26 september 2026 | Auteur: Maartje Derckx
Angelo Martinus, van de straat naar de bestuurstafel
Wat begon met de levenslessen van zijn ouders, groeide voor Angelo Martinus uit tot een missie om ruimte te maken voor mensen, talent en cultuur die binnen bestaande systemen niet altijd worden gezien. Zijn belangrijkste kompassen? De straat én Hip Hop.

Geworteld in twee werelden
Al sinds zijn vroege jeugd is Angelo (51) samen met Sandy, de liefde van zijn leven, waarmee hij drie kinderen heeft. ‘Samen geven we ze mee dat het in de maatschappij nooit draait om ‘ik’, maar altijd om ‘ons’. Onze zoon Jaylen kijkt met een open blik naar de wereld en al zijn kleuren en culturen, dochter Brooklyn zingt gepassioneerd en onze jongste, Hailey, duikt vol in de wereld van hiphop en afrodans. Als ik zie hoe zij hun eigen weg kiezen en met beide benen op de grond hun weg vinden in de maatschappij, maakt me dat enorm trots. Mijn gezin en community vormen mijn absolute anker. Daar kom ik thuis en vind ik rust.’
Die drang naar verbinding heeft diepe wortels. Als zoon van een Arubaanse vader en een Limburgse moeder groeit Angelo op tussen twee werelden. ‘Thuis was ons gezinsleven een constante wisselwerking van invloeden. Het ene moment danste ik de Limburgse polonaise, het volgende moment de Caribische calypso. Op tafel stonden boerenkool met rookworst gebroederlijk naast traditionele Antilliaanse stoven. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik tussen twee culturen moest kiezen. Ik bén dat allebei. Het zit gelijkwaardig in mijn DNA.’

Eigen regels, eigen community
‘Mijn pa was op Aruba een getalenteerde honkbalpitcher,’ vertelt Angelo. ‘Hij werd geworven en kwam samen met twaalf Arubaanse mannen naar Weert om bij het chemieconcern Hoechst AG te werken. Toen ik één jaar oud was, sloeg het noodlot toe. Bij een zwaar bedrijfsongeval, waarbij de noodknop van een industriële smeltwals weigerde, verloor mijn vader zijn rechterhand. Dat betekende het einde van zijn carrière als pitcher. Maar van opgeven is bij hem nooit sprake geweest. Met een ijzeren wilskracht trainde hij zichzelf om met links te gooien, zodat hij kon blijven sporten. Ook wierp hij zich op als sleutelfiguur in de Arubaanse community, waar hij met zijn natuurlijke verbindings- en verbeeldingskracht mensen samen wist te brengen en ruimte maakte voor ieder individu. Hij vond zijn draai in Limburg, maar miste de Arubaanse tradities en de eilandcultuur natuurlijk best wel. Dus dacht hij zoals altijd niet in belemmeringen, maar in mogelijkheden: als het er hier nog niet is, dan maken we het toch zelf?’

Zijn vader richt honkbalclub The Indians op, op een drassig akkerland aan de Graafschap Hornelaan dat de spelers met een knipoog het ‘Cunucu Ballpark’ noemen. (Cunucu is Papiaments voor akkerland). Niet veel later ontstaat vanuit die gemeenschap buurthuis Centro Antilliano ‘Yamanota’. ‘Daar werd gekookt, muziek gemaakt, gedanst en gelachen,’ vertelt Angelo. ‘En er was overigens ook als vanzelfsprekend plaats voor alle andere mensen. Voor mij was dat toen al een belangrijke maatschappelijke levensles: als het bestaande aanbod niet aansluit bij wie jij bent of wat je nodig hebt, ga je niet afwachten. Dan pak je het initiatief en bouw je je eigen community. Mijn pa was daarin de warme verbinder en mijn moeder maakte het organisatorisch af. Zij werkte als ambtenaar bij de gemeente en kende de regelgeving en structuren. Die combinatie van dat menselijke warme verbinden van mijn pa en de strategische systeemkennis van mijn ma, die overigens ook een hele warme vrouw was, vormt nog altijd het fundament van hoe ik werk en in het leven sta.’

