2 februari 2026 | Auteur: Ton Adriaens
Elian Coenen ‘Vrâw vanne Preens’
Het leven heeft een lach en een traan
Het grootste geheim van Weert -Wie wordt Preens van de Rogstaekers?- is intussen bekend. Preens Henk III regeert de komende tijd over het Rogstaekersrijk. Weert Magazine zet ieder jaar de partner van de prins in het zonnetje. Wie is deze steun en toeverlaat?
Elian Coenen (60) is net als haar man Henk (64) een vastelaovundjveerder in hart en nieren. Ze omschrijft zichzelf als een zorgzame, empathische, enigszins bescheiden vrouw, die graag weet waar ze aan toe is. ‘Soms bin ich waal un zaocht eîke’ voegt ze er lachend aan toe. Toch straalt ze veel energie en levenslust uit. Als ik haar interview moet de uitroeping nog plaatsvinden. De dag ervoor hebben Elian en Henk zich al ondergedompeld in de ‘vastelaovundj’. Zij bezochten het Wieerter Lidjesfestival bij de Soos. Beiden zijn lid van Kepel Gootgemootj en zeer verbaasd en verheugd dat Henk dit jaar mag voorgaan als Preens vanne Rogstaekers. Leeftijd speelt voor hen geen rol. ‘Je bent zo jong als je je voelt!’

Wie is Elian Coenen?
Ik ben Elian Beelen, een volle nicht van Peter en Marcel Beelen, voormalige uitbaters van Café Tramhalt. Voor mij is het heel bijzonder dat Peter dit jaar prinsenbegeleider is. Ik ben opgegroeid op Groenewoud en heb daar met veel plezier mijn jeugd doorgebracht. Op de lagere school maakte ‘meester Bukkems’ veel indruk op mij. Hij nam onze klas ook wel eens mee naar zijn boerderij, of we trokken met zijn allen de natuur in, wilde bloemen zoeken, kikkervisjes vangen en die in de klas tot kikkers laten uitgroeien. Later kwam ik hem als lid van de VV de Wuilisse in het carnavalswereldje tegen.
Carrière in de zorg
Na de basisschool ging ik naar de mavo. Mijn wens was om verpleegster te worden maar ik was nog te jong om aan de opleiding te beginnen. Mijn ouders waren niet bijster enthousiast over een vervolgopleiding in de zorg en vonden het prima toen ik als kassière bij Albert Heijn ging werken. Na een jaar stapte ik over naar fysiotherapie Van der Zanden. Heerlijke tijd heb ik daar gehad. Naast het receptiewerk en de administratieve taken mocht ik daar ook warmtepakkingen aanleggen en elektronische apparatuur aansluiten. Dat ‘pamperen’ van mensen kwam prima tegemoet aan mijn voorliefde voor verpleging en verzorging.

Tot de geboorte van onze dochter Vera in 1991 heb ik daar fulltime gewerkt. Jaren later, toen Olaf Van der Zanden de praktijk van zijn vader overnam, vroeg hij mij om in deeltijd terug te komen. Zo heb ik in totaal ruim 25 jaar met veel plezier in de fysiotherapiewereld doorgebracht. Toch begon het op mijn vijftigste te knagen. Ik wilde iets anders en werd zorgassistente bij zorgorganisatie Land van Horne. Ik kwam in de huiskamer van zorgcentrum Ververshof terecht: eten klaarmaken, mensen helpen bij de maaltijden en een praatje maken. Toch weer dat doen waar mijn hart lag: pamperen. Toen corona uitbrak was het ‘alle hens aan dek’ en werd ik ook ingezet bij andere zorgtaken zoals mensen wassen en helpen bij het aankleden. Het was een moeilijke tijd: bewoners mochten geen bezoek meer ontvangen, mondkapjestoestanden, quarantainemaatregelen. Toch vond ik dat werk nog beter bij mij passen en ik besloot de opleiding Helpende in de Zorg te gaan volgen. Tot op de dag van vandaag vind ik dat misschien wel de moedigste beslissing in mijn leven. Dat ik dat op die leeftijd nog aandurfde, daar ben ik enorm trots op.
Na een stage in woonzorgcentrum Hornehoof, op de afdeling waar intensieve zorg aan ouderen met dementie wordt gegeven kreeg ik een baan aangeboden. Werken in de zorg is echt geweldig, maar ook zwaar en verantwoordelijk werk.
Henk was het afgelopen jaar in de gelukkige positie om te kunnen stoppen met werken. Samen willen we meer van het leven gaan genieten en daarom ben ik na een paar maanden ook gestopt met werken. Overigens met pijn in het hart, omdat mijn liefde voor de zorg mij het gevoel gaf dat ik de zorgvragers en collega’s in de steek liet.
Op stap en …
Mijn ouders waren geen uitgaanstypen. ‘Vastelaovundj’ is niet iets wat ik van huis uit met de paplepel ingegeven heb gekregen. Ze waren erg beschermend wat betreft op stap gaan.

