24 oktober 2026 | Auteur: Maartje Derckx
Josefien Seerden, een warm bad in Weert
Ik herinner me een warme ruimte, de geur van chloor, kletsende ouders aan tafeltjes. De trap naar boven, waar mijn vader me hielp omkleden, waardoor ik mijn leuke badpak zowat achterstevoren aanhad. Ik liet me het koele water in zakken. Vanaf daar stak ze haar hand naar me uit: mijn lieve zwemjuf. Vriendelijk, duidelijk en vooral geduldig. Nu, 38 jaar later, help ik er mijn jongste kind in zijn zwembroek.

Vanavond, nadat de zwembadruimte weer schoon en opgeruimd is achtergelaten, neem ik daar plaats, aan een van die tafeltjes. Niet veel later schuift ze aan: Die lieve zwemjuf van toen. Ze kent me nog, zoals ze veel van haar zwemleerlingen nog bij naam kent. Inmiddels is Josefien 92 jaar en eigenlijk niet eens zoveel veranderd. Samen met haar, haar zoon Manuel en zijn vrouw Nicole praten we over haar leven. Over de jonge vrouw die ze was, haar familie, de tijd waarin ze opgroeide en de keuzes die ze onderweg maakte in haar rijkgevulde leven tot nog toe.
Handen uit de mouwen
Dat leven begint in 1934 in Heeze. Josefiens ouders zijn rasechte Weertenaren, maar vanwege het werk van haar vader bij de spoorwegen wonen ze een tijd buiten Weert. Josefien is een van twaalf kinderen: vijf zussen, zes broers. “We moesten allemaal mee aanpakken,” zegt Josefien er zonder dramatiek over. Haar jeugd valt samen met de oorlogsjaren en de wederopbouw daarna. Er moet van alles gebeuren en iedereen draagt zijn steentje bij. Ondanks de roerige tijd bewaart Josefien warme herinneringen aan haar jeugd. In het grote gezin is er altijd leven in huis en juist het samenzijn met haar familie koestert ze. Tijdens de oorlog biedt het gezin onder andere onderdak aan een gestrande jongeman uit Volendam die niet terug kon vanwege de Duitse bezetting in Volendam. Uit die toevallige ontmoeting ontstaat een bijzondere band die nog jarenlang standhoudt. “We zijn altijd contact blijven houden. Later nodigde hij mij, mijn man en onze kinderen uit om bij hen op bezoek te komen. Dan genoten we samen van heerlijke gerookte paling,” mijmert Josefien.

Verliefd bij SV Laar
Ook later in haar leven blijven zulke vriendschapsbanden belangrijk. Als jonge vrouw is Josefien samen met haar zussen en vriendinnen vaak te vinden aan de kant bij SV Laar, de voetbalclub die uiteindelijk een bijzondere plaats krijgt in het leven van haar hele gezin. Daar ontmoet ze, ze is begin twintig, Frans Seerden: een verdienstelijk voetballer van het eerste elftal. De twee worden verliefd, trouwen en krijgen samen vier zoons: Manuel, Hans, Rob en Guido. Frans vindt werk bij de gemeente Weert, waar hij als ambtenaar op de afdeling financiën aan de slag gaat. Ook daar is het flink aanpoten. Weert is in die jaren nog niet de grote, financieel gezonde gemeente die het nu is.


Dromen bouwen in twee garages
Ook Josefien wil graag aan de slag. Actief en sportief als ze is, kiest ze voor opleidingen in gymnastiek en zwemmen. Ze geeft les in het buitenbad van de IJzeren Man en veel later ook bij Bausch aan de Parallelweg. De vier jongens zijn dan tussen de 7 en 16 jaar oud, dus past ze haar werk aan het ritme van het gezin aan. Zo kan ze haar liefde voor sport en lesgeven combineren met de zorg voor haar kinderen.

Er komt op een gegeven moment een interessante andere woning vrij in dezelfde wijk. Bij het huis staan twee garages en juist die brengen hen op een idee: wat als ze daar een eigen zwembad van maken? Josefien en Frans besluiten ervoor te gaan en laten de garages ombouwen. Aannemer Harry Meulen is als aannemer betrokken en realiseert hun droom. Een flinke stap, maar wel een waarin hun kwaliteiten mooi samenkomen. Frans heeft vanuit zijn werk bij de gemeente verstand van financiën en administratie, Josefien brengt haar ervaring als zwemdocent mee én haar natuurlijke manier van omgaan met mensen. Hij houdt zich vooral bezig met alles achter de schermen, zij staat in het water. In 1981, Josefien is dan 47, opent Zwemschool Josefien haar deuren.

