Jacqueline Slenders: ‘Je hoeft de wereld niet in één dag te veranderen. Begin bij die mangoboom’

In gesprek met Jacqueline Slenders, de kersverse directeur-bestuurder van Bibliocenter: over opgroeien tussen continenten, verbinding in een verhardende maatschappij, de kracht van creativiteit én de magische betekenis van een plek waar iedereen onvoorwaardelijk welkom is.

De wieg van een wereldburger

Wie de kantoorruimte van Jacqueline Slenders (49), in de Bibliotheek in Weert binnenstapt, voelt onmiddellijk dat hier een toegankelijke, energieke vrouw zit. Geen spoor van bestuurlijke afstandelijkheid, stijfheid of autoritaire houding. Hier beweegt een maatschappelijk gedreven creatieveling die de wereld in al haar facetten heeft verkend, doorleefd en omarmd. Haar levensreis is er een van scherpe contrasten en verrassende wendingen: van de klei van Gelderland tot de stoffige dorpen van West-Afrika, van de bruisende dynamiek van Amsterdam-Noord tot de geborgen rust van Midden-Limburg.

Haar reis begint negenenveertig jaar geleden in het Gelderse Wageningen, waar de levens van haar ouders op een bijzondere, bijna filmische manier samenkomen.

‘Mijn moeder heeft een Nederlandse vader en een Indische moeder. Mijn opa heeft als KNIL-militair zijn vrouw in het toenmalige Nederlands-Indië leren kennen. Na zijn diensttijd zijn ze samen met hun dochter -mijn moeder- terug naar Nederland gekomen en uiteindelijk in Wageningen neergestreken. Mijn vader komt uit een heel eenvoudig, katholiek boerengezin in het Brabantse Bergeijk. Als boerenjongen ging hij naar de landbouwhogeschool in Wageningen waar hij tropische landbouw en veeteelt studeerde. Hij woonde daar in een eenvoudige studentenkamer, toevallig precies naast het huis van mijn moeder. Niet ver daar vandaan, ben ik negenenveertig jaar geleden geboren.’

Het jonge gezinsleven blijft echter niet op Nederlandse grond. Haar vaders tomeloze passie voor het opzetten van agrarische vernieuwings- en ontwikkelingsprojecten brengt het gezin ver voorbij de vertrouwde Europese horizon.

‘Mijn vader zette veeteeltprojecten op in Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Eerst in Argentinië, later in Kenia, Burkina Faso, Mali en in Sri Lanka. Vrij snel nadat ikzelf in Wageningen ter wereld kwam, zijn we als gezin doorgereisd naar Burkina Faso. Mijn vroegste kinderherinneringen spelen zich af tegen die Afrikaanse achtergrond.’
De familiegeschiedenis kent echter ook complexe medische en geografische uitdagingen. Haar oudste zus Hanneke wordt geboren met het zeldzame genetische Cri-du-chat-syndroom, een aandoening die intensieve en gespecialiseerde zorg vereist, waardoor zij vanaf jonge leeftijd niet meer thuis kan wonen. De kinderen -Marcel, Hanneke, Peter en Jacqueline- zijn op verschillende continenten geboren.

Als het huwelijk van haar ouders in Afrika uiteindelijk strandt, valt het gezin ook geografisch uit elkaar. Het betekent het einde van de Afrikaanse kinderjaren voor Jacqueline, maar het begin van een nieuwe zoektocht naar een vaste basis.

‘Na de scheiding van mijn ouders zijn mijn broers bij mijn vader in Burkina Faso gebleven, terwijl ik als vierjarig meisje met mijn moeder terugging naar Nederland. Toen mijn moeder haar huidige partner ontmoette, mijn stiefvader Frans, hebben we even in Utrecht gewoond en zijn daarna naar Uithoorn verhuisd. Uiteindelijk kreeg Frans een baan bij het Kadaster van de gemeente Weert, en zo zijn we in Tungelroy beland. Mijn moeder ging in Roermond aan de slag als jongerenwerker met alleenstaande minderjarige asielzoekers en later bij Maatman Zorggroep in Weert. Zij was altijd bezig met mensen die een steuntje in de rug nodig hadden. Zo kreeg ik die maatschappelijke betrokkenheid al heel jong mee. Mijn beide ouders zijn dus hertrouwd. Ook met hun ‘nieuwe’ partners heb ik een hechte band. En ook met mijn zusje Suzanne waar ik mee opgroeide en mijn broertjes Lieven en Guido heb ik een fijne broer- en zus band. We hebben een unieke familiedynamiek.’