Zo rond mijn twintigste ging ik voor het eerst, samen met mijn jongere zus Carla naar café De Hermeni-j. Ik voelde me er aanvankelijk niet zo op mijn gemak. Dat kwam vooral door de mannen in ‘de voêle hook’ zoals de kop van de bar genoemd werd. Gelukkig nam Maril van Dooren mij al snel onder haar hoede. De Hermeni-j werd mijn stamkroeg en het waren Rob en Maril van Dooren die mij later heel soepeltjes koppelden aan Henk (zie foto hieronder).
In 1988 zijn we getrouwd, kochten een huis in de wijk Graswinkel en kregen daar twee dochters: Vera en Tessa. Vera woont samen met Nick van den Broek en Tessa met Bart Heuvelmans. In september 2025 is Tessa bevallen van onze eerste kleinzoon Liam. Wij wonen intussen alweer 11 jaar in de Sint Antoniusstraat.

Emotionele periode
Het afgelopen jaar was geen gemakkelijke periode voor mij. Dat kwam niet alleen door de druk op mijn werk en mijn vertrek daar. Mijn moeder werd ziek en is op 1 december overleden. Omdat ik in de zorg in deeltijd werkte, kon ik gelukkig de laatste maanden van haar leven veel tijd met haar doorbrengen en haar verzorgen. Emotioneel zat ik in een achtbaan. In september werd ik oma. De geboorte van mijn kleinzoon Liam is een van de hoogtepunten uit mijn leven. Het moederschap is genieten maar dit is toch iets extra’s. Een dag in de week ben ik nu oppas oma van de kleine Liam. Heerlijk is dat.

Henk werd in oktober gevraagd om prins te worden. Dat was een complete verrassing en een kans die we niet aan ons voorbij wilden laten gaan. Afhankelijk van het ziekteverloop van mijn moeder moesten we toch ook rekening houden met een plan B. Al met al een pittige periode.
Ook binnen Kepel Gootgemootj hebben we het de laatste jaren moeilijk gehad. Irene Wiermans is bijna drie jaar geleden overleden. In april 2024 ontviel ons Maan Op Heij en in oktober van datzelfde jaar overleed Anne, de dochter van Hugo en Helma Lammers. Het intense verdriet heeft ons wel meer bij elkaar gebracht. Je bent er voor elkaar, om verdriet te delen.
Ik merk dat ik de laatste tijd eerder vol schiet. Je staat toch wat anders in het leven.

Hoe heb je als ‘Vrâw vanne Preens’ de achterliggende periode ervaren en hoe kijk je naar de toekomst?
Met een smoes werd door de Rogstaekers een afspraak gemaakt voor een gesprek bij ons in huis. Het had te maken met de Elfdje van de Elfdje en de inzet van Kepel Gootgemootj. Peter Beelen en even later Ruud Theunissen en Emiel van Riet meldden zich aan onze voordeur. Toen Henk voor die laatste twee de deur opendeed had hij al meteen door wat het echte doel van hun bezoek was. Ik hoorde hem in de gang al roepen ‘Jao, det doon ich!’ nog voordat ze iets gevraagd hadden. Wij waren wel even beduusd en vroegen ons af of ze ons niet voor de gek hielden. We zijn tenslotte niet meer de jongsten. Maar het was al snel duidelijk dat zowel de Rogstaekers als wij het helemaal zagen zitten. Wij vieren vastelaovundj nog met de energie van een stel van dertig!
We zijn nu druk bezig met alle voorbereidingen. Daarin vullen we elkaar goed aan. Ik hou van structuur dus ik heb nogal wat lijstjes van taken die we moeten oppakken. Ik zorg er ook voor dat we nu al wat extra vitamine C binnen krijgen en gezond eten zodat we onze energie op peil houden. Henk is daar wat relaxter in en is meer bezig met zijn speech en dat soort dingen.
Het ontwerp voor de onderscheiding van ‘De Vâlse Noeët’ hebben we samen bedacht. Alle voor ons belangrijke elementen zijn erin verwerkt: Gootgemootj met wat muzieknoten, een wereldbol als symbool voor onze reizen, de renschoenen van Henk en een roos om met liefde terug te denken aan de mensen die ons ontvallen zijn.
In het devies ‘Deenktj waat dejje deenktj, dootj waat dejje dootj, goot gemootj’ verwijst Henk ook met een knipoog naar zijn leeftijd. Iedereen mag daarvan denken wat hij of zij wil. Voor ons speelt leeftijd geen rol.