Hip Hop helden
Buiten merkt de jonge Angelo dat de maatschappij anders reageert op zijn Arubaanse vader dan op zijn Nederlandse moeder. ‘Als we bij de bakker waren bijvoorbeeld, voelde ik bepaalde blikken. Als ik mijn pa daarover aansprak, wuifde hij dat rustig weg. Hij zei: ‘Angelo, richt je energie nooit op de wrijving of verschillen tussen mensen, maar altijd op de plek waar je elkaar wél kunt vinden.’ Die raad draag ik mijn hele leven mee.’
Toch blijft het in het Limburg van de jaren tachtig zoeken naar herkenning in een grotendeels blank georiënteerde omgeving. Tot hij bij AVRO’s Toppop de Amerikaanse ‘Rock Steady Crew’ ziet performen. ‘Mijn complete belevingswereld veranderde op dat moment. Ze zagen eruit als wij! Ze bewogen met zo’n rauwe, authentieke energie dat het me meteen greep. Hip Hop werd mijn venster naar de wereld. Via Amerikaanse rapteksten leerde ik over de burgerrechtenbeweging, Martin Luther King, Malcolm X en het koloniale verleden. Hip Hop werd mijn alternatieve educatieve kompas. Het wakkerde een drang aan om het op te nemen voor de underdog en oog te hebben voor talent dat door de maatschappij over het hoofd wordt gezien. Hoe je echt contact maakt met mensen leerde ik niet uit studieboeken, maar op straat.’
Samen met zijn vriendengroep uit Boshoven, door henzelf gekscherend de ‘Verenigde Naties van Boshoven’ genoemd vanwege de mix van Molukse, Marokkaanse en Antilliaanse jongeren, vindt hij via sport en straatcultuur zijn plek. ‘Het honkballen op het veld waar mijn vader de leiding had, was echt lifesaving. Daar leerden we omgaan met winst en verlies, met op je bek gaan, leren van je fouten en weer opstaan.’

Uit, dat strakke pak. De wijk in
Na zijn studie Commerciële Economie kiest Angelo aanvankelijk voor het bedrijfsleven. Hij klimt op tot salesmanager voor audio- en videoapparatuur bij concerns als Philips en Sony. ‘Overdag liep ik strak in pak en was ik bezig met verkooptargets. Zodra de werkdag erop zat, ging het pak uit en haastte ik me naar de openbare basketbalpleintjes in Eindhoven. Omdat ik via mijn werk goedkoop aan discmans kon komen, organiseerde ik straattoernooitjes voor jongeren, met de discmans als hoofdprijs. Met goede muziek en barbecues langs de lijn. Op kantoor stond ik bovenaan de verkoopranglijsten, maar die wereld van winstbejag voelde uiteindelijk leeg. Het vulde mijn zakken, maar niet mijn hart en ziel.’
Wanneer de directeur van een Eindhovense jongerenwerkorganisatie tijdens een straattoernooi staat toe te kijken, ziet hij Angelo’s talent en biedt hem een functie aan. Angelo twijfelt. ‘Het scheelde flink in salaris. Mijn ouders zeiden: Angelo, volg je gevoel.’ Ik ben de HBO-opleiding Culturele en Maatschappelijke Vorming gaan doen om mijn straatgevoel en intuïtie te onderbouwen met theoretische kennis.’
Als jongerenwerker begint hij bij buurtcentrum De Uitwijk in Woensel-Zuid. Waar collega’s vastlopen op jongeren die op straat hangen en hen als ‘probleemjeugd’ zien, kiest Angelo een andere benadering. ‘Ik zag geen probleemjeugd, maar ruwe diamanten die ruimte en aandacht nodig hadden. Mijn collega’s liepen vast in de bureaucratie, dus dook ik het gemeentelijke beleid in. Toen ik er een muziekstudio voor jongeren wilde bouwen maar daar formeel geen geld voor kreeg, schreef ik een plan en verkocht het aan de ambtenaren onder het kopje ‘taalachterstandbestrijding via poëzie’. De financiering werd goedgekeurd! Rapper Fresku is een van de talenten die bij ons in de kelder over de vloer kwam. Mijn filosofie: Geef jongeren écht eigenaarschap over hun omgeving. Laat ze ontdekken waar ze wél goed in zijn en bouw van daaruit verder, werd daar denk ik geboren.’
Strijders op Strijp-S
De activiteiten groeien snel uit hun jasje. Wanneer urban culture nergens in Eindhoven voldoende ruimte krijgt, besluit Angelo die ruimte met zijn achterban op te eisen. Hij verhuist naar cultureel centrum Dynamo en richt onder de vlag van Hip Hop Lab 040 een ontmoetingsplek op, waar ook internationale toppers als breakdancecrew The Ruggeds hun thuisbasis vinden.
Na ruim tien jaar pionieren botst hij echter met de gevestigde instelling. ‘Er ontstond een principieel meningsverschil over de koers en het eigenaarschap van de projecten. De financiële directie wilde controle overnemen van een cultuur die niet van hen was, maar van de straat. Ik weigerde mijn principes te verkopen. In 2011 werd ik op staande voet ontslagen. Van de ene op de andere dag stond ik zonder inkomen en werkplek letterlijk op straat.’
De gemeenschap die hij heeft opgebouwd, laat hem echter niet vallen. Jongeren komen letterlijk aan de deur: ‘Wat gaan we doen, chief?’ Woningcorporatie Trudo belt hem over een leegstaande fabriekshal op Strijp-S. ‘Het dak lekte, de verwarming deed het niet en het leidingwater was ondrinkbaar,’ lacht Angelo. ‘Maar we zeiden: dit is van ons, hier gaan we het maken. Samen met jongeren uit de scene hebben we Gebouw 52 opgebouwd. We hebben die ruimte op eigen kracht en vanuit gemeenschapsgevoel geclaimd.’ Met initiatieven als festival EMOVES en de internationale danscompetitie World B-Boy Classic zet hij Eindhoven wereldwijd op de kaart. In die periode van opnieuw opbouwen, wordt zijn moeder ziek. ‘Ik wilde aan haar, en aan de wereld bewijzen dat ik met hard werken en een missie aan nieuwe plannen en projecten kon werken. Toen ze overleed, voelde ik achteraf dat ik er tijdens haar ziektebed niet voor haar heb kunnen zijn zoals ik dat had gewild en zoals zij het verdiende. Dat bleef me lang pijn doen.’