Met broers Marcel en Peter en moeder Pietje in Burkina Faso

De filosofie van de mangoboom

Ondanks de grote fysieke afstand wordt de band met haar vader en het Afrikaanse continent heel hecht. Haar vader bouwt later in Burkina Faso, samen met zijn nieuwe vrouw Blanche met hun Stichting Kans voor Kinderen aan de toekomst van kinderen in haar geboortedorp Doulougou. En betalen daarnaast de opleiding van jonge vroedvrouwen met de opbrengst van de verkoop van eigen honing. Haar moeder en (stief)vader richten, in Bénin, de ‘Tuin van Toyo’ op, een bijzonder opvangcentrum en dagbestedingsproject voor mensen met een verstandelijke beperking.
Beide ouders geven daarmee waardevolle levenslessen mee die tot op de dag van vandaag haar persoonlijke en professionele kompas vormen.

Vader en Blanche

‘De kern van mijn vaders filosofie was altijd: begin bij het begin. Begin met iets kleins. Geef een mangoboom en groei dan naar een fruitboomgaard. Mijn moeder Pietje en mijn stiefvader Frans leerden ons: ‘Petit à petit, l’oiseau fait son nid’: Beetje bij beetje bouwt de vogel haar nest. Je hoeft niet meteen een heel woud uit de grond te stampen; het gaat erom dat je de ander iets aanreikt om zelf op voort te bouwen. Toen ik dat jaren later weer tot me liet doordringen, besefte ik: dat is precies wat we hier bij de bieb ook doen. Kleine dingen groot maken en grote dingen klein maken.’

Die gedachte neemt ze mee tijdens haar schooltijd op de Philips van Horne in Weert, waar ze haar havo en vwo afrondt, en vervolgens ook de studie Culturele en Maatschappelijke Vorming (CMV) in Driebergen. Een internationale jongerenuitwisseling via het programma Holland World Youth brengt haar opnieuw naar Bénin en Ghana. ‘Jan Leenders, een van mijn leerkrachten op de Philips van Horne, heeft me daarin echt gemotiveerd.’

‘Sociaal-cultureel werk paste zo ontzettend goed bij mij omdat het over mensen gaat, over het échte leven. Verschillende culturen matchen moeiteloos als je begint bij wat je samen deelt. Als je samen een activiteit onderneemt, doet je achtergrond er op dat moment niet toe. Dan telt alleen het gezamenlijke doen en echt contact.’

Jacqueline 2 jaar oud in Burkina Faso

De verhalenzoeker en de stilte van het thuiszijn

Na het afronden van haar studie vestigt Jacqueline zich als zelfstandig communicatieadviseur. Onder de naam Stories to Tell adviseert ze organisaties, en onder het label Pindakaas (een combinatie van zij als ‘Pinda’ en haar Nederlandse collega Joke als ‘Kaaskop’) hield ze zich bezig met fotografie en videografie. In al haar opdrachten weigerde ze genoegen te nemen met een oppervlakkig marketingpraatje. ‘Ik zoek graag naar de mens achter een verhaal én naar het verhaal achter de mens. Naar het echte leven, hoe eenvoudig, spectaculair of rauw ook. Bij grote projecten wil ik de échte mensen in beeld brengen die een bedrijf of project vormgeven. Maar de intrinsieke vraag die ik mezelf bij alles stel is: ‘In the end, does it matter?’ Maakt wat ik doe een wezenlijk verschil in iemands bestaan? Niet alles hoeft de wereld te veranderen hoor, maar ik ben wel voortdurend op zoek naar betekenisvolle waarde.’

