15
moment om ook het logo en alles wat daar-
mee samenhangt aan te passen als start-
punt van vernieuwing. Vernieuwing zowel
intern qua organisatie als naar buiten toe.
Welke kwaliteiten en eigenschappen maak-
ten jou tot de meest geschikte kandidaat
voor de functie van vorst?
Dat zou je eigenlijk aan de voordrachts-
commissie moeten vragen maar ik denk
dat het met mijn stijl van communiceren
en leiding geven te maken heeft. In mili-
taire dienst is persoonlijk leiderschap en
de groep meenemen in gevecht erg belang-
rijk. Die competentie heb ik daar ontwik-
keld. Ik heb geleerd goed te luisteren en
als team tot resultaat te komen. Wat zeker
ook heeft meegespeeld is het feit dat een
werkgroep onder mijn leiding de Visie 2020
heeft ontwikkeld. Daarin kwamen mijn
management- en organisatievaardigheden
goed van pas.
Kun je iets meer vertellen over Visie 2020?
Uitgebreide analyse leidde tot vijf aan-
dachtsvelden waar verbetering nodig werd
geacht:
• Keuzes maken in activiteiten.
Wat doe je wel en wat niet en welke
kwaliteitseisen stel je;
• Focus op en aandacht voor de jeugd
van 0 t/m 18;
• Goede zorg voor de vrijwilligers, toch
de kurk waar een vereniging op drijft;
• Goede zorg voor ‘Stiêpels’,
de donateurs en begunstigers van
de vereniging;
• ‘Presentatie en Protocol’ en daarmee
voldoen aan de verwachtingen van
de mensen.
De consequentie van het beter tegemoet
treden van deze aandachtsvelden was een
andere organisatiestructuur waarmee we
dit jaar voor het eerst werken en die mo-
gelijk tijdens de rit nog hier en daar aan-
passing vraagt. Voor deze vijf speerpunten
zijn doelstellingen geformuleerd die we in
2020 gerealiseerd willen hebben. Je kunt
namelijk niet alles in een keer veranderen.
We hebben qua activiteitenprogrammering
bijvoorbeeld gekeken naar de invulling van
de zaterdag- en de dinsdagavond. Daarin
zijn al bepaalde keuzes gemaakt waarop ik
nu nog niet kan ingaan.
Heel belangrijk is ook openstaan voor idee-
ën van buitenaf. Zo is de ’Wieërter 11’ een
geweldig evenement dat zeker moet blijven
bestaan. Verder zullen we in de toekomst
goed naar het Weerter publiek moeten luis-
teren en keuzes moeten maken. Een pri-
meur kan ik hier wel weggeven: In 2021 ha-
len we de Gulden Humor naar Weert! Maar
we kunnen natuurlijk niet jaarlijks opteren
voor zo een groot evenement.
Tijdens het cultureel lint was je actief
in het Jacob van Horne Museum met een
spreekbeurt over de betekenis van de ver-
schillende ‘mutsen’ binnen de Rogstaekers.
Bovendien werden er knuffelroggen, vlag-
gen en DVD’s verkocht en konden Weer-
tenaren zich voor € 11,- per jaar laten
registeren als Rogstaeker. Is deze mer-
chandising ook een onderdeel van Visie
2020?
Nee, niet direct. Er lagen al langer plannen
op de plank om te ‘binden en te boeien’.
Met de registratie als Rogstaeker en de
knuffels en vlaggen beogen we te verbin-
den en te binden. Om aantrekkelijke activi-
teiten te kunnen organiseren en levend te
houden, is het natuurlijk wel zaak zoveel
mogelijk financiële middelen te genereren
en deze middelen adequaat te besteden.
Jan Stroek is vorig jaar begonnen met
‘Vorst oppe Troeën’, een troonrede als per-
siflage op die van Koning Willem-Alexan-
der. Deze met humor gelardeerde vooruit-
blik op het nieuwe carnavalsseizoen was
nou niet bepaald een doorslaand succes.
Ondanks de belofte van Jan om ‘aoj bakke
beej ’t êrfgood te zette’ lardeerde hij zijn
speech er volop mee. Alle zustervereni-
gingen uit Stramproy, Tungelroy, Groene-
woud, Boshoven, Laar en Altweerterheide
werden verwelkomd maar het is de vraag
of ze een tweede keer weer komen om het
Rogstaekersprogramma toegelicht te krij-
gen. Krijgt jouw ‘troonrede’ een ander ka-
rakter?
