23 mei 2026 | Auteur: Ton Adriaens
José Hermanns: ‘Niet zeuren, aanpakken en doorgaan’
José Hermanns (69) is een vrouw met een no nonsens mentaliteit die van aanpakken weet. Voor 60 uur werken in de week draait zij nog steeds haar hand niet om. In 1990 overlijdt haar man Koos op 37-jarige leeftijd aan een slopende ziekte. In die tijd runnen ze samen hun succesvolle slagerij aan de Graafschap Hornelaan in Weert. José blijft achter met drie kleine kinderen Leon, Corine en Koen, destijds 7, 4 en 1,5 jaar oud.

Bij de pakken neerzitten of zich verliezen in verdriet is er bij José niet bij. Zij besluit de zaak alleen voort te zetten. Opnieuw slaat het noodlot toe; bij jongste zoontje Koen wordt leukemie vastgesteld. Maandenlang wordt hij behandeld in het Amsterdamse UMC. Moeder José is dag en nacht bij hem in ‘de box’ zoals de isolatiekamer in het ziekenhuis wordt genoemd. Haar personeel houdt de slagerij draaiende en familieleden ontfermen zich thuis over de andere kinderen.
Zesendertig jaar later is José nog steeds dezelfde energieke, krachtige vrouw met een werk- en levenshouding die zij zelf verwoordt met ‘niet zeuren, aanpakken en doorgaan’. Haar levensverhaal kan andere vrouwen die in een soortgelijke situatie terechtkomen inspireren, moed geven om door te gaan en te vertrouwen op een betere toekomst.

José Mennen uit Roggel
“Mijn meisjesnaam is José Mennen en ik ben geboren en getogen in Roggel. Mijn ouders exploiteerden daar de kantine van camping De Leistert. Dat was voor ons kinderen een mooie plek om op te groeien waar ik met veel plezier aan terugdenk. Het was overigens voor ons ook hard werken. Om zes uur ’s morgens op om te poetsen en ’s avonds om negen glazen spoelen. Mijn moeder had er wat dat betreft flink de wind onder.”

Koos Hermanns
“Koos is ook van Roggel en ik ontmoette hem, heel ‘romantisch’ in de friettent. Ik was toen al 21 en Koos 26 en we hadden beiden al wat kalverliefdes achter de rug. Op dat moment was ik kleuterjuf en verving ik als invalkracht op meerdere lagere scholen. Het was in die tijd niet zo goed gesteld met de werkgelegenheid in het onderwijs en een vaste baan zat er voor mij niet in. Het contact met kleuters vond ik heerlijk maar het voortdurend weer afscheid moeten nemen viel mij zwaar. In 1979 zijn we getrouwd.

