Door Ton Adriaens
In de Maasstraat in Weert zijn al vanaf 1442 kloosters gevestigd. In de vijftiende eeuw onder de naam Maria
Wijngaard en vanaf 1843 als abdij Maria Hart. Sinds 12 maart van dit jaar hebben de ‘nonnen van de Maasstraat’
een nieuwe moeder-overste. Het is de 36-jarige zuster Concezione uit Mexico. We praten met haar over haar
roeping, de naderende Kerst, het jubileumjaar ‘175 jaar Birgittinessen in Weert’ en de omschakeling van strenge
gesloten gemeenschap naar meer openheid en contact met de samenleving.
Heeft de naam Concezione een bijzondere
betekenis?
Deze naam komt van de Latijnse benaming,
Immaculate Conception, de Onbevlekte
Ontvangenis. Maar omdat de voertaal bin-
nen onze orde Italiaans is, is mijn naam
Concezione. Toen ik novice werd heb ik
deze naam gekozen als eerbetoon aan de
Heilige Maagd Maria. Mijn oorspronkelijke
naam was Maria-Dolores.
Roeping
Kunt u in het kort iets vertellen over uw
achtergrond en hoe de ‘roeping’ zich bij u
manifesteerde?
Ik ben in een dorpje in Mexico geboren als
jongste van een gezin met tien kinderen.
Mijn ouders waren landbouwers. Ik ben ka-
tholiek opgevoed en mijn moeder was vrij
streng in dat opzicht. Mijn vader liet ons
er vrij in of we de kerk bezochten of niet.
Ik ben gedoopt, heb de eerste communie
gedaan en later het Heilig Vormsel ontvan-
gen. Na het Vormsel ben ik niet meer naar
de kerk gegaan. Dat vond ik iets voor oude
mensen. Ik had net als andere meisjes van
mijn leeftijd de droom ooit te trouwen en
kinderen te krijgen.
Toen ik veertien werd, moest ik om naar
het voortgezet onderwijs te kunnen naar
een andere provincie gaan. Dat vond ik
toch wel bezwaarlijk. Een oudere broer
van mij zat op het seminarie en hij ad-
viseerde mij om eens een weekje in een
klooster door te brengen om te kijken
of dat iets voor mij was. Deze zusters
Birgittinessen waren geen slotzusters meer
en zij droegen prachtige habijten en de
Birgittijnse kroon met de witte banden en
de rode stippen die de vijf wonden van
Christus voorstellen. Dat sprak mij wel aan
en met tussenkomst van mijn broer vertrok
ik naar een klooster. Meteen na aankomst
dacht ik: ‘Nee, dit wil ik niet’. De besloten-
heid van het klooster ervoer ik als beklem-
mend. De eerste twee dagen heb ik zelfs
veel gehuild en ik was dan ook blij dat ik
na een week weer kon vertrekken. Toen ik
echter weer thuis was bleek ik niet meer
dezelfde Maria-Dolores. Mijn familieleden
vonden mij veranderd. Zelf merkte ik ook
dat ik steeds dacht ‘nu zijn de zusters in
de kapel, nu doen ze dit, nu doen ze dat’.
In gedachten was ik veel bij de zusters. Ik
ging steeds minder naar buiten, het con-
tact met mijn vriendinnen werd minder.
Langzaam kwam bij mij het besef dat dit
mijn eerste ‘roeping’ was. Enkele maanden
later besloot ik toch terug te gaan naar het
klooster en heb ik het traject van aspirant,
postulant en novice doorlopen. Op zestien-
jarige leeftijd werd ik naar Rome gestuurd,
-waar onze Moeder-generale zetelt- en
daar ben ik definitief ingetreden. Vanuit
Rome ben ik als zuster eerst naar Zweden
gestuurd en vervolgens kwam ik in 2006
hier in Weert terecht.
U had het over een eerste roeping. Kwam
er ook nog een tweede roeping?
Toen ik in Zweden was, sloeg de twijfel toe.
Andere zusters hadden veel duidelijker
roeping-ervaringen. Die wisten van kleins
af aan dat ze zuster wilden worden terwijl
ik op die leeftijd een gezin met veel kinde-
ren wilde en ook een hele tijd niet naar de
kerk ging. Toen ik voor familiebezoek naar
Mexico ging, besloot ik niet meer terug te
gaan naar Zweden. De avond voor ik dit aan
mijn familie zou vertellen bezocht ik met
mijn broer -de seminarist- een restaurant.
Daar ontmoette ik toevallig een vriend van
mijn broer die mij vroeg wanneer ik terug-
keerde naar Europa.
Ik antwoordde met: “Als God het wil, over
drie weken.” Hij keek me heel indringend
aan en zei: “Híj wil wel, maar jij wilt niet
en daarmee doe je Hem veel pijn.” Dat
raakte mij enorm, ik kreeg er bijna hart-
kloppingen van. Voor mij was het toen heel
duidelijk: dit is mijn tweede roepingsmo-
ment. God heeft mij iemand gestuurd met
deze boodschap. Daarna heb ik nooit meer
getwijfeld.
Benoeming tot moeder-overste
U bent nu een maand of negen moeder-
overste in het klooster waar u in 2006
binnenkwam. De vorige moeder-overste,
Olga-Maria, waar is die naar toe gegaan?
Zij was hier zes jaar als moeder-overste
en is nu als gewone zuster in een klooster
in Duitsland. Een moeder-overste wordt
steeds voor drie jaar benoemd. Dan volgt
er een stemming onder de kloosterzusters.
Zij stemmen over wie zij als moeder-over-
ste zouden willen voordragen. Deze gehei-
me stembriefjes gaan per post naar Rome
en van daaruit wordt een besluit genomen.
Het was voor mij echt een verrassing dat
ik vanuit Rome de vraag kreeg om moeder-
overste te worden.
Leverde dat geen scheve gezichten op?
Nee, wij kijken niet naar status of positie.
Ik kreeg hier uitsluitend felicitaties, ook
van zuster Olga-Maria. Het kan ook zo zijn
geweest dat wij allemaal op zuster Olga-
Maria hebben gestemd maar dat zij heeft
aangegeven weer te willen gaan werken als
gewone zuster. Als moeder-overste moet je
van alles regelen, zorgen voor de financi-
ën, afspraken maken voor onderhoudsklus-
sen, regelen van retraites en conferenties,
het gastenverblijf regelen, enzovoort. Dan
verlang je ook weer terug naar het leven
van een eenvoudige zuster.
Hernieuwde Geest
Sinds 2006 zijn de zusters Birgittinessen in
Weert een nieuwe, internationale gemeen-
schap begonnen. U was dus een van de
eersten van die nieuwe lichting met ‘her-
nieuwde Birgittijnse geest’. Wat houdt dat
in ‘hernieuwde Birgittijnse geest’?
Dat heeft te maken met de heroprichting
van onze orde door de Heilige Maria Elisa-
beth Hesselblad. Onze orde is namelijk in
de veertiende eeuw gesticht door de Hei-
lige Birgitta van Zweden. In 1911 werd voor
het eerst de overstap gemaakt van in af-
zondering levende slotzusters naar nieuwe,
16
mooi
mens