27 juni 2026 | Auteur: Ton Adriaens
Joss Mennen: ‘Mensen realiseren zich vaak niet dat het leven een prijskaartje heeft’
Al ruim 40 jaar is Joss Mennen (62) muzikant tot in zijn vezels. Met de rockband Zinatra speelde hij op de grootste festivals van Europa, Azië en Zuid-Amerika. Ook met de band Mennen behaalde hij internationale successen.
Vanaf 2010 ging hij zich, thuis in Weert, voor het eerst muzikaal in het dialect uitdrukken.
In april van dit jaar verscheen zijn derde dialectalbum ‘Vreej Bewieëge’: twaalf grotendeels autobiografische rocknummers in het Weerter dialect. Joss is back in business.
Maar Joss Mennen is méér dan een muzikant. Ik praat met hem over zijn roots, zijn inspiratiebronnen, de ups en downs in zijn leven, zijn kijk op Weert en de wereld en zijn verwachtingen voor de toekomst.

De eerste muzikale stappen
“Bij de opening van Cultureel Centrum De Munt in 1974 werd de musical Pepermunt opgevoerd. Omdat mijn vader daarin een rol speelde zat ik als 10-jarig menneke in de zaal. Er ging een wereld voor mij open. Dat wilde ik ook. Mijn vader was docent aan het Bisschoppelijk College en had er al vaker een rol in een musical gespeeld. Zodra daar een LP van uitkwam draaide ik die helemaal grijs en zong ik alle nummers mee.
Een rij voor mij in de zaal zat een klasgenootje van mij, Hans Stultiëns. Zijn oom was de bekende bariton John Janssen die een prominente rol in de musical had. Hans en ik werden vrienden en vonden elkaar in de muziek. Hij speelde toen al heel verdienstelijk piano en als andere jongens van onze leeftijd gingen voetballen begeleidde hij mij bij mijn pogingen om liedjes van Elvis Presley te zingen.

Op de havo van het Bisschoppelijk College namen Wim Truijen en ik het initiatief voor het eerste bandje: Trash. Iemand moest de bas gaan spelen en dat deed ik dan maar. Muzikaal stelde het allemaal niet veel voor maar het waren belangrijke eerste meters in mijn carrière.
Daarna volgde Fresh Meat. Dat was al een stapje hoger. Naast de basgitaar nam ik daarin ook de zang voor mijn rekening. We repeteerden bijna elke avond. Een optreden op BosPop was een van de hoogtepunten van deze band. Ik zat intussen op de MTS in Eindhoven, richting elektronica. Toen mijn ouders een brief kregen dat ik het vierde jaar op deze manier niet ging halen was mijn vader daar niet blij mee! Ik moest enkele maanden stoppen met Fresh Meat en alle energie in mijn studie steken. Met het diploma op zak ging ik bij Philips hier in Weert werken. Samen met mijn toenmalige vriendin kochten we een huis op Fatima, trouwden op mijn drieëntwintigste en kregen twee kinderen.
Mijn werk voelde voor mij als een noodzakelijk kwaad. Ik wilde als muzikant mijn horizon verruimen. Na enkele audities werd ik benaderd om bij Zinatra als frontman te komen zingen.
Zinatra was een samengestelde rockband naar Amerikaans voorbeeld. Ons imago werd bepaald door stoere outfits en lange haren. Denk aan Van Halen en Bon Jovi. Die auditie vond plaats in de beroemde Wisseloord Studios in Hilversum.

De doorbraak
Ik werd aangenomen en al in het eerste jaar scoorden we een hit met Love or Loneliness. Dat leverde ons een Europese tour op als support act van David Lee Roth van Van Halen. Daarop zei ik bij Philips mijn baan op en nam het management van Zinatra mijn salaris over. Later volgden tournees in Azië en Zuid-Amerika. Een absoluut hoogtepunt was een optreden in Montevideo voor 50.000 uitzinnige fans die alleen voor ons kwamen en al onze nummers meezongen.

Alles werd voor ons geregeld. We leefden het leven van rocksterren, op de grootste podia en in de beste hotels. Dat was toch iets anders dan met een boterhammentrommel op de fiets naar
Philips. Na een jaar of zes kwamen we erachter dat we door ons management financieel flink belazerd waren. We hadden in onze naïviteit aktes van sessie getekend waardoor onze inkomsten als componisten aan onze neus voorbijgingen en ik zelfs een schuld bleek te hebben opgebouwd vanwege investeringen door het management. In 1992 heb ik er toen een punt achter gezet. Ik richtte een nieuwe band op ‘Mennen’, met jongens uit Weert, maar de rocksterrenstatus was verleden tijd. Om in ons levensonderhoud te kunnen voorzien ging ik als elektromonteur aan de slag bij liftenfabriek Starlift. Dat was echt een moeilijke tijd.

