Tussen orgelklanken en collegebanken

Ondanks dat het ledental van de katholieke kerk jaarlijks daalt, vinden jongeren juist steeds vaker de weg terug naar het geloof. Bij de 20-jarige Ospelnaar Willem Tullemans is dit niet het geval: Bij hem heeft het geloof altijd een belangrijke rol in zijn leven gespeeld. “Mijn ouders hebben mijn broertje, zusjes en mij katholiek opgevoed. Bijna elke zondag gingen we mee naar de kerk. En dat was echt niet onder dwang”, lacht hij. “Mijn ouders hebben ons sowieso heel vrij gelaten in onze relatie met religie.”
Willem put veel kracht uit zijn geloof. Zeker als er zich wat moeilijkere situaties voordoen. “Zoals tijdens de coronaperiode bijvoorbeeld. Dan merk ik dat ik er veel steun en rust in vind.”

Muzikaal talent

Het gezin waarin Willem opgroeide is erg muzikaal vanuit moeders kant. “Mam speelt piano en zingt in het (kerk)koor. Die voorliefde voor muziek hebben we allemaal overgenomen. Ik ben zelf rond mijn 7e begonnen met pianolessen. Een fijne hobby, waarin ik mijn creativiteit goed kwijt kon. Rond mijn 14e opperde mijn vader het idee dat het ook leuk zou zijn om orgel te leren spelen. Dat leek me een mooie uitdaging. Ik nam lessen en mijn spel ging, mede dankzij mijn jarenlange ervaring op de piano, snel vooruit.” Na enkele jaren mocht Willem voor de eerste keer een mis in de Lambertuskerk van Nederweert begeleiden met een paar liedjes. “Dat was wel even spannend. Vanwege de akoestiek is het geluid daar voller en warmer; de klanken galmen lekker door. Het was een schitterende ervaring”, vertelt hij stralend.

Zo werd er bij de kerk ook over gedacht, want sindsdien speelt hij er ongeveer drie van de vier zondagen in de maand. Ook op andere plaatsen weten ze hem inmiddels te vinden. Zo speelt hij weleens in de kerk op Boshoven, in Leveroy en Nederweert-Eind.
Willem is zich ervan bewust dat orgel spelen vaak geassocieerd wordt met wat oudere mensen: “Maar dat maakt het juist leuk. Op Tweede Kerstdag kwam er bijvoorbeeld een vrouw naar me toe na de mis. Ze vroeg of ik de muziek gespeeld had. Toen ik bevestigend antwoordde, was ze blij verrast en vertelde ze me dat de muziek haar zo geraakt had. Dat zijn voor mij hele dankbare momenten!” Daarnaast geniet Willem van het vertrouwen en de vrijheid die hij krijgt als hij speelt. “Er wordt niet gewerkt volgens een strakke playlist. Als ik bijvoorbeeld, naast alle kerkelijke liederen, een keer een popliedje speel, wordt dat zelfs erg gewaardeerd.”

Plezier doorgeven

Al op jonge leeftijd ging Willem in de zomer naar katholieke jeugdkampen door heel Limburg. Hij legt uit: “Eigenlijk waren het net reguliere vakantiekampen, maar dan met een religieuze invalshoek. Tot mijn 12e nam ik deel aan jongenskampen. Daar waren we bezig met sport- en spelactiviteiten, met daarnaast ruimte voor verdieping in het geloof. Tot mijn 18e ging ik vervolgens mee met survivalkampen, waar we outdoor activiteiten deden. Naast de jongerenkampen gaat het gezin Tullemans ook naar gezinsweekenden in het klooster in Steyl. Willem koestert mooie herinneringen aan al deze kampen en weekenden. “In tegenstelling tot het dagelijks leven is daar iedereen bezig met het geloof. Dat schept toch een band.” Toen hij zelf gevraagd werd om leider te worden van het jongenskamp, hoefde hij niet lang na te denken. “Ik wil het plezier dat ik zelf beleefd heb maar wat graag doorgeven aan een volgende generatie. In de zomer van dit jaar ga ik zelfs deel uitmaken van de hoofdleiding. Een hele mooie stap!”

Realistisch toekomstperspectief

Naast zijn passie voor de muziek, studeert Willem Diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht. De interesse voor dieren is ontstaan bij zijn grootouders. Aan moeders kant hebben ze kippen, ganzen en vroeger zelfs een pony. Bij opa en oma van vaders kant hadden ze schapen. “Toen ik op het VWO zat, kregen we een paar kuikens en dat gaf de doorslag: ik wilde met dieren gaan werken.” De selectie voor Diergeneeskunde is echter behoorlijk streng. Van de ongeveer 1200 aanmeldingen per jaar, worden slechts 250 studenten toegelaten. Willem moest een selectietoets maken en studeerde daar behoorlijk wat uren voor. En met resultaat. Hij behoorde tot de 100 beste studenten en mocht de opleiding gaan volgen. “Dat doe ik nu al 1,5 jaar met veel plezier”, laat hij weten. “Ik heb al mijn tentamens gehaald, heb een leuke kamer in Utrecht en een mooi sociaal leven hier.”
Toch blijft de droom een terugkeer naar het zuiden. Als organist? “Nee, als veearts”, lacht hij. “Die passie is groter dan mijn liefde voor het orgel en daar kan ik ook mijn boterham mee verdienen. Daar ben ik heel realistisch in. Uiteraard wil ik orgel blijven spelen, maar dan als hobby. Een mooie combinatie, toch?”