Ik ontmoet Jo Grosfeld (67) en zijn zoon Pascal
(46) in de kelder van hun winkel aan de Langstraat.
Hier hebben ze hun kantine ingericht. Sober en
eenvoudig. Wellicht typerende kenmerken voor
dit familiebedrijf. Hun kracht zit wellicht in die
eenvoud, in de aandacht voor de klant en de altijd
aanwezige opgewektheid.
Jo zit al bijna 50 jaar in het vak. Zijn vader Bèr
Grosfeld startte het familiebedrijf in 1927 met
een winkeltje aan de oude Laarderweg (tegen-
over de voormalige jongensschool). Samen met
zijn broers Hub en Ton werkte Jo in de avonduren
volop mee in de schoenmakerij. In een tijd dat
mensen nauwelijks iets weggooiden, was er voor
de schoenmaker veel werk. Jo: “Werken met m’n
vader was prettig, een fijne man die nooit mop-
perde. Hij werkte hard en hij was een vakman die
mij het vak leerde. Onze zaak was gevestigd aan
de Emmasingel 24, direct aan de straat. Klanten
die voor een reparatie kwamen, moesten eerst
door een gang, vervolgens door de keuken en via
de binnenplaats kwamen zij dan in de schoen-
makerij. Dat was het domein van mijn vader.
’s Avonds zaten we daar vaak met vier of vijf man
de schoenen te herstellen. Want we hanteerde het
uitgangspunt dat alles wat overdag gebracht was
diezelfde dag gerepareerd moest worden. Niets
laten liggen tot morgen. Dat deed ik later ook in
mijn eigen zaak en nu hanteert Pascal diezelfde
aanpak ook in zijn zaak”.
Jo was 18 jaar toen hij de zaak overnam van zijn
vader, die hartpatiënt was geworden. “Je wordt
wel voor de leeuwen geworpen op je 18e, maar
je krijgt zo wel een voorsprong van tien jaar op je
vrienden. Toen zij klaar waren met hun studie had
ik al jaren een eigen bedrijf. In 1970 – zoon Pascal
was toen net geboren- verhuisde Jo naar een pand
aan de overkant van de Emmasingel, de plek waar
hij tot december 2002 gevestigd was. “Ik deed de
schoenmakerij en mijn vrouw had ernaast een win-
kel in dierbenodigdheden. In de avonduren deed
ze onze administratie. Het was hard werken al die
jaren. Er waren in die tijd nog grote gezinnen, dus
meer schoenen per gezin en de kwaliteit was toen
minder dan tegenwoordig. Dus meer herstelwerk.
Maar er waren toen ook veel meer schoenmake-
rijen in Weert dan tegenwoordig. Dus je moest er
voor zorgen dat je onderscheidend bent. Ik breid-
de het assortiment uit, verkocht zoveel mogelijk
accessoires en ging zelfs klompen, tassen en dier-
huiden verkopen. Dat ondernemende had ik van
mijn vader. Die was vroeger zelf rietwerker, daar
maakte hij stoelen van en rieten manden”, vertelt
Jo enthousiast. Het was snel duidelijk dat zoon
Pascal ook in de zaak zou komen. Op z’n 16e kwam
hij bij zijn vader werken. ’s Avonds en ‘s zaterdags
moesten de handen uit de mouwen. “Iedere avond
maakten we klaar wat er die dag was binnenge-
komen aan herstelwerk. Dat betekende dat we
’s morgens nooit wisten hoe laat we die avond
klaar waren”, licht Pascal toe.
Schoenmakerij Grosfeld
In deze nieuwe rubriek portretteren we familiebedrijven uit Weert en Nederweert. Hun geschiedenis, de
samenwerking tussen ouders en kinderen, de veranderingen door de jaren heen. Allemaal onderwerpen
die we belichten.Vaak zijn het ambachtelijke bedrijven waarbij het vakmanschap centraal staat, maar
waar het ook altijd gaat om mensen. In deze eerste aflevering het Weerter familiebedrijf Grosfeld.
Door Desiré Kappert
“Om het vak goed te leren ben ik naar de oplei-
ding voor Schoenhersteller in Den Bosch gegaan.
Er was bij mij geen twijfel om de zaak over te ne-
men. Het was overnemen of weggeven wat pap en
opa hadden opgebouwd. Gedurende die opleiding
werkte ik bij schoenmakerij Ton Cloin in Boxtel.
Dat is heel leerzaam, want je ziet dingen die an-
ders zijn dan in het bedrijf van je vader.” Na twee
jaar kwam Pascal werken in de zaak van zijn vader
Jo. Samen hebben ze daar ruim tien jaar dagelijks
met elkaar gewerkt. Voortdurend met en bij el-
kaar. Hoe is dat? Jo: “Dat ging perfect, nooit een
conflict, nooit ruzie, twee handen op een buik”.
De altijd goedlachse Pascal vult aan: “Het leven is
te kort voor conflicten”. Hoewel het clichématig
klinkt slaat de ondernemer wel de spijker op z’n
kop. Jo: “We hebben hetzelfde karakter en staan
beiden open voor elkaars mening en voor veran-
deringen.
We zien dingen ook altijd in het belang van de
zaak, dus voor de klant. Zowel Pascal als ik zijn
opgewekte en vrolijke types en daardoor hangt er
altijd een prettige sfeer in onze zaak. Fijn om te
werken en fijn voor de klanten.”
familie
bedrijven
27