Paniek om een pan spek
Wie ooit les van Josefien heeft gehad, zal haar manier van lesgeven waarschijnlijk nog herkennen. Ze is vriendelijk en geduldig, maar niet van het eindeloos onderhandelen. Vond een kind iets spannend, dan gaf ze vertrouwen en duidelijkheid tegelijk. Soms was een kleine handreiking al voldoende. “Dan zei ik: Kom maar, we springen er samen in”, vertelt Josefien met haar kenmerkende bescheiden glimlach. “Ik had natuurlijk al vier jongens opgevoed, dus ik was ook wel wat gewend.” Zo groeit de zwemschool uit tot een echt familiebedrijf, letterlijk naast hun woonhuis. De jongens groeien ermee op, zwemmers komen en gaan en tussendoor draait het gewone gezinsleven gewoon door. “Dat ging ook weleens mis”, lacht Manuel. Josefien moet even graven in haar geheugen, maar schiet dan ook in de lach. Ze denken terug aan die zondagochtend waarop Josefien alvast een pan met spek op het vuur zet voor het ontbijt. Intussen arriveren de eerste recreatiezwemmers. Plots vraagt iemand gekscherend of Josefien aan het barbecueën is. Niet veel later hoort ze Donar, de hond van de familie, luid blaffen. In huis blijkt de keuken inmiddels zwart te staan van de rook. De pan met spek staat nog altijd op het vuur.
“Donar was ons brandalarm”, zegt Manuel. “Anders had het er hier nu misschien heel anders bij gelegen.” Josefien en Manuel lachen er samen om. Een herinnering uit de tijd waarin wonen, werken en gezinsleven soms wel héél letterlijk in elkaar overliepen.

Vroege vogels en een kunstgebit
Als Frans op zijn 59ste met de VUT gaat, raakt ook hij nog meer betrokken bij de dagelijkse gang van zaken in de zwemschool. Dat vond Josefien een fijne tijd. “Als ik ’s morgens al vroeg in het water lag, kwam hij me een lekkere kop koffie brengen. Zo was Frans.” En vroeg betekent soms ook écht vroeg. Een groep vrachtwagenchauffeurs komt samen op zwemles voordat de werkdag begint. Rond 7.00 uur liggen de mannen al in het water. Met één van hen moet Josefien het drijven oefenen. Dat lukt aardig, totdat plots zijn kunstgebit losschiet en naar de bodem van het zwembad zinkt. Josefien ziet het zo weer voor zich en begint te lachen. Tussen al die vroege uren en serieuze zwemlessen viel er gelukkig ook genoeg te lachen. Manuel vult aan: “Je kunt je wel voorstellen dat volwassenen die zwemles nemen vaak al een behoorlijke drempel over moeten om überhaupt te komen. En in zo’n groep worden er als vanzelf ook persoonlijke dingen gedeeld. Je bent daardoor niet alleen zwemjuf of zwemmeester, maar soms ook een soort psycholoog. Dat vind ik juist mooi.” Het zijn intensieve jaren, waarin Josefien heel wat uren in het water doorbrengt. Spijt heeft ze daar nooit van gehad. “Ik genoot echt van de mensen die kwamen zwemmen.” En die mensen komen niet alleen voor zwemles. In het weekend gaat het bad ook open voor recreatief zwemmen. Kinderen, volwassenen en soms hele gezinnen staan dan popelend voor de deur. Vooral op zondagmorgen is het een levendige bedoening: mensen betalen aan de deur en met maximaal zo’n twintig zwemmers in het bad blijft het kleinschalig en vertrouwd.

Wandelende encyclopedie
En dan nog even over die andere belangrijke plek voor Josefien: SV Laar. Frans speelt er in het eerste en zit jaren later ook in het bestuur, ook de vier zoons voetballen er. Als Manuel zegt naar Wilhelmina te willen, is zijn vader kort en duidelijk: “Nee. Op Laar!” Manuel grijnst. “Ik ben er ook nooit meer weggegaan.” Ook Josefien zet zich in voor de club. Ze haalt contributie op en helpt mee met kienavonden. Bijzonder zijn de uitwisselingen met Engeland, die ruim twintig jaar lang plaatsvinden. De families bezoeken elkaar over en weer en uit die ontmoetingen ontstaan hechte vriendschappen die ook buiten het voetbal blijven bestaan.
Manuel herinnert zich zijn vader als iemand met een brede belangstelling, ook voor het Weerter dialect en de Weerter geschiedenis. “Mijn vader was een wandelende encyclopedie. We konden voor alles bij hem terecht. Ook zijn kleinkinderen nam hij graag op sleeptouw om ze van alles te leren. Dat was prachtig.”
Na jaren waarin gezin, werk, zwemschool en verenigingsleven veel tijd hadden gevraagd, is er meer ruimte om samen op pad te gaan. Josefien en Frans maken busreizen door Europa; vooral een bezoek aan Auschwitz maakt diepe indruk op hen.
Het stokje overgedragen
Intussen raakt Manuel steeds meer betrokken bij de zwemschool. Na een tijd bij het Korps Mariniers, volgt hij een opleiding bij het CIOS. Dat hij uiteindelijk zijn moeder zal opvolgen, staat dan nog niet vast. De zwemschool wordt simpelweg steeds drukker. “Mijn vader kwam met een voorstel: Stap in, Manuel.” En dat doet hij. Manuel komt zijn moeder ontlasten en jarenlang staan ze samen in het zwembad. Soms ligt hij er wel 35 uur per week in. “Die samenwerking was heel fijn”, zegt Josefien. Hun manier van lesgeven verschilt weleens. Manuel noemt zichzelf wat strenger.
Josefien vertrouwt op haar eigen persoonlijke aanpak. Toch delen ze dezelfde basis: aandacht voor de mensen in het water en plezier in het lesgeven. In 1997 neemt Manuel de zwemschool officieel over. Voor Josefien is het fijn om te zien dat wat zij en Frans hebben opgebouwd, binnen de familie verdergaat. “Dat mijn zoon het zo goed heeft opgevolgd, vind ik heel waardevol.”