Op persoonlijk vlak verlangt de door vele verhuizingen gevormde Jacqueline echter naar rust, verankering en geborgenheid. Die ankering vindt ze eenentwintig jaar geleden in Daan, een voormalige huisgenoot van haar broers. Tijdens Bevrijdingsdag slaat de vonk tussen hen definitief over.

Samen met haar man Daan

‘Ik werd op slag verliefd op zijn relaxedheid. Daan is een ontzettend lieve, goede vent die heel prettig in het leven staat. Hij is een echt familiemens. Door mijn eigen chaotische levensloop zocht ik juist zo’n rustige basis. Toen ik een tijdje van mijn vader verwijderd was geraakt, was het juist Daan, die zelf zijn eigen vader al op jonge leeftijd was verloren, die zei: ‘Zoek hem op, je hebt maar één vader.’ Dat heeft hij heel goed gezien en dat heeft de band met mijn vader mede hersteld. Nu hij overleden is, realiseer ik me des te meer hoe belangrijk dat voor me is geweest. We hebben elkaar destijds meer dan teruggevonden.’

Jacqueline en Daan krijgen samen dochter Nnenna (17), dochter Izzi (14) en zoon Lucky (13). Het jonge gezin woont aanvankelijk in Amsterdam-Noord, waar Jacqueline voor de organisatie Nieuwe Maan werkt aan sociale en maatschappelijke vernieuwingsprojecten zoals de ‘Dag van de Dialoog’. Hoewel Jacqueline eerst stellig roept niet meer terug te willen naar Midden-Limburg, verandert dat als ze voor haar werk een project in Weert gaat doen.

Gezinsfoto, met Daan, hun kinderen en opa en oma

‘Ik dacht ik ga gewoon een project in Weert doen om te ontdekken of ik me niet een beetje aanstelde. Ik kon meteen lekker aan de slag daar en werkte met fijne mensen in een heerlijke stad en prachtige omgeving. Ik wilde met mijn eigen gezin niet zoveel verhuizen als ik zelf in mijn jeugd had gedaan. We moesten één keer de goede keuze maken. Zo ben ik vijftien jaar geleden met Daan, Nnenna en Izzi teruggekomen. Lucky is kort daarna in Weert geboren.”

Het gezin strijkt neer in Stramproy, mede gekozen vanwege de Jenaplanschool De Duizendpoot.

‘Ik zette op Facebook de vraag: wat is nou echt een fijne school in omgeving Weert? Iemand tipte De Duizendpoot. Toen ik ging kijken voelde het meteen goed. Onze kinderen hebben het daar heel goed gehad. Nu zitten ze alle drie op Het College, of nou ja, Nnenna is net geslaagd! Ze gaat Sociologie studeren in Utrecht. Fantastisch! Ik wilde vroeger zelf antropologie, de kunstacademie of sociologie doen. Toen ik laatst met haar rondliep op de Universiteit, dacht ik: Oh, wat zou ik graag zelf weer gaan studeren! En dat is wat we hier bij de bieb ook doen: mensen stimuleren om te blijven leren.’

Getrouwd in Weert

‘Maar je bent toch heel creatief?’

Als Jacqueline ruim vijf jaar geleden binnenstapt bij de Bibliotheek in Weert -aanvankelijk als interim-communicatieadviseur, daarna als programmamaker en uiteindelijk als directeur-bestuurder van Stichting Bibliocenter- reageren sommige mensen met verbazing.

‘Mensen vroegen me in het begin wel eens: ‘Maar je bent toch heel creatief? Je had toch een eigen creatief bedrijf? Ga je dan echt bij de bieb werken?’ Mijn antwoord was vanaf dag één overtuigd: maar ik kan mijn creativiteit hier juist supergoed kwijt! De bibliotheek van vandaag is echt geen stoffige bewaarplaats voor boeken; het is een dynamische maatschappelijke broedplaats. Het vraagt juist gigantisch veel verbeeldingskracht en pioniersgeest om culturele programmering, maatschappelijke vraagstukken en menselijke behoeften naadloos op elkaar te laten aansluiten.’ Jacqueline leidt bij Bibliocenter nu een bevlogen team van 67 medewerkers en bijna 400 vrijwilligers. ‘Ik kwam hier binnen om mee te denken over het project ