In februari 2000 gaat Pascal weg bij zijn vader en
neemt op Langstraat 24 de zaak van Paul Vincken
over. Een zaak voor schoenherstelwerkzaamheden
en sleutelmakerij. Daar werd hij ondernemer en
kon werken aan z’n eigen bedrijf. Op dat moment
komt ook zijn vrouw Evelyn in beeld in de zaak, zij
neemt de administratie op zich en samen runnen
ze de onderneming waardoor het een echt fami-
liebedrijf blijft. In dat kleine pandje leerde hij de
andere kant van het vak. Naast het repareren van
schoenen kwam ook het zelfstandig ondernemer-
schap op zijn pad. In die tijd overlegt hij veel met
zijn vader. In december 2002 besluit Jo definitief
te stoppen en neemt zijn zoon Grosfeld Schoen-
makerij over. “Dat was voor mij niet meer zo’n
grote stap. Ik had de opleiding, de kennis, intussen
wat ervaring en het was een goed lopende zaak”,
vertelt Pascal.
Begin 2003 verhuist de schoenmakerij vanaf de
Emmasingel en de Langstraat 24 naar het huidige
pand op de hoek Langstraat / Wilhelminasingel.
Pascal: “Een ideale locatie. Mensen die voorbij
rijden zien onze naam, maar ook het winkelende
publiek komt langs de zaak. En de deur staat altijd
open.”
Jo helpt in die beginjaren nog mee. Op donderdag-
avond en op zaterdag is hij nog steeds in de winkel
actief, staat klanten te woord, herstelt schoenen
en draagt kennis over op de medewerkers. Pascal
heeft naast zijn vader twee personeelsleden in
dienst. “Van hen verwachten we dezelfde flexibe-
le instelling. Alles wat die dag aangeboden wordt
ter reparatie moet diezelfde avond klaar zijn, dus
het kan laat worden. Dat weten ze als ze hier be-
ginnen. Ik ben ermee opgegroeid, maar voor nieu-
we medewerkers is het even wennen. Door deze
werkwijze ben ik vaak ’s avonds aan het werk en
eet ik regelmatig niet mee met mijn vrouw en kin-
deren. Dat is wel eens lastig, maar hier gaat het
werk echt voor het meisje.” Vader Jo knikt beves-
tigend. Hij weet als geen ander hoe het voelt. “En
ik zou weer precies hetzelfde doen als ik het over
moest doen.”
Is het vak veranderd? Jo en Pascal vinden dat dit
nauwelijks het geval is. De schoenen zijn tegen-
woordig wel beter qua kwaliteit en design. Ook
mannenschoenen zijn er tegenwoordig met ge-
kleurde zolen, veters en hakken wat aangeeft dat
ontwerpers er meer aandacht aan besteden.
Daarnaast zijn de machines geavanceerder en
veiliger, maar het ambacht van stikken, lijmen en
hechten is gebleven. “Je maakt iets wat kapot is,
weer heel. Je knapt het op en het ziet er weer
mooi uit. Klanten zijn daarom bijna allemaal blij
als ze naar buiten gaan. Mooi toch?”
Net als zijn vader denkt ook Pascal buiten de pa-
den. Jaren geleden ging hij stomerijdiensten aan-
bieden en sleutels en naamborden maken. Sinds
vorig jaar kan de klant ook terecht voor pasfoto’s.
Waarschijnlijk zal het hierbij blijven, de winkel-
ruimte is volledig benut en verhuizen is niet aan
de orde. Vader en zoon Grosfeld, allebei nuchter
en realistisch (“investeer pas als het mogelijk is”),
vrolijk en met passie en plezier in het vak. En, niet
onbelangrijk, ze worden gesteund door hun vrou-
wen. Jo geeft aan dat hij nog door wil gaan zo lang
als hij het leuk vindt en het lichamelijk aankan.
Ondertussen dient de volgende generatie Grosfeld
zich aan. Pascals zoon Mike (21) volgt ook de op-
leiding ‘Schoenhersteller’ in Utrecht. Daarnaast
werkt hij bij een schoenmakerij in Dommelen.
“Hij moet het vak ook in de praktijk leren en dat
kan het beste in een ander bedrijf”.
Waarschijnlijk neemt Mike de zaak ooit over en
zet de familietraditie die overgrootvader Bèr in
1927 startte voort. Opa Jo zal er in ieder geval erg
trots op zijn!
Uw familiebedrijf ook in een portret?
Mail de redactie.
familie
bedrijven
28