Nadat hij afscheid neemt van het festival om een nieuwe weg in te slaan, slaat begin 2020 de coronapandemie toe. Het openbare leven valt stil en zijn vader raakt ernstig besmet. Hij belandt op de IC en wordt wekenlang in coma gehouden. Samen met mijn broer Ricky zijn we er dag en nacht voor hem geweest. Ik denk dat ik ook wat goed wilde maken richting mijn moeder op die manier. Ook later, in het verpleeghuis waar hij revalideerde, kwamen we langs met familie en vrienden. We zagen er ook eenzame ouderen die nauwelijks bezoek ontvingen. Vanwege de pandemie regels mocht iedereen maar een enkele bezoeker ontvangen. We gingen er toch met een groep naartoe, elk van hen ging langs bij ouderen die geen familie over de vloer kregen. En aan het einde van het bezoek, konden ze óók nog even zwaaien naar mijn pa. Mooi toch!’
Covid19 legt voor Angelo ook andere pijnpunten bloot. ‘Successen kunnen verdovend werken,’ reflecteert Angelo. ‘Door altijd op volle snelheid door te gaan, hoefde ik niet stil te staan bij de pijn van mijn ontslag of de rouw om het overlijden van mijn moeder. Toen de wereld tijdens corona stilviel, kwam die opgespaarde emotie behoorlijk binnen. Ik raakte in een zware periode en worstelde met donkere gevoelens en gedachten. In diezelfde periode werd bij mij ADHD vastgesteld. Toen ik in mijn achtertuin met mijn handen in de aarde ging werken en rust vond in zaaien en snoeien, vond ik langzaam mijn balans terug. De puzzelstukjes in mijn hoofd vielen op hun plek en ik begreep mezelf beter. Ik kan me nog herinneren dat ik een boer in mijn omgeving om raad vroeg over het onkruid dat ik maar niet weg kon houden uit de tuin. Hij zei me simpelweg: ‘Focus je niet op het onkruid, maak het gras eromheen gezonder!’ Dat zette me op scherp, want het bleek een mooie metafoor in mijn verdere leven.’

De straat aan het roer
Tegenwoordig combineert Angelo onder de vlag van zijn onderneming MAD Skills zijn decennialange straatervaring met strategisch advieswerk op bestuurlijk niveau. Hij adviseert gemeenten over cultuurbeleid, zit in raden van toezicht en beoordeelt als deskundige subsidieaanvragen bij landelijke fondsen zoals het Cultuurfonds. Zijn missie blijft hetzelfde.
‘Mensen en beleidsmakers halen kunst en cultuur nog te vaak door elkaar,’ zegt hij. ‘Kunst is wat we maken of presenteren, maar cultuur is wie we met elkaar zijn. Pas wanneer de cultuur klopt en mensen met elkaar in verbinding staan, ontstaat vanuit die bodem waardevolle kunst. Onze maatschappij en overheid maken nog te vaak de fout om rigide regels en vastgeroeste instituten boven levende gemeenschappen te stellen. Pas als iemand een officiële dansopleiding heeft afgerond, geeft het systeem er de stempel “kunst” aan. Dat is onzin. Gemeenschappen die zich op straat organiseren, maken de eigentijdse cultuur van nu. We moeten jongeren niet in bestaande mallen persen, maar ze ruimte, vertrouwen en financiële middelen geven om hun eigen cultuur vorm te geven.’
Momenteel legt Angelo de laatste hand aan een autobiografisch boek over de maatschappelijke impact van Hip Hop op de identiteit van generaties. Daarmee lijkt de cirkel rond.

‘Uiteindelijk gaat het voor mij altijd over hetzelfde,’ besluit Angelo. ‘Over ruimte maken voor mensen die niet vanzelfsprekend een plek krijgen. Mijn vader begon ooit op een drassig stuk grond, omdat hij iets miste en niet wilde wachten tot iemand anders het voor hem organiseerde. Je kunt er samen met een sterke gemeenschap voor zorgen dat er een deur ontstaat. En het mooiste zou zijn als die deur daarna openblijft voor de mensen die na jou komen. Laten we niet verharden, maar verkennen en verbinden.’