Weert Magazine - page 6

6
Door Laura Mennen
actueel
Wezenloos keek ze voor zich uit. Zwarte
druipstrepen mascara liepen over haar wangen.
Traanzout markeerde hun weg richting onderkaak.
Zijn bezwete hoofd was vuurrood. Op zijn
voorhoofd tekenden blauwe aderen een grillig pad.
Zijn halsslagader leek ieder moment uit elkaar te
springen. Hij brieste, ging tekeer, maar bij haar
kwam het alleen nog maar binnen als rommelend
onweer dat in de verte wegtrok. Doodse stilten
onderbraken zijn dreigende woorden. Een dier,
klaar om zijn prooi te doden, één moment voor
de sprong. Maar zij kon beeld en geluid niet
samenbrengen tot een coherent geheel. Zij hoorde
zijn stem alsof die opsteeg uit troebel water. Ze
zag scherpe details tegen dansende muren, wit
speeksel in linker mondhoek, neushaar, golvende
beelden in alle schakeringen grauw, zijn grijze,
licht krullende haar om een glimmende schedel,
heftig bewegende lippen, soms zonder dan mét
geluid, oorverdovend geluid.
Hij had plotseling de deur opengesmeten en was
naar binnen gestoven, binnengedrongen in haar
domein. Op dat moment had zij zich gerealiseerd
dat een grens werd overschreden en er geen weg
terug meer was. Dit was voor haar het einde.
Ze voelde zich klein en nietig, breekbaar. Zijn
kracht accentueerde haar zwakte. Het laatste
beetje zelfrespect zou haar ontnomen worden. Ze
onderging het lijdzaam, leeg was ze, opgebrand.
In één klap was ook het laatste restje weerstand
verdwenen. Was ze maar dood, hier, nu, op dit
moment, in een keer. Ze zakte ineen en een ‘film
noir’ trok aan haar voorbij.
Het was begonnen met rare blikken, opmerkingen,
kleine pesterijtjes. Haar complimenteus bedoelde
opmerking ‘strak plan’ werd voortdurend herhaald
maar dan met een toevoeging als ‘strak truitje’
of ‘strak broekje’ waarna er overdreven uitbundig
werd gelachen. Ze vond briefjes in haar handtas:
‘Speel je de ondeugende juffrouw?’ ‘Hot, hotter,
you’re the hottest!’ Ze werd steeds onzekerder,
over haar houding, over haar kleding, haar
manier van praten, hoe ze haar haar zou doen.
Zou ze iets vragen, voorstellen of eisen? Het werd
steeds erger. ‘Waarom zou je niet iets hoerigs
aantrekken?’ Opgeblazen condooms ‘versierden’
onlangs nog haar fiets. Soms werd ze volledig
genegeerd of aangekeken alsof ze een stuk vuil
was, een vertegenwoordigster van de laagste
kaste, paradoxaal genoeg ‘onaanraakbaren’
genoemd. En dat terwijl ze zo haar best deed.
Ze sliep steeds slechter. Iedere ochtend schoof
dezelfde donkere wolk bij haar naar binnen, nog
voordat zij haar ogen opende.
Kon zij zichzelf iets verwijten? Had zij bewust het
risico genomen dat het geven van één vinger, haar
beide handen zou kunnen kosten? Gelegenheid
maakt de dief. Had zij de gelegenheid geboden
haar beetje bij beetje van haar zelfvertrouwen,
haar trots, haar eer te bestelen?
Een donderklap weerkaatste. Weer voelde zij de
pijn vanuit haar onderbuik omhoog schokken totdat
haar keel werd dichtgeknepen. Hard sloeg hij met
gebalde vuist achterwaarts tegen een metalen
archiefkast. Synchroon met het geluid ging er een
siddering door de ruimte. Even stond weer alles
stil, de silhouetten, schilderijen, raamkozijnen.
De oude landkaart van Europa tekende zich scherp
af. Ze kon zelfs ‘Boedapest’ haarscherp lezen.