Koos zat al in het slagersvak. Hij had zijn opleiding gekregen bij zijn broer in Nederweert en werkte in de ambachtelijke slagerij van een supermarkt in Ospel. Hij wilde voor zichzelf gaan beginnen en nam de slagerij over van Wijffelaars aan de Graafschap Hornelaan. Voorheen had de legendarische Piet Caris hier jarenlang een slagerij. Ook daar had Koos een deel van zijn opleiding genoten. Jaren later was het de zoon van Piet Caris die bij Koos het vak kwam leren.”
Samen verder
“Toen Koos de zaak overnam ben ik, voordat ik hier in de winkel ging staan, enkele weken bij zijn broer John in Nederweert gaan werken om het vak een beetje onder de knie te krijgen. Eenvoudig is dat niet, ik heb er eens soepvlees verkocht voor sucade. Alle vleessoorten van koe of varken kunnen herkennen en verwerken is een traject van jaren.
Koos was een echte vakman met hart voor de zaak en passie voor het vak. Het liep meteen heel goed. Frans Custers had destijds een slagerij aan de Limburglaan en daar hadden we een goed contact mee. We stemden onze vakanties op elkaar af zodat klanten altijd in de buurt terecht konden.
De eerste jaren woonden we boven de zaak maar toen er kinderen kwamen werd het te klein en kochten we een huis in ons geboortedorp Roggel. Terug naar de ruimte, het buitenleven en onze families.
Na tien jaar kreeg Koos de diagnose maagkanker. Hij sukkelde toen al enkele jaren met zijn gezondheid. Ondanks drie zware operaties en de nodige chemobehandelingen werd de ziekte hem fataal. Vóór zijn overlijden heeft hij nog alles geregeld voor na zijn dood, met uitzondering van het voortbestaan van zijn levenswerk: onze slagerij. Hij wilde mij er niet mee belasten maar ik had me al voorgenomen de zaak voort te zetten. We hadden een chef slager in dienst en na overleg met het voltallige en loyale personeel stond dat besluit vast.”
Wat deed de ziekte en het overlijden van Koos emotioneel met jou?
“Koos zelf zat nogal in de weerstand, kon het aanvankelijk niet accepteren. Toen hij hier in Weert in het ziekenhuis de diagnose kreeg, stapte hij meteen op en ging naar huis. Mijn vader was op 56-jarige leeftijd overleden aan kanker, dus ik had al het een en ander op dat gebied meegemaakt. Het raakt je natuurlijk diep in je emotie maar ik moest sterk zijn voor de kinderen, kon mijn verdriet niet uiten waar zij bij waren. Je wilt ze ook beschermen. Zij hadden tijdens het ziekteproces al veel meegemaakt.
Hoe maak je aan een kind duidelijk dat papa doodgaat? Hoe vertaal je de theorie van de eindigheid van het leven naar de praktijk van een overlijden? Koos was ’s nachts gestorven en ‘s morgens bracht ik de kinderen naar hem toe. ‘Hij is niet dood, hij slaapt’ riep Leon. Ik heb ze laten ervaren dat de warmte uit zijn lichaam was verdwenen. Leon kan zich dat nog allemaal herinneren. Corine en Koen waren te klein. Zij hebben nauwelijks nog herinneringen aan hun vader. Voor mijn emotie gunde ik mezelf weinig ruimte. Je moest dóór. Je wordt geleefd door de omstandigheden en ik ben gelukkig nooit door mijn hoeven gezakt.”

Koen krijgt leukemie
“In juni 1990 stierf Koos en in januari 1991 werd bij Koen acute lymfatische leukemie geconstateerd. Er volgden maanden onderzoek en verpleging in het UMC in Amsterdam. Vanwege besmettingsgevaar tijdens de behandeling verbleef ik samen met Koen in een isolatiekamer, alleen bereikbaar via een sluis. In Amsterdam noemden ze dat een isolatiebox. Mijn gemoed sprong op en neer van verdriet naar hoop en van zorg of Koen het zou overleven naar zorgen over het voortbestaan van de zaak in Weert. En precies in die periode zette mijn chef slager mij het mes op de keel. Hij belde mij op met de mededeling dat hij vanwege de toegenomen verantwoordelijkheid meer salaris eiste en anders zou hij ontslag nemen. Zonder de consequenties te kunnen overzien zei ik ‘vertrek maar’. Daarop heb ik van familie veel steun gekregen. Mijn buurman, die al de boekhouding voor ons deed, ging op zoek naar een plaatsvervanger en vond Evert Caris, de zoon van Piet Caris, bereid de functie van chef slager over te nemen.
In totaal duurde de opname in Amsterdam ruim twee jaar. Met tussenpozen was ik thuis in Roggel waar mijn moeder de zorg over Leon en Corine had overgenomen. Twee jaar na het ontslag van Koen in Amsterdam kreeg hij toch weer leukemie en heeft hij weer een jaar gekuurd. De onzekerheid bleef gedurende de tien jaar die hij daarna nog onder controle stond.”

Hoe gaat het nu met je kinderen?
“Ondanks zijn ziekte was Koen als kind een fanatiek voetballertje. Er kwamen zelfs scouts van VVV en Fortuna speciaal voor hem naar Roggel. Waren we net terug na een behandeling of controle in Amsterdam, ging hij diezelfde dag nog naar de voetbaltraining. Soms stond hij kotsend op het veld. De chemo had echter een negatieve uitwerking op zijn botten en gewrichten waardoor er een einde aan zijn voetbalcarrière kwam.
Door zijn ziekte en ook door het overlijden van zijn vader heeft hij wat mentale tikken gekregen waarvan hij nog steeds last heeft. Dit terwijl hij na een jarenlange strijd tegen leukemie gezond is verklaard en hij zijn vader nooit echt goed gekend heeft. Hij woont boven de slagerij in Weert en heeft zijn leven weer redelijk op orde.

