Als mijn dochter straks op zichzelf gaat wonen, is er dan een
betaalbare huurwoning beschikbaar? Als mijn moeder straks
zorg nodig heeft, krijgt ze die dan? Als ik de politie bel, komt
die wel? Als ik werkloos word, krijg ik dan hulp bij het vinden
van een nieuwe baan? Blijven de gemeentelijke belastingen
voor mij betaalbaar? Allemaal vragen en zorgen van gewone
Weertenaren. Vragen waar de politiek een antwoord op moet
hebben. Dit antwoord staat voor de PvdA Weert al jaren
centraal en zal dat in de toekomst ook blijven.
De meeste Weertenaren hebben geen grote wensen of eisen.
Ze doen trouw hun werk en betalen keurig hun belasting. Zij
mogen verwachten dat de politiek oog heeft voor hun zorgen
en dat ze niet gezien worden als melkkoe.
Wij vinden het belangrijk dat Weertenaren goed en veilig
kunnen wonen. En dat ze erop kunnen vertrouwen dat,
wanneer het even tegenzit, de gemeente de helpende
hand biedt. Problemen als bijvoorbeeld wateroverlast
na een stevige regenbui, moeten zo veel mogelijk worden
voorkomen. De straten, het groen, de scholen en de
voorzieningen in de wijk of het dorp moeten op orde zijn. Er
moet genoeg werk zijn en ruimte voor ontspanning. Iedereen
moet gewoon trots kunnen zijn op onze gemeente.
Ook voor de PvdA-Weert lukt het
niet altijd even goed om dat voor
elkaar te krijgen. We zijn niet de
baas in Weert. En ook Den Haag
helpt niet altijd even goed mee.
Maar iedere dag opnieuw zetten
we ons in om het voor de bewoners
in onze gemeente een beetje beter
te maken. Stap voor stap. Politiek
voor gewone mensen.
Dat is waar de PvdA
in Weert voor staat.
Vroeger, nu en in de
toekomst.
Leon Heuvelmans,
commissielid,
niet-raadslid
Gewoon voor
gewone
mensen
PvdA - Weert
:((57
senioren
weetjes
Tegenover mij in de trein zit een klein
hypochondertje. Een jongetje van een jaar
of zes. Naast hem zijn moeder die een boek
leest. Het manneke heeft iets afhangende
oogleden wat zijn blik extra triest maakt. Hij
klaagt vol zelfmedelijden over buikpijn.
“Ik moet echt naar de dokter hoor! En dan
moet ik naar het ziekenhuis … en dan krijg
ik een prik … en een prik doet pijn” waarbij
hij de pijn héél lang rekt en er nog enkele
schokschouderende snikjes aan toevoegt.
Een glansrijke carrière in het theater ligt
voor hem in het verschiet. Moeder reageert
op de automatische piloot. Ze is overduidelijk
bekend met zijn theatraal gejammer en kijkt
nauwelijks op als zij zegt:
“Nee, je hoeft niet naar de dokter, de buikpijn
gaat zo weer over. Wil je een koek?”
“Nee-héééé”, dat doet denk ik ook pijn.” Ook
dit is weer pijn met een ellenlange ij.
Dan ziet hij het rode lampje ‘WC’ oplichten.
Met hetzelfde gevoel voor drama vraagt hij
naar de reden.
“Omdat iemand naar het toilet gaat,”
antwoordt de moeder.
Even is hij van zijn stuk. Je ziet hem denken
‘Waarom moet je iedereen laten weten dat
je naar het toilet gaat?’ Maar dan realiseert
hij zich waarschijnlijk dat dit hem, als
begenadigd acteur van klein leed, een
geweldig podium kan bieden.
“Ik moet ook naar het toilet, ik heb zo’n
buikpijn mammáááá!”
“De trein gaat zo stoppen en dan moeten we
uitstappen lieverd, dus dat gaat nu niet.”
Met de droeve blik van een verwaarloosd
ezeltje in een spotje van de
dierenbescherming kijkt hij de coupé rond
en checkt terloops of hij mij nog steeds
tot zijn toehoorders mag rekenen. Nu
concentreert hij zich op het schermpje
waarop de NS in meerdere talen berichten
plaatst, ondersteund door een afbeelding. Een
tekening van een vrouw met kind in de buik
spoort aan tot opstaan voor een zwangere
vrouw.
“Waarom heeft die mevrouw een baby
ingeslikt?” jammert hij verder.
“Die mevrouw heeft geen baby ingeslikt, dat
kindje groeit in haar buik. Jij hebt toch ook
bij mamma in de buik gezeten?”
Het zwartkijkertje overdenkt de situatie. De
trein rijdt intussen het station binnen.
“Had jij toen ook zo’n buikpijn?” vervolgt hij
lijzig.
“Soms wel” antwoordt de moeder terwijl ze
haar jas dichtknoopt en al twee stappen in
het gangpad zet. Het ventje kijkt haar na
alsof ze hem voor altijd in de steek gaat laten
en zet de sluisdeuren nu pas echt open:
“Ik heb een baby in mijn buik, woeehááááá!”
Aandacht
m sen
ding n
Ton Adriaens