“Helaas Pindakaas”

Soms vraag ik mij iets af. Iets kleins dat zich in mijn hoofd vastzet als vraag. Zeker geen existentiële bespiegeling. Nee, zoiets als ‘Waarom heet pindakaas, pindakaas? Pindakaas heeft namelijk totaal niets met kaas te maken. Smeerkaas dan weer wel. Dat is kaas die je kan smeren. Zou pindakaas daarom zo heten? Omdat je het op een boterham kan smeren? ‘Boterham’ is trouwens ook heel raar. Het is een sneetje brood met beleg en niet een soort ham op basis van boter. En wat denkt u van de wielercommentator die opgewonden roept: ”Daar komen de renners de bocht om gesneld!” Er is er niet één die rent! Ze fietsen allemaal.

Och, het zijn onnozele overpeinzingen, niet de moeite van het vermelden waard. Tot ik las dat in het Europees Parlement was gestemd over het gebruik van het woord vegaburger. Met 355 stemmen vóór en 247 tégen werd besloten dat een vegaburger niet langer vegaburger mag heten. Een burger moet van vlees zijn.
Dit kan toch niet waar zijn? Overheden geven miljoenen uit aan campagnes om mensen gezonder te laten eten -dus niet meer die vette hamburger- en nu de vegaburger eindelijk terrein wint mag hij niet meer vegaburger heten. Zou te verwarrend zijn voor de burger. Die koopt misschien een vegaburger terwijl hij denkt dat er vlees in zit. Nou, ik heb de proef op de som genomen en zo’n idioot ben ik niet tegengekomen! Ik heb aan tien mensen gevraagd of ze het verschil wisten tussen een hamburger en een vegaburger. Negen van de tien waren klip en klaar in hun antwoord: De veel gezondere vegaburger is een vleesvervanger. De tiende vroeg mij of ik niet goed wijs was om zo’n onnozele vraag te stellen!

Maar in het Europees Parlement zitten duurbetaalde politici te vergaderen over de vegaburger. Dat clubje heeft ons ook al opgezadeld met plastic flesjes waarvan het schroefdopje in je neus prikt omdat je anders vergeet het weer op het flesje te draaien. En ‘helaas pindakaas’ werd ons het ‘rietje’ door de neus geboord en vervangen door een papieren kokertje.
De Franse Europarlementariër Céline Imart kreeg tranen van geluk in haar ogen toen ze de uitslag van haar voorstel hoorde. Zou het mevrouw Imart misschien behalve tranen ook euro’s opleveren? Het bleek de lobby van de internationale vleesindustrie te zijn die mevrouw Imart op de gedachte had gebracht de vegaburger te verbieden.

Ik ben voorstander van een sterk Europa, met een gezamenlijke aanpak van de grote problemen: veiligheid, economie, migratie, klimaat. Maar dit reizend circus is doorgeslagen. Ze verhuizen eens per maand, samen met ruim 5000 medewerkers en journalisten, van Brussel naar Straatsburg. Dat kost ieder jaar ongeveer 200 miljoen. En dan gaan ze, door de vleeslobby aangestuurd, vergaderen over de vegaburger? Het is een schande! Ik eis dan ook dat ze onmiddellijk besluiten de vleesindustrie een boete van 200 miljoen op te leggen voor iedere keer dat de naam ‘leverkaas’ wordt gebruikt. Dat vleesproduct heeft namelijk niets met kaas te maken.