Geleidelijk werd ook Mennen een succes en speelden we op metalfestivals in Europa en de USA. In 1999 startte ik Opnamestudio Rock Inc. Entertainment waarmee ik ook inkomsten genereerde.
Hoge toppen, diepe dalen
Na achttien jaar kwam er in 2010 vrij abrupt een einde aan Mennen. Muzikaal zaten we aan de top maar financieel liep het weer gigantisch mis. Ik had een groot bedrag geïnvesteerd in Mennen. Ons platenlabel, de organisator van Wacken Open Air, beloofde ons gouden bergen, maar toen zijn wereldwijd opererende distributeur failliet ging, stond ik voor 120.000 euro in de min. Ik kan wel stellen dat het de donkerste periode in mijn leven was, zowel zakelijk als privé. Ik was enkele jaren daarvoor gescheiden maar de afwikkeling sleepte zich nog jaren voort.
Door hard te werken, onvoorwaardelijke steun van mijn vriendin Christel en met hulp van vrienden heb ik me uit dit dal kunnen worstelen. Rock Inc. was een zinkend schip en toch had Bart van Geleuken de moed erin te stappen. Daar ben ik hem eeuwig dankbaar voor.

Ik deed kindershows bij Mad Science in Sittard, werkte bij het Continium Discovery Center in Kerkrade, stapte over naar de entertainment afdeling van Toverland in Sevenum en kwam uiteindelijk bij het Spark Tech Lab hier in Weert terecht. Met heel veel plezier werk ik hier nog wekelijks met groepen kinderen die ik op een speelse manier laat kennismaken met techniek. Mensen denken vaak ‘die Joss Mennen heeft toch een geweldig leven, het is hem allemaal komen aanwaaien en hij doet wat hij wil’. Maar ze realiseren zich niet dat daar een prijskaartje aan hangt.
Ik heb gelukkig mijn leven weer op orde, heb met Christel de liefde van mijn leven ontmoet, ben opnieuw getrouwd en we hebben een fantastisch huis kunnen kopen midden in de natuur.
De overstap naar dialectmuziek
Na Mennen begon ik in het Weerter dialect te schrijven. Ik wilde gewoon muziek maken, zonder de druk dat het een hit moest worden; iets wat meer voor de hand lag als het Engelstalige muziek zou zijn. Mijn eerste nummer Dit és mien stad sloeg tot mijn verrassing heel goed aan en kwam meteen in de dagcarrousel van L1. Er volgden in 2012 en 2014 twee dialectalbums, beiden in combinatie met een theatershow.
En dan nu in 2026 het derde dialectalbum van Joss Mennen & Band. Opgenomen met de mannen die twaalf jaar geleden ook aan mijn laatste
theatershow hadden meegewerkt. Het album Vreej bewieëge bevat voornamelijk autobiografische teksten in een stevig rock-jasje.”

Jouw dialectteksten zijn meestal autobiografisch. Kunnen we aan de hand van enkele nummers een kijkje krijgen in jouw persoonlijke levenservaringen?
Alles és gezagdj
“In het dialect kan ik mijn gevoelens het beste weergeven. Zo isAlles és gezagdjeen nummer dat ik na het overlijden van mijn vader heb geschreven over wat hij voor mij heeft betekend. Het was een gesloten man. Pas in de periode dat hij ongeneeslijk ziek werd, heb ik met hem enkele vader–zoon gesprekken gevoerd.
Mijn vader was niet de gemakkelijkste, zeker niet in mijn pubertijd. Maar toch werd hij later voor mij een belangrijke inspirator en medebepalend voor mijn karakter en mentaliteit. Ik wilde muzikant worden maar hij maakte mij duidelijk dat ik eerst een vak moest leren zodat ik altijd iets had om op terug te vallen. Daarnaast benadrukte hij dat het belangrijk was om vanuit een goede basis datgene in je leven te doen waar je hart lag. Zelf was hem dat niet zo goed gelukt. Eigenlijk had hij een hekel aan het docentschap. De omstandigheden hadden hem in die situatie gebracht. Terwijl hij als jongste van een groot gezin, als enige nog thuis woonde, overleden kort na elkaar zijn beide ouders. Hij heeft toen een tijdje bij een broer ingewoond en moest inkomen gaan verwerven. De kortste weg naar zekerheid en inkomen was voor hem de optie leraar wiskunde worden, terwijl hij heel andere ambities had. Het meedoen aan de schoolmusicals was een van de lichtpuntjes in zijn baan als docent.
Oud-leerlingen van hem zijn over het algemeen niet bepaald enthousiast over zijn pedagogisch-didactische aanpak. Voor ons kinderen was hij als vader heel anders. Hij deed spelletjes met ons en we knutselden vaak samen. Natuurlijk voelden wij ook het chagrijn dat in hem zat vanwege zijn werk. Toen hij al op 58-jarige leeftijd de VUT in kon werd het een bijzonder opgewekte man met veel humor.

