‘Het klinkt cliché, maar als ik gitaar speel, voel ik
me lekker, op mijn gemak. Het voelt vertrouwd als
ik het instrument in mijn handen heb; dan heb ik
alles onder controle en weet ik waar ik mee bezig
ben.
Net zoals mijn vader
Als tienjarig ventje begon ik door mijn vader met
akoestische gitaar spelen. Ik zag hem als een voor-
beeld. Toen hij begon met lessen, startte ik ook.
Maar ik was hem vrij snel voorbij. Mijn vader vond
dat niet leuk en stopte er daarom mee. Daarente-
gen ging ik door met gitaar spelen. Ik had les bij
iemand thuis. Ik weet nog dat hij een klapper vol
liedjes met eenvoudige akkoorden had. De eerste
nummers die ik speelde, waren van The Beatles,
Abba en The Rolling Stones. Deze vond ik niet zo
zeer geweldig, het feit dat ik iets kon spelen, gaf
mij een kick.
De elektrische gitaar
Maar langzamerhand verdween mijn interesse
voor de akoestische gitaar. Mijn vader en ik ke-
ken daarom naar andere opties. Ik weet nog dat
ik met hem bij de muziekwinkel wat elektrische
gitaren uitprobeerde. Het moment dat ik voor
de eerste keer een van de snaren op zo’n gitaar
aansloeg was geweldig. Het klonk zo gaaf, ik was
meteen verkocht. Het motiveerde me zelfs meer
met gitaar te doen. Ik ging nummers spelen die ik
echt leuk vond, van ACDC en Metallica. Ook ging ik
mezelf filmen tijdens het spelen en zette ik deze
filmpjes op YouTube. Op aandringen van mijn va-
der ging ik zelfs op straat spelen!
Het eerste bandje
Gitaar spelen groeide uit tot mijn passie. Niet veel
later startte ik mijn eerste bandje. Met hen repe-
teerden we een keer in de week. Veel optredens
hadden we niet, daar waren we ook niet veel mee
bezig. De nadruk lag op het jammen, samen met
vrienden gezellig muziek maken. Wat me wel altijd
bijgebleven is, was spelen op de Koninginnemarkt
in Weert. We hadden een tentje opgezet waarin
we van plan waren de hele middag te spelen. Maar
we kenden maar drie nummers. In het begin was
iedereen enthousiast, maar op den duur waren de
mensen moe van de nummers die ze toen wel tig
keer gehoord hadden.
Rockacademie?
Ik was zestien toen de band uit elkaar ging. We
waren uit elkaar gegroeid. Bovendien was het
mijn laatste periode op de middelbare school. Ik
moest een beroepskeuze maken, dat vond ik las-
tig. Uiteindelijk wilde ik naar de Rockacademie in
Tilburg, maar dat instroomniveau had ik nog niet.
Ik besloot de vooropleiding te doen in Best. Een
keer in de week had ik les en werd ik voorbereid
op de muziekopleiding. Ik haalde daar alleen niet
genoeg uit om een jaar later wel naar de Rockaca-
demie te gaan. Ik was te druk bezig met andere
dingen, zoals de band Uncle Harry waarin ik nu
nog speel.
Herman Brood
Het jaar erop startte ik met eventmanagement.
Ook dit bleek niets voor mij. Ik nam een tussen-
jaar om nog eens goed na te denken wat ik precies
wilde. Samen met de toetsenist van Uncle Harry,
die toen net een studie erop had zitten, trok ik
me terug. We gingen voor onszelf aan de bak. Met
Uncle Harry zorgden we voor optredens, startten
een crowdfunding waarmee we een album opna-
men en probeerden op die manier te groeien. Dit
lukte; het jaar erop werd ik aangenomen op de
Herman Brood academie in Utrecht. Daar zit ik nu.
Hoewel het een mbo-muziekopleiding is, bevalt
het me. Misschien zelfs beter, omdat in tegenstel-
ling tot een hbo-opleiding de focus meer ligt op
praktijkgericht onderwijs.
Toekomst
Mijn drijfveer is te kunnen leven van muziek, op
welke manier dan ook. Hoe dat eruit gaat zien,
weet ik nog niet. Maar ik weet dat ik er altijd veel
voor zal moeten doen om er mijn brood mee te
kunnen verdienen. Je moet realistisch zijn: het is
geen vetpot en de kans om door te breken is klein.
Op dit moment timmer ik hard aan de weg met
Uncle Harry. Eind december stond ik met de an-
dere leden in de finale van de Limburgse talenten-
jacht Nu of Nooit. Daarnaast ben ik met een vriend
bezig met een nieuw project. Met hem op drums
en ik op gitaar vormen we een powerduo dat een
soort psychedelische stonerpop maakt, a la royal
blood en white stripes.’
‘Je moet realistisch zijn: het is geen vetpot en de kans om door te
breken is heel klein.’ Toch haalt Bram van der Schans (21) uit Weert
alles uit de kast om van zijn passie zijn beroep te maken. Dit is zijn
verhaal.
talent
Door Laura Mennen
‘Ik wil kunnen leven van muziek,
op welke manier dan ook
’
5