Verwenoma omringd door liefde
In de jaren erna is er ook verdriet. Frans krijgt maagkanker en is langere tijd ziek. Zijn laatste fase is zwaar en pijnlijk. In 2019 wordt duidelijk dat zijn einde nadert. Josefien: “De hele familie verzamelde zich om hem heen. Zelfs zijn kleinkinderen, waar hij zielsveel van hield waren er, behalve één.” Manuel: “Eén van onze kinderen was op vakantie in Mexico. Bij aankomst in Nederland ging ze rechtstreeks naar haar opa. Ook zij kon hem nog uitgebreid vasthouden en knuffelen.” Het wordt een emotioneel weerzien en tegelijkertijd een waardig, collectief afscheid. Het lijkt of hij heeft gewacht op al zijn dierbaren. Diezelfde nacht overlijdt Frans.
Die hechte familie is het tot op de dag van vandaag. Josefien is inmiddels oma én overgrootmoeder; er zijn twee achterkleinkinderen. Voor haar achterkleinkinderen is ze ‘Omi’. “Ik ben een verwenoma”, zegt ze trots. “Vroeger kwamen de kleinkinderen tussen de middag vanuit school bij ons een broodje eten.” “Broodjes van Bakker Bart!”, onderstreept Manuel om die ‘verwenliefde’ te duiden. Nu zijn de rollen omgedraaid. Als de oudste kleinkinderen weer eens in Weert zijn, nemen ze hun oma graag mee uit lunchen en als oma de portemonnee trekt willen de kleinkinderen daar niets van weten! Het zijn momenten waar ze zichtbaar van geniet. De familie die zij en Frans om zich heen bouwden, staat nu als een huis om háár heen.
Samen de toekomst in
Ook in de zwemschool dient zich inmiddels een nieuwe generatie aan. Manuel ziet ouders binnenkomen die hier ooit zelf leerden zwemmen en nu langs de kant staan voor hun eigen zoon of dochter. “Dat is een mooi compliment”, vinden hij en Josefien. En er komt opnieuw een moment van doorgeven. Manuel zoekt iemand die de zwemschool en het aangrenzende woonhuis in de toekomst wil overnemen. Dat hoeft deze keer geen familielid te zijn. Veel belangrijker is dat het iemand wordt die begrijpt wat hier in al die jaren is opgebouwd. Iemand die dezelfde waarden belangrijk vindt: persoonlijk contact, aandacht voor kinderen en ouders, duidelijkheid en plezier in het lesgeven. “Wij hebben hier onze ziel en zaligheid in gelegd”, benadrukt Manuel. “De zwemschool is een begrip in de regio en is ons erfgoed.” Juist daarom gebeurt de zoektocht naar de juiste opvolger met zorg en aandacht.

Als Josefien terugkijkt, zijn het vooral de mensen die in haar verhalen boven komen drijven. De vrachtwagenchauffeur en zijn kunstgebit. De volwassenen die hun angst voor water overwinnen. Frans die haar ’s morgens vroeg een kop koffie komt brengen. Manuel die naast haar in het bad komt staan. Haar kinderen, kleinkinderen en inmiddels achterkleinkinderen om haar heen. En al die lieve zwemleerlingen naar wie ze ooit haar hand heeft uitgestoken. Na 92 jaar staat Josefien nog altijd midden in het leven. Al hoeft ze zelf niet meer zo nodig iedere dag het water in. Haar naam staat op de gevel, haar verhalen zitten in dit zwembad. En met haar hoofd boven water, klinken haar vertrouwensvolle, tijdloze woorden voor altijd door in een hoopvolle toekomst:
“Kom maar, we springen er samen in.”