Sportieve rechercheur Jolande Weekers: van Sint-Maarten naar de Costa Blanca

Van de Langstraat naar Sint-Maarten en uiteindelijk naar een klein dorpje in Spanje: Jolande Weekers (63) heeft bepaald niet stilgezeten. Haar leven is gevuld met sport, recherchewerk, avontuur en bijzondere herinneringen. Nu geniet ze samen met Bobby van het Spaanse leven. Maar één ding is zeker: ook daar blijft deze geboren spring-in-het-veld volop in beweging.

Orient Beach.

Fournituren en Phantoms

Jolandes verhaal begint boven de winkel van haar ouders aan de Langstraat. Vader Jos en moeder Annie hadden er de zaak Jolande Fournituren. Ze heeft een oudere broer Frank en was van jongs af aan een actief kind. Stilzitten was niet bepaald haar favoriete bezigheid. “Ik was (en ben nog steeds) erg sportief en deelde met mijn vader de liefde voor paarden. Het grootste gedeelte van mijn vrije tijd bracht ik bij mijn pony door.” Daarnaast speelde ze softbal bij de Phantoms en was ze veel buiten te vinden. Haar mooiste herinneringen liggen vooral in de weekenden. “Op zaterdag gingen we als eerste naar de Vijzel. Als die om twee uur dichtging, verplaatsten we ons naar discotheek Carte Blanche. Dat waren mooie tijden.”

Van sportzaal naar politiebureau

Na het Bisschoppelijk College koos Jolande voor een opleiding aan het CIOS in Sittard. Ze behaalde ook haar Lagere Onderwijsakte en gaf tijdens haar opleiding in de weekenden surfles op de grindgaten in Roermond. Na haar opleiding werkte ze vier jaar bij verschillende sportscholen en verenigingen in de omgeving van Weert; aerobics, jazzdans, fitness en stepaerobics. Rond haar drieëntwintigste verhuisde ze naar Zoetermeer. Daar werd haar werk nóg veelzijdiger. Ze gaf skiles op de kunstskibaan in Wassenaar en begeleidde wintersportreizen naar Oostenrijk en Frankrijk.

Hiken Montgo.

Maar al dat sporten had ook een keerzijde. Jolande: “Door het vele sporten kreeg ik steeds vaker blessures. Op mijn tweeëndertigste heb ik de keuze gemaakt om de politieopleiding in Leusden te gaan volgen.” Daarna werkte ze als politieagent en praktijkbegeleider in Den Haag en Leidschendam. Vervolgens specialiseerde ze zich in het recherche vak. Dat bleek uiteindelijk haar grote professionele passie. De rest van haar loopbaan werkte ze als rechercheur. En juist dat vak zou haar leven een nieuwe, onverwachte richting geven.

Het eilandvirus

In 2008 kreeg Jolande vanuit Nederland de opdracht om als rechercheur en dossiervormer ondersteuning te bieden bij het onderzoek naar een vermiste Nederlandse apothekersassistente op Bonaire. “Daar kwam ik in aanraking met het Recherche Samenwerkingsteam, het RST. Dit is een Nederlands rechercheteam dat op verschillende Caribische eilanden actief is en zich bezighoudt met onder meer drugssmokkel, wapenhandel, mensensmokkel en liquidaties.”

Na vier maanden keerde Jolande terug naar Nederland. Maar haar hoofd en hart waren deels op de eilanden achtergebleven. “Ik was besmet met het eilandvirus”, zegt ze zelf. Samen met haar partner Bobby besloot ze in 2010 de stap te zetten. Ze vertrokken naar Sint-Maarten. Wat aanvankelijk een detachering van vijf jaar zou worden, groeide uit tot een verblijf van uiteindelijk veertien jaar.

Mahobeach.

Jolande ging na haar detachering aan de slag bij de Landsrecherche van Sint-Maarten, vergelijkbaar met de Rijksrecherche in Nederland. Ze deed onder meer onderzoek naar strafbare feiten door ambtenaren en werkte aan corruptieonderzoeken waarbij ook ministers en andere politici betrokken waren.

Het recherchewerk op de eilanden was intensief, maar tegelijkertijd avontuurlijk. “Met een klein team draaiden we grote onderzoeken, waarbij we te maken hadden met zware criminelen. We waren echt afhankelijk van elkaar en stonden altijd voor elkaar klaar. We waren als collega’s een hechte familie.”

Voor een Nederlandse rechercheur waren ook de werkomstandigheden soms opmerkelijk. Een schiettraining kon bijvoorbeeld plaatsvinden in een afgelegen deel van het eiland. “Je rijdt naar een afgelegen plek, zet een paar kartonnen borden met afbeeldingen van boeven neer en oefent je schietvaardigheid gewoon buiten in de natuur. Ik voelde me echt bevoorrecht dat ik dit allemaal mee mocht maken.”

Schietinstructie Sint Maarten.

Werken tussen de palmbomen

Het leven op Sint-Maarten bestond uit contrasten. Aan de ene kant waren er werkweken van vijftig tot zestig uur. Aan de andere kant lagen na werktijd de stranden, zee en palmbomen letterlijk om de hoek. Jolande en Bobby woonden in een vrijstaand huis op de heuvels, met uitzicht over de zee, de lagoon en de luchthaven. Vrije tijd werd zoveel mogelijk buiten doorgebracht. Tennis, padel, beachtennis en paardrijden waren vaste onderdelen. Er werd gewandeld, gezeild en getuinierd. “Soms gingen we na het werk met een koelboxje en stoeltjes naar het strand om de dag af te sluiten en van de zonsondergang te genieten.”