Corine zou met een vriendin voor een half jaar naar Curaçao gaan om daar te werken in de horeca. Ze was toen een jaar of 26. Haar vriend zou later nakomen. De vriendin kreeg heimwee en vertrok na enkele weken. Corine is nooit meer teruggekomen en heeft daar een bestaan opgebouwd. Het is een prachtig eiland; ik ben er inmiddels al zeker vijftien keer op vakantie geweest.
Leon heeft gekozen voor het slagersvak. In 2006 kwam hij hier in de zaak. Vanaf dat moment heeft hij de complete leiding over de werkplaats overgenomen. Maar ook in de winkel staat hij mij en het overige personeel bij als dat nodig is. Leon is net zoals Koos was, een gedreven vakman. Hij maakt regelmatig weken van 100 uur. Hij heeft zich gespecialiseerd in de verwerking van het Livar-varken en het Angus-rund en heeft diverse nationale en internationale vakwedstrijden gewonnen met eigengemaakte producten. In 2017 heeft hij een tweede zaak geopend: Eetwinkel Ambacht in Neer.”
Welke karaktereigenschappen heb je nodig om uit een diep emotioneel dal te komen en het bedrijf van je man voort te zetten?
“Ik zou het echt niet weten. Zoals ik al zei: je wordt geleefd en je moet dóór. Het verdriet van het overlijden van Koos en de zorgen om Koen raakten me intens maar ik heb het een plek kunnen geven.
Qua karakter lijk ik op mijn moeder. Zij wist van aanpakken en eiste dat ook van ons. Een gemakkelijk leven heeft zij niet gehad. Mijn vader was namelijk aan de bar van de kantine zelf zijn beste klant.
Maar moeder was een sterke vrouw. Alle vrouwen in de familie van mijn moeders kant zijn in de negentig geworden, dus het zal wel in de genen zitten.”

Is er rust in je leven gekomen?
“Ik heb geen rustig maar wel een gelukkig leven. Vier jaar na het overlijden van Koos ontmoette ik Henk. Of ‘ontmoette’, het was gearrangeerd door Nelly Hunnekens, een van mijn werkneemsters waar ik een hele goede band mee had. Haar man en Henk Kievit waren collega’s. Henk was na een echtscheiding op zoek naar een partner en ik was blijkbaar voorgesteld als mogelijke kandidate. Maar ik wist van niks! Ik kreeg een telefoontje van ene Henk met de vraag om een keer samen uit te gaan. Ik schrok me rot. Het overviel me en ik gaf aan echt niet met een wildvreemde uit te willen gaan. Nelly stelde enkele dagen later voor om dan eens met z’n vieren uit eten te gaan en de rest is geschiedenis. Het klikte tussen Henk en mij. Toen mijn dochter Corine de communie deed heb ik hem voorgesteld aan mijn familie. Dat was best wel spannend want het lag heel gevoelig bij de familie Hermanns. Henk heeft een dochter, Karin, en ook tussen de kinderen onderling klikte het goed. In 1998 zijn we getrouwd en vormden we een gelukkig, samengesteld gezin met vier kinderen. In plaats van een trouwfeest zijn we met z’n allen naar Florida in Amerika gegaan.
Rust vind ik ook in de sauna. Van mijn vriendinnen uit Roggel, waarmee ik vroeger volleybal speelde, kreeg ik eens als cadeau een gezamenlijk bezoek aan een sauna inclusief massage. Ik zag er enorm tegenop om daar naakt rond te moeten lopen. Nu ga ik iedere maandag naar de sauna, heerlijk relaxen. Ook heb ik de rust om een boek te lezen, meegezogen worden in een boeiend verhaal.”

Wat is het belangrijkste advies dat jij aan vrouwen zou willen geven die in eenzelfde situatie terecht zijn gekomen?
“Praat erover en probeer het een plek te geven. Waarschijnlijk omdat ik zelf het een en ander mee heb gemaakt komt het vaak voor dat vrouwen met mij een vertrouwelijk gesprekje aangaan. Ieder verhaal is echter anders, iedere situatie vraagt om een andere aanpak. Ik kan weinig meer bieden dan een luisterend oor en kleine adviezen. Probeer eens zus, doe eens zo. Iets van opluchting en hoop geven. Ik denk dat oprechte belangstelling voor een ander het belangrijkste is. Dat geldt trouwens ook voor winkelpersoneel richting klanten. Een vriendelijk woord, even informeren hoe de vakantie was, dat is gewoon erg waardevol.”