wat
zou
jij
doen
met
actueel
naar buiten
en haar kinderen Hassan, Remas, Judi en Meis onder hun hoede. In afwachting van een veilig en legaal verblijf in Nederland.
een eigen verhaal.
Inge Manders:
“Ik heb zelden zulke lieve en gehoorzame kinderen meegemaakt. Waarschijnlijk zijn
ze zo door de ervaringen die ze tijdens hun vlucht en daarna hebben meegemaakt.
Ik zag het verdriet van Doaa. Ze was veilig maar haar leven stond stil en was leeg. Ik
ging met de kinderen naar de Sinterklaasintocht, iets wat een moeder eigenlijk met
haar kinderen moet meemaken, het maakte mij verdrietig dat Doaa er niet bij kon
zijn. Maar ze was nooit chagrijnig of boos, ze was alleen maar dankbaar en altijd
vriendelijk. Ik heb het ook als heel bijzonder ervaren dat een groep, voornamelijk
vrouwen, die elkaar nauwelijks kende, zo’n saamhorigheid en verbondenheid
uitstraalde. Een appje was voldoende om een probleem aan te pakken of de kinderen
uit school te halen of iets extra’s voor Doaa te doen. De laatste maanden was ‘ons
gezin’ weer te gast bij de zusters. Hoe mooi is het om te zien dat diepgelovige
mensen, ieder in hun eigen religie, elkaar respecteren en helpen. De zusters hebben
het gezin omarmd en gekoesterd. Ik ben heel veel van de zusters gaan houden.”
Mathilde Dominikowski:
“Duizend-en-een verhalen zijn er te vertellen. Er is zelfs genoeg
stof om een boek te schrijven. Hoe mooi is het als een groep
mensen zich ontfermt over een gezin dat om bescherming
vraagt. Je hebt een gezamenlijk doel en je zegt regelmatig tegen
elkaar ‘we kunnen het’. Een natuurlijk proces ontwikkelt zich,
ieder doet dat waar ie goed in is. In het begin was de taal een
flink struikelblok. Met handen en voeten en Google-translate,
kwamen we een heel eind. Als het spannend werd, moest Wassim
optreden als tolk. Een andere keer was een half woord Arabisch
van Fanida genoeg. In de loop van de tijd ging het steeds beter.
Er werd ook veel geappt.
‘Remas heeft hitte’
… duidelijk toch?
Ze had koorts.
‘Judi beetje dronken’
… Oké, die drinkt niet.
‘Zij
is niet slappen’
… Oh, ze slaapt niet.
‘Doaa heeft kielbijn’
, ‘
Meis
heeft gevoeligheid’, ‘ik heb geen zotoslagt’, ‘mijn bervruw zig
tegen mij …’
Maar we hebben elkaar steeds begrepen. Behalve die ene keer
toen Mo in paniek was en dacht dat er iemand van de Dienst
Terugkeer en Vertrek aan de deur stond … gelukkig was het loos
alarm.”
Catharina Drijver:
“Anderhalf jaar lang is ieder van ons op zijn/haar
eigen manier betrokken geweest bij ‘ons gezin’.
Ja, zo noemde iedereen ze ook: ons gezin. Ikzelf
beschouwde me meer als de vliegende kiep. Daar
waar het nodig was, sprong ik in. Nederlands
leren aan Doaa, samen spelletjes doen, kinderen
van school halen, een keer boodschappen doen,
verhuizen, poetsen, sjouwen enz. Omdat ik in de
buurt woon en mijn kleinkinderen op dezelfde
school zaten, kon ik natuurlijk ook een oogje in
het zeil houden. Want ja, je kunt nooit weten. Dat
gevoel was er altijd wel. Als er nou eens iemand
is die … je moet er toch niet aan denken. Het was
in veel opzichten een heel bijzondere tijd. De
oprechte dankbaarheid van Doaa en Mohammed
voelt heel speciaal. De liefde die je terugkrijgt van
de kinderen is hartverwarmend. Ik hoop dat het
heel goed blijft gaan met ze.”
Joyce Steevens:
“Anderhalf jaar lang ben ik iedere week wel een
à twee keer bij ‘ons gezin’ geweest. Wat hebben
we veel samen gedaan en via een vriendin die bij
een opticien werkt, kon ik een bril voor Hassan
‘regelen’. Echt gaaf. Ik bleef vaak eten, wat ook
een bijzondere band schept. De kinderen vragen
veel aan mij en meestal zei ik dan: ‘dat moet je
aan mama vragen.’ Het zegt wel iets over hoe veilig
de kinderen zich bij mij voelen. Dat was ook mijn
grootste drijfveer: veiligheid voor hen. Dat heb ik
ook regelmatig aan de andere mensen in de groep
laten weten omdat ik het niet altijd eens was met
de beslissingen die werden genomen. Maar … ‘we
did it.’ Op zaterdag 2 december ben ik samen met
Doaa en de kinderen eindelijk naar buiten, naar de
markt geweest. Een bijzondere dag die bovendien
bol stond van Nederlandse cultuur: overal zwarte
pieten. Doaa vond het geweldig. Ze kreeg spontaan
een hand van een politieman nadat ik hem verteld
had dat Doaa bang is voor de politie door haar
ervaringen in Syrië. ‘Ik ben jouw vriend’, zei hij
toen hij haar een hand gaf. Dit zijn zo maar een
paar dingetjes uit een lang, bijzonder verhaal.”
Wassim Habib:
“Ik zei meteen ‘ja’ toen mij gevraagd werd om te helpen bij Doaa en haar gezin. De meeste
vrijwilligers spreken alleen Nederlands en Doaa en Mohammed alleen Arabisch en dat gold in
het begin ook voor de kinderen. Nu spreken de kids beter Nederlands dan ik, ha ha! Het zijn
trouwens echte boefjes, alle vier, ik hou van ze! Soms moesten er moeilijke boodschappen
gebracht worden en dan werkt het toch het beste als dat in de eigen taal kan. Hoewel er ook
contacten waren met artsen die om niet hun hulp aanboden, was het toch gemakkelijk dat
ik als arts kon inspringen als er eens iemand ziek was. Gelukkig ging het nooit om hele grote
dingen en was een advies of een zelfmedicatiemiddel voldoende. Als het echt niet anders kon,
namen we natuurlijk geen risico en moest er een regulier consult plaatsvinden. Ik begrijp dat
het voor de vrijwilligers een hele geruststelling was dat ze op mij konden rekenen. En ja, dat
dit meestal in het weekend of ’s avonds was … niet erg hoor. Ik ben heel erg blij voor de familie
dat ze aan een ‘normaal’ leven kunnen beginnen. Ik wens ze veel geluk!”
25