’n Tas koffie beej oeeës mam
Mijn vader is 18 jaar geleden overleden en sindsdien ga ik iedere dag een kop koffie drinken bij mijn moeder. Zij heeft tot voor enkele maanden altijd in de Voogdenstraat gewoond. Ze is nu 94 en heeft een leuk appartement in woonzorgcentrum Hushoven. Mijn zus Kristien heeft het syndroom van Down. Het is een schat van een meid en ik mag haar mantelzorger en bewindvoerder zijn. Zij woont bij PSW aan de Maaslandlaan. Van daaruit kon ze oversteken naar ons ouderlijk huis om in het weekend te logeren bij mijn moeder. In woonzorgcentrum Hushoven hebben ze nu -bij wijze van uitzondering- toegestaan dat ze ook daar om de 14 dagen mag komen logeren. Altijd gezellig met mijn moeder en zus.

’t Hoês
Dit nummer gaat over mijn ouderlijk huis aan de Voogdenstraat in Weert. Ik heb twee jongere en twee oudere zussen en veel fijne herinneringen aan mijn jeugd. ‘Heej es ut allemaol begonne … Met hieël völ lôl en kattekwaod. Ut allerieërste hoeëfdstuk oet ut book waat mien laeve ès.’
Zijn jouw ouders ook geboren en getogen in Weert?
“Zeker wel. In het pand van schoenmakerij Grosfeld, hoek Langstraat-Wilhelminasingel was vroeger juwelier Mennen gevestigd. Daarvoor stond op die plek het ouderlijk huis van mijn vader. Mijn oma van vaderskant had er een klein tabakswinkeltje en begon daarbij geleidelijk wat goud- en zilverwerk te verkopen. Mijn oom zette later als juwelier de zaak voort.
Mijn moeder is van Linssen. Zij is opgegroeid in een groot en statig huis aan de Wilhelminasingel. Een oom van moederskant had daar later bloemisterij Linssen. Stadse mensen dus.”
Welke levensles heb jij geleerd?
“Na alle avonturen die ik in mijn leven heb meegemaakt heb ik geleerd dat het belangrijk is regelmatig in de spiegel te kijken en je eigen handelen te beoordelen: ‘Wat heb ik goed gedaan?’, maar ook ‘Wat heb ik niet goed gedaan?’ Niet de neiging hebben de schuld bij een ander te leggen. En vooral: eerlijk zijn! Wat niet wegneemt dat tegenslagen mij wel gehard hebben. Je ongelukkig voelen is iets dat je jezelf aandoet. Kun je aan de oorzaak iets doen, dan moet je actie ondernemen. Ligt de oorzaak buiten jouw macht dan moet je het naast je neerleggen en niet je leven laten beheersen. Blijf positief en kijk vooruit.”
Hoe kijk je naar de toekomst?
“Ik wil nog heel lang op creatief-muzikaal gebied actief blijven en heb een nieuw project in voorbereiding over de tweede wereldoorlog in Weert.
Mijn opa van moederskant was een bescheiden maar wel betekenisvolle man in Weert. Hij was gemeenteontvanger van beroep, was oprichter van het gemeentelijk museum en een van de oprichters van de Weerter historische vereniging De Aldenborgh. Tijdens de tweede wereldoorlog hield hij iedere dag vrij zakelijk bij wat er in Weert gebeurde. Die aantekeningen zijn door Emile Haanen verwerkt tot ‘De kroniek van Pierre Linssen’.

Van mijn moeder heb ik oorlogsverhalen vanuit háár belevingswereld gehoord. Die feitelijke en emotionele invalshoeken wil ik combineren in een nieuw muzikaal project met als titel ‘De ângere kânt van ut vurhaol’.
Als ik uitzoom naar het grotere plaatje wil ik verwijzen naar de tekst van mijn nummer Vluchtgedraag:
Ich volg de berichte oeëver oeërlog en klimaat … Mer soms wil ich mien auge sloeëte, effe weg van al ut leid. Es dit vluchtgedraag? Of un verlange nao veiligheid.”