Kepel Gootgemootj
Twee van de drie adjudanten van Henk zijn ook lid van Gootgemootj. Al het verdriet van de afgelopen jaren parkeren we even, in het besef dat het leven doorgaat. Ik denk dat de andere leden van Gootgemootj zaterdag bij de uitroeping van hun stoel donderen van verbazing. Onze kepel bestaat dit jaar 3 x 11 jaar dus dat wordt dubbel feest! Het is een heerlijke vriendenclub en er is niks mooiers dan samen op stap gaan en muziek en sfeer brengen op straat en in de kroegen.

Je hebt wat meer levenservaring dan veel van je voorgangsters als ‘vrâw vanne preens’. Hoe kijk jij aan tegen de rol van de vrouw in het carnavalswereldje?
Aan kleine dingen en gekscherende opmerkingen merk je toch dat bij de Rogstaekers de vrouwen een ondergeschikte rol spelen. Dat heeft natuurlijk zijn grenzen en wij, de dames van de adjudanten en ik, zijn mans genoeg om die grenzen heel helder aan te geven. Wij gaan er echt wel ons eigen feestje van maken.

De campagne ‘Laat vrouwen veilig thuiskomen’ heeft veel losgemaakt in Nederland. Sommige mannen zien in ‘vastelaovundj’ een mogelijkheid om zich te misdragen. Hoe zie jij dat?
Hier in Weert valt dat wel mee. Hier ben je meer ‘onder elkaar’. Hier wordt begrepen waar het om gaat met carnaval; het samenzijn, plezier maken. Het maakt wel uit of je met een groep op stap gaat of alleen. In een groep is er sprake van sociale controle. Je houdt elkaar toch in de gaten. En je moet als vrouw natuurlijk wel duidelijk zijn als iemand te ver gaat.
Als jong meisje werkte ik in de bediening bij restaurant China op de Korenmarkt. Terwijl ik met een bestelling door een drukbezet restaurant liep meende iemand mij bij mijn billen te mogen pakken. Die heb ik toen meteen een klap in zijn gezicht gegeven. Toen mijn dochters de leeftijd hadden dat ze op stap gingen, heb ik ze zo’n zelfde reactie geadviseerd, mocht hen zoiets overkomen.
Henk en ik maken graag excursiereizen en dan raak je met reisgenoten wel eens in gesprek over carnaval. Dan merk ik dat ze daar niets van begrijpen. Al snel komen woorden als ‘zuipen’ en ‘vreemdgaan’ voorbij. Dan kun je beter ophouden want je krijgt die mensen niet uitgelegd wat de essentie van ‘vastelaovundj’ is.

Welke reizen hebben jullie zoal gemaakt en wat was voor jou de indrukwekkendste ervaring?
We hebben al veel van de wereld gezien: Zuid-Amerika, Afrika, Azië. Over het indrukwekkendste van al die reizen hoef ik niet lang na te denken. Dat was de kennismaking met een groep berggorilla’s in de jungle van Oeganda. Die kwamen zo dichtbij, we hadden ze zo kunnen aanraken maar dat mocht natuurlijk niet. Ze gingen heel relaxed vlak bij ons zitten.

Laten we dan ook maar even naar de wereld om ons heen kijken. De oorlogsdreiging wordt steeds groter. Maak jij je zorgen?
Ik maak me inderdaad grote zorgen, vooral over de toekomst van mijn kinderen en kleinkind. Het kost me best wel enige moeite om ook dat nu te parkeren. Ik wil kunnen genieten van de komende periode. Daarna zien we wel weer. Ook dat is een belangrijke functie van carnaval: zorgen even aan de kant zetten.
Van nature ben ik positief ingesteld.
Mijn motto: Pluk de dag!