5
Als een van de laatste gemeenten plaatst Nederweert nu ook dialectborden. Weerstand bieden aan dit, vanuit het zuiden, oprukkende fenomeen lijkt
onmogelijk. Wil je er in Limburg bijhoren dan moet je hieraan meedoen. Althans dat is de stellige overtuiging van heemkundeverenigingen en Veldeke-
kringen. Alle naamborden worden vervangen door dubbel zo grote borden met behalve de officiële benaming toevoegingen als Ni-jwieërt, Doospel, Leivere,
Ospeldiêk en D’Intj. Wat is de functie van een plaatsnaambord? Het voor de reiziger aanduiden van een gemeente- of dorpsgrens met een naam die
overeenkomt met wegenkaart of navigatiesysteem. Het kombord heeft tevens de functie van verkeersbord. In de bebouwde kom geldt een maximumsnelheid
van 50 kilometer per uur. Dat de inwoner van dorp of stad met trots ‘zijn’ dialectbenaming gebruikt, prima! Maar van nut is de dialecttoevoeging voor hem of
haar niet. De reiziger of toerist van buiten de regio kan er echter behoorlijk door in verwarring raken en op zijn smartphone wanhopig op zoek gaan naar het
plaatsje Doospel. In het gunstigste geval zal hij zich met een meewarige glimlach focussen op zijn reisdoel. Ja, hij is tenslotte in het folkloristische zuiden
met zijn aandoenlijk chauvinisme, zijn tradities, fanfares, schuttersfeesten en onweerstaanbaar charmante maar onverstaanbare inwoners.
Zijn de vragen naar het nut, naar de toegevoegde waarde maar ook naar de kosten gerechtvaardigd? Zeker als je ziet dat er functionele straatnaamborden
onleesbaar zijn geworden en hard aan vervanging toe zijn.
wat
zou
jij
doen
met
Noem het maar een stukje chauvinisme. Trots op
Limburg en het daarbij behorende dialect.
Als ouders van twee kinderen hebben mijn man en
ik er geen overleg over gehad; het was voor ons
altijd al duidelijk dat we ze in onze eigen taal zou-
den gaan opvoeden. Zo zijn we zelf groot gebracht
en we hebben dit niet als een tekortkoming, maar
als een verrijking ervaren.
Dit stukje van onze cultuur moet, op welke manier
dan ook, worden doorgegeven en toen het voorstel
voorbij kwam om een aandeel te kopen en daar-
mee donateur te worden van nieuwe komborden
van Nederweert en haar kerkdorpen heb ik ook
hierover geen seconde getwijfeld. Een mooi initi-
atief wat door een groot aantal mensen gesteund
werd en daardoor ook gerealiseerd gaat worden.
En dat deze toevoeging op de borden voor verwar-
ring zou gaan zorgen bij onze niet dialect spre-
kende gasten geloof ik niet. Het staat immers nog
steeds in het groot met de officiële benaming ver-
noemd op het bord en die toevoeging in het dia-
lect zal mij toch steeds weer een warm gevoel van
thuiskomen geven.
Ik heb het idee dat de “dialect-lovers” onder ons
graag zouden willen dat het Limburgs als taal
wordt erkend net als het Fries. Alom ziet men po-
gingen om het dialect te promoten en nu vooral
op plaatsnaamborden. Schiet men nu niet te ver
door? Het is algemeen bekend en geaccepteerd
dat het dialect bij kinderen een positieve uitwer-
king heeft op het taalgevoel en de ontwikkeling
van taal. Daarbij geeft een dialect een bepaalde
verbondenheid weer en veel mensen spreken (ver-
schillend) dialect. Dialect is echter ook iets wat
in ontwikkeling is. Door de jaren heen ziet men
woorden verdwijnen en verschijnen.
Tegenwoordig ziet men steeds meer geschreven
dialect terwijl er nog steeds geen eenduidigheid
is wat betreft hoe iets geschreven wordt. Dialec-
ten verschillen namelijk van dorp tot dorp. Is het
niet veel beter als men dialect zich spontaan laat
ontwikkelen in plaats van krampachtig proberen
in stand te houden (op te hemelen?) van iets wat
bij een kleine groep leeft? Dialect is van het volk.
En niet alleen in dit geval het Limburgse volk. Dia-
lect stopt niet aan de grens met Brabant, België of
Duitsland. Als we naar al die dialecten gaan kijken
dan worden het wel erg veel en grote plaatsnaam-
borden.
Als inwoner en kandidaat-raadslid ondersteun ik dit
initiatief van harte. Het is namelijk geïnitieerd van-
uit de gemeenschap en gefinancierd door middel
van crowdfunding. Als JAN omarmen we dergelijke
initiatieven vanuit de samenleving. Bovendien is
het Limburgs in 1997 door de Nederlandse overheid
erkend als streektaal. Dat is toch mooi?!
Persoonlijk vind ik het wel belangrijk dat de naam
van de kern naast het dialect ook in het Nederlands
- de officiële benaming - beschikbaar blijft, omdat
anno 2018 niet iedereen meer dialect spreekt, ver-
staat en kan lezen. Onze gemeente is inmiddels een
prachtig forensendorp geworden met een mooie
mix van inwoners waarbij het dialect toch iets meer
naar de achtergrond wordt gedrongen.
Echter een groot gedeelte van de van oorsprong
Nederweerter families -waartoe ikzelf ook behoor
als kleindochter van kapper Polly uit de Kerkstraat-
spreekt het dialect nog wel. Ik vind dat we ons erf-
goed moeten koesteren, het is tenslotte een stukje
van onze identiteit! We kennen in onze gemeente
namelijk ook al straatnamen in het dialect, zoals
Broasheuf en Broenenhoup. Vanuit dit oogpunt heb-
ben we als JAN dan ook een gedeelte van het ver-
kiezingsprogramma, de hoogtepunten, in het dia-
lect uitgebracht.
Monique Knapen-Hendrix (52), Pedagogisch
medewerker bij Hoera Kindercentra
Ludo Vrancken (63 jaar), groepsleerkracht
speciaal onderwijs en inwoner Nederweert
Pascalle de Rooij (48), kandidaat
raadslid JAN Nederweert
Ni-jwieërt, Doospel, Leivere, Ospeldiêk en D’Intj
wat
zou
jij
doen
met
Door Ton Adriaens
foto: www.nederweert24.nl