Het accent zal deze keer komen te liggen op
mijn installatie. Ik verwacht dan ook dat de
zusterorganisaties zeker zullen komen. Ik
zou me ook kunnen voorstellen, en zou het
echt geweldig vinden, dat we van deze sei-
zoensopening in de toekomst een gezamen-
lijke activiteit maken, met alle ‘vorsten’ en
aansluitend een vorstenbâl. Kortom zowel
het programma als mijn ’troonrede’ zullen
afwijken ten opzichte van vorig jaar. Jan
is Jan en ik ben Stan. Zelf ben ik een groot
voorstander van dynamiek en snelheid. Jan
had die typische, aanstekelijk enthousiaste
stijl en het is natuurlijk niet de bedoeling
dat ik die ga imiteren. Ik zou zeggen: ‘Laat
je verrassen’. Misschien wordt het wel iets
als ‘The Roast of Gordon’ met een knipoog
naar Weert, de Weerter politiek en oeëze
Wieërter Vastelaovendj.
Een opvallende inhoudelijke opmerking die
vorst Jan vorig jaar tijdens zijn troonrede
maakte was: ”Vae mótte de bóksreêm flînk
aanhale umdet ’t os aafgeloupe jaor fi-
nansjeel neet inne kaoj klejjer és gaon zit-
te.” Hoe staat Stadsvastelaovendjvureini-
ging de Rogstaekers er nu financieel voor?
Het feit dat we geen eigen locatie meer
hebben zoals vroeger de Poort van Limburg
en later het paviljoen heeft behoorlijke
consequenties voor onze financiële positie.
Het is voor ons als vereniging de taak en de
verantwoordelijkheid om inkomsten en uit-
gaven goed in balans te houden. Wij orga-
niseren, zonder winstoogmerk, activiteiten
voor de Weerter bevolking, maar er zal een
andere financiële koers gevaren moeten
worden omdat we anders structureel op
onze reserves moeten gaan interen.
maar ik zag enorm op tegen die vier jaar.
Op Drakesteyn hier in Weert kon je destijds
in anderhalf jaar je MEAO-diploma halen.
Dat was te overzien. Na een stage op de au-
tomatiseringsafdeling van het St. Jans Gast-
huis werd mij daar een baan aangeboden
maar ik had intussen een keuze gemaakt:
Ik wilde in militaire dienst. Na een voorlich-
tingsdag van de Koninklijke Marine stond
het voor mij vast: Het Korps Mariniers, daar
zou mijn toekomst liggen. Ik tekende voor
vier jaar en dit ‘menneke uut Wieërt’ werd
heropgevoed in het opleidingscentrum in
Doorn. Hier werd een ijzeren discipline ge-
vraagd, een uitstekende conditie en vooral
een groot doorzettingsvermogen. Van mijn
lichting van honderd bleven er na een half
jaar maar vijfendertig over, en ik was er
daar een van. Dat was voor mij een enorme
overwinning, ik had eindelijk iets voor me-
zelf bereikt. Het Korps Mariniers is toch de
eredivisie van de militaire eenheden.
Na drie jaar werd ik aangemoedigd de of-
ficiersopleiding te gaan volgen. Ik had op
dat moment serieuze verkering in Weert en
begon toch weer te twijfelen. Het militaire
leven betekent veel van huis, vaak voor
langere tijd. Als je wilde studeren, ook bui-
ten defensie, dan werd daarvoor een re-
geling aangeboden. Ik besloot te stoppen,
terug te keren naar Weert en koos voor
de voltijdopleiding HBO-verpleegkunde.
De paramedische hulpverlening waar ik in
mijn diensttijd al kennis mee had gemaakt
bracht mij tot die keuze. Mijn doel werd
toen ambulancebroeder: actie en activi-
teit. Dat was toch een behoorlijke stap.
Ik had als marinier een vast inkomen, een
eigen auto en woonde intern in Doorn. Nu
ging ik terug naar de zolderkamer van mijn
ouders, verkocht mijn auto, vroeg studiefi-
nanciering aan en ging weer voltijds het on-
derwijs in. Om wat bij te verdienen werkte
ik bij TNT-post en bij cafetaria De Beemd.
De karaktervorming en het doorzettings-
vermogen die ik aan mijn diensttijd had
overgehouden, sleepten me er doorheen.
Toen ik eenmaal mijn draai weer gevonden
had, verliep het allemaal voorspoedig en
kon ik het laatste halfjaar van die oplei-
ding gebruiken voor een premaster aan de
universiteit Maastricht. Daar heb ik vervol-
gens de Engelstalige Master Gezondheids-
wetenschappen Beleid en Beheer behaald.
Na een baan bij Vitalis Woon-Zorggroep en
Stichting Land van Horne maakte ik een
volgende carrièrestap en werd ik docent en
later teamleider HBO-V aan de Fontys Ho-
geschool Mens en Gezondheid.
Rogstaekers
Het nieuwe vorstentijdperk van de Rog-
staekers is van start gegaan met een nieuw
logo, een nieuwe website en een nieuwe
vlag. Komt dit voort uit de profilerings-
drang van ‘de nieuwe bestuurder’ zoals we
dat ook in het bedrijfsleven en maatschap-
pelijke organisaties zien?
Het komt niet vanuit mij als persoon maar
vanuit het nieuwe bestuur. De wisseling van
vorst was in de ogen van het bestuur hét
mooi
mens