Harm Hendrix (25):
“Ik zag mezelf niet de
rest van mijn leven in een werkplaats
een machine monteren…”
Als klein jongetje had Harm al belangstelling voor varen. Tijdens een vakantie werd er altijd wel een
tochtje gemaakt met een zeilbootje of zo. Na zijn technische opleiding wilde hij meer. Hij volgde de
opleiding tot Maritiem Officier in Rotterdam en reist nu de hele wereld over als scheepswerktuigkundige
op een van de schepen van Holland America Line. Colombia, Canada, Frans Polynesië, Kroatië, Paraguay
en Monaco: zomaar een greep uit de landen waar Harm met zijn schip heeft aangelegd. Met als kers op de
taart: orgelspelen in kerken in Honolulu (Hawaï) en Juneau (Alaska).
Kermis en Carnaval
Harm werd geboren in Maastricht maar groeide
op in Nederweert waar hij nog steeds woont als
hij in Nederland is. Zijn zus studeert geneeskun-
de aan de Universiteit van Amsterdam, moeder
werkt in het Sint Jans Gasthuis en vader is met
pensioen. Harm ging naar basisschool St. Lam-
bertus waar hij goede herinneringen aan heeft.
Als gezin waren ze veel betrokken bij concerten
en carnavalsfestiviteiten. Harm: “Mijn vader was
(aôd)prins Boy d’n Ieërste van VV De Pinmaekers
in 1986. En hij was actief bij kapel Klein Mer
Neugter en Harmonie St. Joseph. Ja, carnaval én
kermis in het dorp, dat vond ik altijd de leukste
tijd van het jaar.” Na de middelbare school in
Weert ging hij naar het ROC in Eindhoven waar hij
de opleiding MBO Mechatronica volgde. Dit is een
combinatie van een aantal ingenieursdisciplines:
elektrotechniek, werktuigbouwkunde, meet- en
regeltechniek. Harm: “Na mechatronica reali-
seerde ik me dat ik mezelf niet voor de rest van
mijn leven in een werkplaats een machine zag
monteren of zo. Ik wilde méér, reizen, iets zien
van de wereld. Dit, samen met mijn interesse
voor varen, resulteerde in de opleiding Maritiem
Officier. In 2012 heb ik deze 4-jarige opleiding
met succes afgerond aan het Scheepvaart en
Transport College in Rotterdam.”
Dogwatch
Ten tijde van dit interview is Harm onderweg naar
Piraeus, een havenstad bij Athene. Hij werkt op
de MS Westerdam als scheepswerktuigkundige,
engineer. Dat wil zeggen dat hij in de machineka-
mer werkt. Samen met zijn collega-engineers is
hij verantwoordelijk voor het onderhoud, de cor-
recte werking en het monitoren van de machines.
Harm: “De machinekamer en controlekamer is
24/7 bemand. Naast je dagwerk, van (minstens)
4 uur, pleeg je onderhoud aan machines en sys-
temen (waarvoor de betreffende wacht waarin je
zit verantwoordelijk is). Je loopt ook nog wacht
van 6 uur met een andere engineer die hoger in
rang is. Hij zit in de controlekamer en jij loopt
beneden rond, controleert drukken, tempera-
turen, flow van vloeistoffen, je kijkt of er lek-
kages zijn, je checkt motoren enz. Wanneer er
een alarm binnenkomt in de controlekamer wordt
via de radio verteld welk alarm het is. Daarna ga
je naar het betreffende systeem of de machine
om te kijken waarom het alarm binnenkwam en
vervolgens verhelp je de storing. Halverwege
de wacht worden de rollen omgedraaid en zit
jij in de controlekamer waarna de senior-engi-
neer zijn wachtronde maakt. Na 6 uur wordt de
wachtoverdracht gedaan en ben je klaar. Momen-
teel zit ik in de zogenaamde ‘dogwatch’, dus ik
werk van 12 uur ‘s nachts tot 6 uur ’s morgens
én heb ik dagwerk van 7 tot 11 uur. Deze wacht
is verantwoordelijk voor het bilgewater systeem
[bilgewater is een mengsel van water en olie dat
ontstaat in de machinekamer], technisch water
(voor o.a. schoonmaken en wasserette), verdam-
pers en omgekeerde osmose voor zoetwater-pro-
ductie, de zoetwater- behandeling (chloor, mine-
ralen, etc.) en distributie alvorens het naar de
passagiers gaat.”
Naast het werk in de machinekamer heb je aan
boord ook een emergency-function. Harm is ‘fire
team member’. Harm: “Mocht het alarm afgaan,
moet ik direct naar mijn fire-station toe om mijn
brandweerpak aan trekken. Na het alarm wordt
weg
van
hier
Door Monique van den Brandt
5