Weert Magazine - page 21

Jeugd en culturele vorming
bij de Franciscanen
dienste van de medemens!
“Goh, wat was het gisteren toch gezellig hè?”
“Ja! … Maar nu moet je me toch even helpen,
wat was er gisteren ook alweer?”
“Eh …gut ik weet het zelf ook niet meer!” waar-
na ze beiden in schateren uitbarsten.
Bij de mensen die niet meer kunnen communi-
ceren, kun je uit hun mimiek afleiden hoe hun
stemming is. Of als kleuren te donker worden,
dan reflecteert dit vaak hun gemoedstoestand.
Wij stimuleren dan het gebruik van lichte kleu-
ren. Ook zijn er deelnemers die heel veel praten
terwijl je geen idee hebt waar het over gaat.
Daar keuvel je dan wat mee aan. Ieder mens is
anders, dat maakt het heel boeiend.”
Levensvragen
“Bij mijn vrouw Marian is onlangs borstkanker
geconstateerd en dan komt de afhankelijkheid
van de medische wetenschap en de eindigheid
van het leven heel dichtbij. Daar hebben we het
samen vrij intensief over. Tot hoever wil je gaan?
Het gaat gelukkig nu nog over ‘weer gezond
worden’ en niet over ‘verlengen’. Welke keuzes
maak je in het traject van behandelmethoden?
Wat zijn de consequenties van die keuzes? Je
maakt de afweging tussen de zwaarte van bestra-
ling, chemo, immuuntherapie of hormoonbehan-
deling en het percentage meerwaarde in de kans
op volledig herstel. Die kans ligt voor Marian nu
op zesenzeventig procent. Dat betekent dat er al-
tijd vierentwintig procent kans blijft dat het fout
afloopt. Dat zet je aan het denken. Ons streven
was altijd om gezond te blijven, niet om oud te
worden. Dat krijgt nu een aparte lading. We heb-
ben samen, en in goed overleg met onze kinderen,
besloten niet tot het uiterste te gaan.”
“Ik ben geboren op een boerderijtje in het bui-
tengebied van Heythuysen. Toen ik negen was,
verhuisde ons gezin naar Weert. Dat was pure
noodzaak, het boerenbedrijfje bracht te weinig
op. In Weert waren de vooruitzichten gunstiger.
Als kind was ik altijd al aan het tekenen. Ik te-
kende op de schutbladen van boeken die ik hier
en daar kreeg. Tekenpapier had ik niet, dat was
te duur. In Weert ging ik naar de Fatimaschool
van meester Strijbos. Ik kon redelijk goed leren
en door een pater van de Minderbroeders op de
Biest, die regelmatig bij ons thuis kwam, werd ik
op het spoor gezet om missionaris te worden. Dat
idee ontwikkelde zich. Je wordt aangespoord,
ouders zijn enthousiast, het wordt steeds eervol-
ler en je wilt aan verwachtingen voldoen. Van
‘roeping’ was totaal geen sprake. En zo ging ik na
de lagere school naar de voorbereidingsklas van
het gymnasium op het seminarie van de Francis-
canen in Katwijk aan Zee.
Slechts enkele keren per jaar mocht ik naar
Weert. Als ik dan weer terugkwam in Katwijk
kon ik dagen niet eten en huilde ik veel. Na de
woensdagse strandwandeling was het gevoel van
heimwee steevast verdwenen. Ik heb er maar
een jaar gezeten omdat ik het niveau toch niet
aan bleek te kunnen maar het was voor mij een
heel bijzonder jaar. Ik kwam er in contact met
cultuur, er werd gezongen, muziek gemaakt en
toneel gespeeld. Naast Bijbelstudie kreeg ik er
heel goed les in de Nederlandse taal en in het La-
tijn. Belangrijk voor mij was ook de tekenleraar
die mij enorm stimuleerde om mijn creatieve ta-
lenten te ontwikkelen. Wat mij daarnaast bijge-
bleven is; de blijmoedigheid van de Franciscanen
ondanks de soberheid waarin zij leefden.
Terug in Weert ging ik naar de Eduardus Ulo aan
de Emmasingel. Dat vond ik verschrikkelijk. Cul-
tureel-creatief was daar helemaal niets. Pas in
mijn laatste jaar kwam daar de jonge docent Ne-
derlands Koos van de Wouw en dat was een ver-
ademing. Hij vertelde over literatuur en kunst,
SENIOREN
SPECIAL
21
mooi
mens
1...,11,12,13,14,15,16,17,18,19,20 22,23,24,25,26,27,28,29,30,31,...36
Powered by FlippingBook