Alleen zijn onderlip, die trilde. Zijn adamsappel
kondigde de volgende scheldkanonnade aan. Weer
rolde een golf van dreigementen uit zijn mond,
vloekend en vervloekend. “Waag het niet één
weerwoord tot mij te richten! Je ouders, hoe en
waar dan ook, ik weet ze te vinden!” Met gestrekte
arm hield hij zijn mobiel met haar foto voor zich
uit en bestreek zwijgend honderdtachtig graden.
“Dit is een executie, een morele moord!”
Hij had haar gewaarschuwd. “In 4b zit het
schuim der aarde, samengeklonterd tot één grote
slijmerige kwal, geniepig en respectloos. Laat
je niet misleiden door die olijke glimlach, die
hartelijke begroeting, een onschuldige blik. Het
is gespeeld, een obsceen vooropgezet plan. Ze
dagen je speels uit zoals een kitten een bolletje
wol wordt toegeworpen. Het is een provocatie aan
een touwtje: Ga je erop in, word je uitgelachen als
je misgrijpt. Van mikpunt word je schietschijf en
als het moment daar is krijg je dolken in je rug!”
Natuurlijk had ze zijn advies als seniordocent
en persoonlijk mentor niet klakkeloos naast zich
neer moeten leggen, maar in zijn woorden had
de verbitterdheid weerklonken van een man die
de aansluiting met de jeugd van tegenwoordig
had gemist. Zijn dubbele Windsor dasknoop, zijn
spencer, zijn randloze bril, zijn kloosterkruin, het
waren artefacten van een ander tijdperk.
“Driekwart jaar níets tolereren! Hard maar
rechtvaardig zijn. Ga nooit in op persoonlijke
vragen als ‘Ben je moe van het weekend? Hoe
heet je vriend? Je krijgt het onherroepelijk terug
op het moment dat je iemand aanspreekt op zijn
of haar gedrag: ‘Zo juffrouw, moeilijk momentje
met Jasper gehad in het weekend?’ Houd ze kort
en schroom niet om de brutaalste cynisch neer
te sabelen. De vrees hetzelfde lot te ondergaan
zal de anderen de mond snoeren. Pas aan het
eind van het schooljaar mag je iets toegeeflijker
worden. En denk vooral niet dat ze aan je lippen
hangen. Het is likkenbaarden, het voorstadium van
verslinden! Niet dat het altijd heel bewust gebeurt
maar plotseling is hij daar, de kettingreactie, en
storten ze zich met z’n allen op je.”
Nooit eerder had zij zulke bombastische retoriek
gehoord in de beschrijving van een klas middelbare
scholieren. Was hij maar iets milder geweest in
zijn bewoordingen, dan had ze hem misschien
geloofd of in ieder geval iets van zijn raadgevingen
ter harte genomen. Nu stond hij brullend als een
leeuw voor de groep hyena’s.
Uit de ontzielde ogen van de welp sprak enkel
reddeloosheid.
Geen weg terug
Op 14 januari 2018 vond de prijsuitreiking plaats van schrijfwedstrijd
Raadselige Roos 2017
van het
literair café Venray. Enkele citaten uit het juryrapport:"Met het verhaal
Geen weg terug
heeft
T n Ad iaens uit Weert een mooi gedetailleerd verhaal geschreven met een goede plot en een
verrassend einde." / "Goede spanningsopbouw:'waar gaat het naar toe?'" / "Opmerkelijke taalvondsten
zoals 'het schuim der aarde, samengeklonterd tot een grote slijmerige kwal' en 'Het likkenbaarden,
het voorstadium van verslinden' werden enthousiast aangehaald. Met
Geen weg terug
is Ton Adriaens
met overtuiging de winnaar van de Raadselige Roos 2017 voor proza."
Wij zijn er trots op dat onze redacteur Ton Adriaens de 1e prijs in de wacht sleepte in de categorie
Proza. Hieronder zijn bekroonde werk.
De trotse winnaars van de Raadselige Roos 2017 met rechts Ton Adriaens.
1,2,3,4,5 7,8,9,10,11,12,13,14,15,16,...36
Powered by FlippingBook