van taxivervoer, later kreeg ik een aangepaste
auto. Maar dat soort zaken moet je allemaal
zelf aanvragen. De rolstoel bijvoorbeeld, die ik
in Hoensbroek had, mocht ik niet meenemen. Er
moest er nu een van de gemeente komen, maar
voordat zoiets geregeld is… Je loopt overal tegen
bureaucratische obstakels aan. Ik heb hier klap-
pers staan met alle correspondentie uit die tijd,
daar is een voetbalclub nog blij mee vanwege de
waarde van het oud papier. Uiteindelijk hebben
we pas in april 1996 met hulp van de bouwvereni-
ging en de gemeente een aangepaste woning in
het Paradijsstraatje gekregen. Mijn broer Tjeu en
schoonbroer Jos Hendriks, die beiden in de bouw-
wereld zaten, hebben de bouw toen begeleid
want daar komt heel wat bij kijken aan specifieke
aanpassingen, afmetingen, draaicirkels en derge-
lijke. Na zeven jaar hebben we toch het verzoek
gedaan weer een andere woning voor ons te zoe-
ken. Niet alleen vanwege het inpandige balkon
waar ik met de rolstoel niet op kon manoeuvre-
ren maar ook vanwege het opgesloten gevoel en
het ontbreken van een tuin. En ik moet zeggen,
woningvereniging en gemeente zijn heel behulp-
zaam geweest bij de aanpassingen aan onze hui-
dige woning hier aan de Beltmolen.”
Carrière voor en na ongeval
Jos werkte vóór zijn ongeval als procescontro-
leur bij Philips in Weert. Daar was hij ook bij de
bedrijfsbrandweer en de bedrijfshulpverlening.
In zijn vrije tijd was het een druk baasje. Naast
de bedrijfsbrandweer was hij ook lid van de vrij-
willige brandweer van de gemeente Weert. Hij
was vrijwilliger bij de fakkelestafette en hij was
scheidsrechter bij het handbal. “Daar ben ik toe-
vallig ingerold omdat mijn vrouw Henny destijds
handbalde.”
Na zijn terugkeer uit Hoensbroek heeft Jos nog
tien jaar in een aangepaste functie bij Philips
gewerkt. Toen de vestiging Weert werd geslo-
ten, werd hem vanuit het sociaal plan een goede
regeling aangeboden. Jarenlang heeft Jos nog
rolstoeltafeltennis gespeeld en daar ook een be-
stuursfunctie vervuld. Nog steeds is hij vrijwil-
liger bij de fakkelestafette. Hij is vijf jaar lid
geweest van het Platform Gehandicapten Weert
en zet zich als vrijwilliger wekelijk in bij de dag-
besteding van PSW aan de Edisonlaan. Ook is hij
vrijwilliger in het Huis van Nicolaas waar hij acht
jaar de rol van rolstoelpiet heeft gespeeld. Tij-
dens Bospop helpt hij ieder jaar bij de bonnen-
verkoop.
Gevolgen voor sociale contacten
Al deze gebeurtenissen hebben een zware wis-
sel getrokken op de sociale contacten van Henny
en Jos. “Van de beide families hebben we echt
enorm veel hulp gekregen, maar echte vrienden
hou je weinig over. Misschien heeft het ermee te
maken dat wij niet graag een beroep op anderen
doen en bij familie is dat gewoon een vanzelf-
sprekendheid. Wij hadden een grote vrienden-
kring maar nu is het aantal vrienden beperkt.”
Strak leefritme
Als je aan een rolstoel gekluisterd bent, wordt je
leefritme voor een groot deel bepaald door hulp-
verlening en therapie. “Iedere ochtend om zeven
uur op, dan staat de thuiszorg hier. Zij helpen
met douchen en aankleden. Verder krijg ik iedere
twee dagen een darmspoeling en ga ik twee keer
per week naar de fysiotherapie in het St. Jans
Gasthuis. Om drie uur komt de thuiszorg mij hel-
pen met katheteriseren, daarna leggen ze mij in
de buikligging en ga ik rusten. Om vijf uur eten
en daarna de hond uitlaten. Naast mijn vrijwil-
ligerswerk neem ik op dinsdag tijd om alle admi-
nistratie bij te werken. Zeker nu met de bezuini-
gingen in de gezondheidszorg is de administratie
toegenomen, zijn de procedures langer terwijl
de voorzieningen steeds slechter worden. De ge-
meentes zijn eigenlijk door de landelijke over-
heid ‘genaaid’. Dat mag je gerust opschrijven!
