Nelly Moonen-Wulms:
van
Bera-meisje
tot Business-woman
In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw emigreerden duizenden Nederlanders naar de andere kant
van de wereld. Naar schatting vertrokken 126.000 Nederlanders naar Australië om daar een nieuw leven
op te bouwen. Eén van hen was de 18-jarige Nelly Moonen-Wulms uit Weert. Samen met haar man Gerard,
met wie ze van tevoren halsoverkop was getrouwd, zette ze op 31 januari 1962 voet aan wal in Melbourne.
VROUW
SPECIAL
27
Het emigreren werd in die tijd aangemoedigd
door de Nederlandse en Australische overheid.
Mensen werden verleid met posters met daarop
wuivende palmen en daaronder drie gebrons-
de lijven op een uitgestrekt strand. Boven het
droomtafereel stond met sierlijke letters: ‘It
could be you tomorrow!”. In een door de Tweede
Oorlog verwoest land met volop werkloosheid en
woningnood was de gedachte al snel: Waarom
niet? Dat gold ook voor Nelly. Ze wilde weg uit
Nederland.
Familiebanden
Nelly Moonen werd op 14 februari 1943 geboren
in de schuilkelders van Vlodrop. Het was oorlog
en de familie Wulms was gevlucht uit Weert. Toen
Nelly vier jaar was, verhuisde het gezin terug
naar Weert. Vader Jan Wulms en moeder Ann van
Tuel woonden op de Hofakkerstraat. Het gezin
bestond, naast Nelly, uit nog vier broers en een
(gehandicapt) zusje. Door een ongeval verloor
vader Jan vlak na de Tweede Oorlog zijn been
waardoor het gezin weinig inkomsten had en van
weinig geld moest rondkomen. Nelly: “We woon-
den in een oud winkelpand met twee slaapkamers
en een keuken. De badkamer met toilet was in
een opslagruimte. Boven ons woonde een andere
familie met twee volwassen kinderen en een opa.
Zij moesten door onze keuken lopen om naar de
wc te kunnen. Om de oven te verwarmen en te
koken (op gas) had mijn moeder munten nodig. Ik
weet nog goed dat mijn moeder geld moest lenen
bij de buren om de gasmeter te laten lopen om
te kunnen koken tot het weer betaaldag was”,
vertelt Nelly.
Lopende band
Nelly ging naar de katholieke lagere school.
“Vóór en na school gingen we op een boerderij
bessen plukken. We kregen 2 tot 4 cent per kilo.”
Daarna volgde de huishoudschool, kinderen wa-
ren leerplichtig tot hun 15e levensjaar. Toen Nel-
ly vijftien werd, zei haar vader: “Nu kun je gaan
werken.” Dat deed ze bij de familie Van Brussel,
een gezin met twee kleine kinderen. Ze werkte
van 8 uur ’s morgens tot 7 uur ’s avonds, behalve
woensdag en zondag. Op die dagen mocht ze, na
de afwas van de lunch, naar huis. Op 17-jarige
leeftijd had ze twee banen bij de Bera-tricota-
gefabriek. Frappant genoeg bezit Nelly nu een
appartement aan de Blekerstraat, precies op de
plek waar 60 jaar geleden de Bera-fabriek stond.
Knellende banden
Lange dagen werken, woningnood, ruimtege-
brek, dominante ouders; Nelly wilde weg uit Ne-
derland. Kennissen waren het jaar ervoor al naar
Australië vertrokken en die waren heel enthou-
siast. Maar Nelly mocht niet alleen. “In die tijd”,
vertelt Nelly, “hadden ouders nog heel veel te
vertellen. Zeker tot je 25e jaar. Ik mocht niet al-
leen naar Australië. Wel als ik getrouwd was.” En
dus trouwt de 18-jarige Nelly met Gerard Moo-
nen. Een jongen die ze amper kent maar die, net
als zij, wil emigreren naar het ‘beloofde land’.
De reis met het schip ‘De Waterman’ duurde zes
weken (tegenwoordig kun je met het vliegtuig
binnen 22 uur in Melbourne zijn!). De enorme
zeeziekte zal Nelly niet snel vergeten.
Eenmaal aangekomen blijkt de Australische be-
volking minder gastvrij en is het leven er harder
dan was voorgespiegeld. Ook in Australië heerste
woningtekort. Nelly: “Mijn vrienden hadden een
huis voor ons geregeld maar dit bleek een oude
garage te zijn met daarin een houtoven. Buiten
was het 40 graden Celsius maar toch moesten we
hout hakken en binnen koken in extreme hitte.
Alle was moest met de hand. Het leven was zeer
oncomfortabel. “
Band verbreken
Echtgenoot Gerard werkt als staalwerker in een
fabriek. Hij moest daarvoor een half uur met de
trein en een half uur lopen. Hij verdiende 10
pond per week. Nelly: “We moesten 3 pond beta-
len voor de huur, 1 pond voor de trein en 1 pond
voor zijn pak. Dus veel bleef er niet over.” Nelly
was ondertussen hoogzwanger. Vijf maanden na
aankomst in Australië kregen Nelly en Gerard hun
eerste zoon. “We hadden maar één kleine slaap-
kamer. Onze baby sliep in de kast waarin onze
kleren hingen.” Zes weken na de bevalling ging
Nelly aan de slag bij een slippersfabriek in Lilyda-
le. De buren pasten op de baby. Na een half jaar
volgde een andere baan met een hoger salaris.
Nelly: “Eind ’64 hadden we 750 pond gespaard.
weg
van
hier
Door Monique van den Brandt