wilde de 25 jaar bij Vitae volmaken – en dat is gelukt. Helaas mochten Liesbeth en ik er niet lang samen van genieten. Ik hoop dat ze haar rust heeft gevonden.

Ik moet nu verder. Alleen. Het huis is leeg en stil. Voor mijn gezondheid ga ik een keer per week sporten bij Vitae en doe ik hier yoga en ademhalingsoefeningen. En wanneer het straks weer voorjaar is, pak ik een oude hobby van me weer op: lange tochten maken op de racefiets.

In deze periode zijn we nog bezig met het afhandelen van allerlei zaken die zich aandienen na een overlijden. Daarbij heb ik erg veel hulp van mijn kinderen en kleinkinderen. En de afgelopen jaren heb ik ervaren hoeveel Liesbeth al die jaren deed. Ik heb – met haar hulp nog – leren koken, poetsen en bijvoorbeeld de was doen.
Ik red me, zeker, maar het gemis is enorm.”