Ook reizen hoorde bij het eilandleven. Overuren konden worden opgenomen als vrije tijd, waardoor het stel regelmatig andere eilanden en landen bezocht. Jaarlijks gingen ze met vrienden een week zeilen bij de British Virgin Islands. Jolande en Bobby waren betrokken bij de organisatie van de Heineken Regatta, een internationaal zeilevenement op Sint-Maarten. Ze werkten op de startboot, die verantwoordelijk is voor het eerlijk en veilig laten beginnen van de wedstrijden. Toch was het eiland niet alleen maar vakantie. Als rechercheur liep Jolande risico’s. “Op een klein eiland worden mensen die veel onderzoek doen uiteindelijk bekende gezichten. Gelukkig heb ik me in al die jaren nooit bedreigd gevoeld.”

Heineken Regatta

Orkaan Irma

In september 2017 gebeurt er iets dat Jolande nooit meer zal vergeten. Orkaan Irma trok met enorme kracht over Sint-Maarten en richtte grote verwoestingen aan. Het was een heftige periode, maar juist toen zag Jolande ook een andere kant van het eiland. “In tijden van nood was de saamhorigheid ontzettend groot. Iedereen hielp elkaar, iedereen stond voor elkaar klaar en iedereen zat in hetzelfde schuitje. Het was bijzonder om mee te maken dat zo’n gigantische natuurramp mensen zo dicht bij elkaar bracht.” De verschillen met Nederland waren sowieso groot. “In Nederland hebben we de klok en op Sint-Maarten hebben ze de tijd.” Afspraken waren rekbaar, wachten bij een loket heel normaal en als iets vandaag niet lukte, was morgen er ook nog. Die ontspannen mentaliteit moest Jolande eerst leren waarderen. “Als Nederlander ben je dat niet gewend, in Nederland is alles té georganiseerd. Een mix tussen beide culturen zou mooi zijn.”

Drie maanden Marokko met eigen camper.

Even terug naar Nederland

In 2024 veranderden privéomstandigheden alles. Jolande moest haar baan op Sint-Maarten opzeggen en daarmee kwam een einde aan het leven op het eiland. Bobby was inmiddels met pensioen en Jolande ging vervroegd met pensioen. Het afscheid werd verzacht door een bijzondere tussenstap. Vanuit Sint-Maarten vertrokken ze naar Amerika, waar ze drie maanden met een camper rondtrokken. Daarna volgde Nederland. Tijdelijk, want één ding wisten ze al zeker: uiteindelijk wilden ze naar Spanje. Van hun leven op Sint-Maarten namen ze opvallend weinig mee. “We hebben onze hele inboedel achtergelaten. We hebben, zoals ze dat zeggen, ‘ontspuld’. Alleen een paar dozen met persoonlijke spullen, zoals fotoboeken en kleding, gingen mee naar Nederland.” Hier kochten ze een camper met het plan een groot deel van de winter in Spanje door te brengen. Maar tijdens hun zoektocht vonden ze iets dat veel beter bij hun toekomstplannen paste.

Met moeder em Bobby op het terras van ’t Swaentje.

Een nieuw hoofdstuk in Jesús Pobre

In januari 2026 ontdekten ze een huis in Jesús Pobre, een klein dorpje in het binnenland van de Costa Blanca. Na enkele maanden papierwerk verhuisden ze in juni definitief naar Spanje. Jesús Pobre telt ongeveer achthonderd inwoners en ligt op zo’n vijftien kilometer van de kustplaats Dénia. Jolande en Bobby wonen net buiten het dorp, in de ‘campo’ (platteland). Hun vrijstaande huisje heeft een grote tuin en uitzicht op de berg Montgó. Het leven is er een stuk rustiger dan op Sint-Maarten. “We zijn bijna elke dag wel een uur of langer in de tuin en om het huis aan het werk.” Daarnaast is er tijd voor padel, bridge, fietsen en wandelen. Ook het sociale leven moet nog worden opgebouwd. Dat gaat in een klein dorp verrassend snel. “We merken dat mensen ons snel leren kennen. Ze waarderen het dat we een redelijk woordje Spaans spreken.”

Drie maanden USA.

De tijd nemen

De Spaanse cultuur sluit verrassend goed aan bij wat Jolande op Sint-Maarten heeft leren waarderen. Winkels zijn ’s middags vaak gesloten vanwege de siësta. Op zondag is vrijwel alles dicht. Mensen eten later en het tempo ligt lager. “Eigenlijk bevalt dit wel prima. Zeker in de warme zomer trekken we ons in de middag terug in huis en gaan we later weer naar buiten.” Op zondag is er in Jesús Pobre een markt die volgens Jolande absoluut een bezoek waard is. Geen toeristische attractie vol haastige bezoekers, maar een plek waar de lokale bevolking samenkomt. “Bewoners zitten op een plastic stoeltje onder de bomen, ontbijten, drinken een glaasje wijn en luisteren naar een band die elke zondag optreedt. Hierdoor krijg je het echte Spaanse gevoel.”

Wat de toekomst brengt, weet ze niet precies. “Genieten van het Spaanse leven,” is haar antwoord. Voor de lezers van Weert Magazine heeft ze nog een boodschap: “Leef nu. En als je ooit de kans krijgt om voor je werk naar het buitenland te gaan, grijp die kans dan met beide handen aan. Het is een prachtige ervaring en verrijkt je leven op een heel bijzondere manier.”