Zij moeten het met veertig procent minder geld-
middelen doen. Dat kan dus niet! Zo ben ik eind
2014 begonnen met de aanvraag van een nieuwe
rolstoel en nu pas wordt de voor mij geschikte
stoel geleverd! Aanpassingen aan een auto wor-
den niet meer vergoed, de rollator voor Henny
wordt niet meer vergoed, beugels om vallen te
voorkomen, noem maar op, alles wordt minder.”
Grenzeloos optimisme
Ondanks alles wat hij voor de kiezen heeft ge-
kregen blijft Jos de vrolijkheid zelf. Hij maakt
tussendoor voortdurend kwinkslagen en lijkt
alle tegenslag te bagatelliseren. Dat grenzeloos
optimisme, die opgewektheid, waar haal je dat
toch vandaan? “Ik heb me erbij neergelegd, het
is zoals het is, veranderen of terugdraaien is toch
niet mogelijk. En als je in Hoensbroek rondkijkt
dan zie je dat het allemaal nog veel erger kan.
Ik heb nog geluk gehad met mijn lage dwarslae-
sie.” Intussen is Henny ook aangeschoven: “In
Hoensbroek konden Jos en ik nog andere mensen
helpen, bijvoorbeeld tijdens de maaltijd. En je
wordt er ook mentaal veel sterker, je krijgt er
psychologische begeleiding. Nu maak ik zelf drie
keer per week gebruik van de dagbesteding van
de Stichting Gehandicapten Limburg. Maar ook
daar hoor je nauwelijks iemand klagen. Mensen
die zeuren die mankeren meestal het minste.”
“Doorgaan! Niet bij de pakken neerzitten. Het
leven is te mooi om achter de geraniums te gaan
zitten”, vult Jos aan.
Toekomst en geloof
Als ik hem tot slot vraag of hij zich nooit zor-
gen maakt over de toekomst, verschijnen er voor
het eerst wat zorgrimpels op zijn gezicht. Voor
het eerst in dit gesprek neemt hij even de tijd
om over zijn antwoord na te denken. “Eigenlijk
leef ik van dag tot dag … maar … de enigen waar
ik mij wel eens zorgen over maak zijn Ralf, zijn
echtgenote Laura (ook CF-patiënte) en Henny.
Wie had twintig jaar geleden gedacht dat dit ons
na mijn dwarslaesie nog allemaal zou overkomen?
Hierboven, dat bestaat voor mij niet meer, hè.”
Als ik hem vragend aankijk, vervolgt hij met: “De
hemel en zo. Wat wij hier allemaal over ons heen
hebben gekregen, nee dat kan een God nooit ge-
wild hebben!”
Jos Keersmaekers, zowel fysiek als mentaal een
man van staal. Met een bewonderenswaardig
doorzettingsvermogen, een enorme wilskracht,
een ijzeren discipline en een grenzeloos
optimisme. Een voorbeeld voor al die klagende
mensen met een onwillige knie, tennisarm of
een opspelende maag. Diep respect voor deze
doorzetter!
mooi
mens
Het is hard werken voor Jos in het
dynamisch parapodium.
tegen mij een beetje gebrekkig Nederlands, ik
begreep er geen klap van.”
Revalidatie
Omdat hij uit een buitenlands ziekenhuis komt
wordt Jos in Maastricht eerst 4 dagen in isolatie
gehouden. Daarna wordt uitgetest in hoeverre hij
nog gevoel in zijn benen heeft. De dwarslaesie
zit vrij laag: T12. Na Maastricht volgt het revali-
datiecentrum in Hoensbroek. “Van de ene op de
andere dag ziet je leven en je toekomst er to-
taal anders uit. Maar je hebt eigenlijk geen tijd
daarbij stil te staan. Je bent zo druk bezig met
een intensief revalidatieprogramma dat er pas
veel later de film voorbij komt van ‘had ik maar
niet losgelaten’. En een echte terugslag kreeg ik
eigenlijk pas na twee jaar. Dan is alles een beetje
achter de rug. Dan heb je een aangepast huis, de
zorg is enigszins geregeld, je komt een beetje tot
rust en dan pas dringt het eigenlijke besef door
en heb je toch ook je moeilijke momenten.”
Aanpassingen
“Toen ik in februari 1995 vanuit Hoensbroek
thuis kwam, woonden wij in de Frederik Hendrik-
straat. Dit huis bleek niet of nauwelijks geschikt
om aangepast te worden. Allerlei opties werden
bekeken en er werd zolang een bed in de woon-
kamer geplaatst. Twee keer per week mocht ik
gaan douchen bij zorgcentrum St. Martinus. Ik
ging destijds drie keer per week naar therapie en
werkte ook nog halve dagen in een aangepaste
werkomgeving. Aanvankelijk maakte ik gebruik
18
“Wat wij
allemaal over
ons heen hebben
gekregen, dat kan
een God nooit
gewild hebben!”