achtergrond op de voorgrond
In een later stadium kwam daar ook nog de portefeuille
Financiën bij. Geen ´pretpakket´, zou zoiets in school-
termen bestempeld worden. En dat betekende dus dat
ze zich in de eerste periode regelmatig liet bijpraten
door haar ambtenaren en zich door heel wat schrifte-
lijke stukken heeft moeten worstelen.
In de nog sterk agrarisch georiënteerde gemeente
Nederweert is de portefeuille Plattelandsontwikkeling
geen sinecure, zo ontdekte ze al snel. “Dat betekent
onder meer dat je in het buitengebied een balans moet
zien te vinden tussen verschillende belangen. Een van
die belangen, de intensieve veehouderij is hier een be-
langrijke drager van de economie. Dat is een gegeven
waarmee je rekening moet houden. Maar er zijn ook an-
dere belangen die de aandacht vragen. Zo is, doordat
de veehouderij meer ruimte heeft gekregen, de overlast
door geur en jnstof toegenomen. Dat lijdt tot meer ver-
zet van de burgers. We onderzoeken nu hoe de agra-
rische ondernemer meer ruimte kan krijgen zonder dat
het leidt tot meer overlast voor de burgers. Daar zijn
we in Nederweert, dat op dit gebied geldt als proef-
tuin voor heel Limburg, nu anderhalf jaar mee bezig. We
gaan met een ondernemer naar zijn bedrijf en we hou-
den gesprekken met hem. Dan komen vragen aan de
orde als: wat wil je met je bedrijf, hoe betrek je je om-
geving bij je plannen. We zijn nu op het punt aangeland
dat we een en ander concreet gaan maken.”
Een breder veld bestrijkt haar portefeuille Economische
Zaken. Wernink: “Op dat vlak hou ik me vooral bezig
met héél de bedrijvigheid in Nederweert. Zoals onder
meer met de verdere ontwikkeling van het bedrijventer-
rein Pannenweg.” Ook de horecasector is een onder-
deel van deze portefeuille. De wethouder maakt gewag
van nog een andere wens van het college: het vergro-
ten van de aantrekkelijkheid van dé winkelstraat van
het dorp, de Kerkstraat. “Daarin en net daar omheen
zouden eigenlijk straks alle winkels moeten zitten”. Dat
lijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want ja, hoe
beweeg je winkeliers, die al sinds jaar en dag hun han-
del drijven buiten deze kern, om te verkassen? Door
het voor hen minder aantrekkelijk te maken om erbuiten
te zitten. Winkeliers -ja, ook in Budschop- moeten zelf
inzien dat het in hun eigen belang is om in de kern ge-
concentreerd te zitten.”
Dan doet zich tenslotte ook nog de vraag voor waar
wethouder Renée Wernink zich op het gebied van na-
tuur en recreatie zoal mee bezig houdt. Met uiteenlo-
pende zaken, zo blijkt. Met het natuurgebied Sarsven
en De Banen bijvoorbeeld. Want dat wordt met een stuk
verdroging bedreigd, en aan die ontwikkeling moet een
halt worden toegeroepen. Er is, laat ze weten, daarvoor
elf miljoen euro beschikbaar gesteld door de Europese
Unie, het Rijk, de provincie Limburg, het Waterschap
Peel en Maas en de gemeente Nederweert. Die zeven
á acht ton uit eigen zak is vooral bedoeld om in het
gebied een stukje recreatie tot ontwikkeling te brengen.
Hetzelfde verhaal geldt min of meer ook voor het na-
tuurgebied Grote Peel, waar ook verdroging op de loer
ligt. “Ook daar is vernatting nodig en zal dus iets moe-
ten gebeuren.”
Op het gebied van recreatie heeft het gemeentebestuur
van Nederweert diverse ijzers in het vuur liggen. Zo
wordt gewerkt aan het verder uitrollen van de diverse al
bestaande toeristische netwerken. Wat erop neerkomt
dat onder meer de knooppunten in die netwerken voor
etsers, wandelaars en ruiters worden vervolmaakt. En
dat er ook naar gestreefd wordt om de kleine horeca te
betrekken bij deze routes.
Over ruiters gesproken; Renée Wernink heeft zelf lang
aan paardrijden gedaan. “Maar dat komt er momen-
teel niet meer van”, verzucht ze. Waar ze dan nog wél
tijd voor heeft ondanks haar drukke werkzaamheden?
Zwemmen en tnessen, laat ze weten. Om daar enigs-
zins schuldbewust aan toe te voegen: “Dat lijkt wel wat.
Maar eigenlijk ben ik van nature helemaal niet zo spor-
tief”.
6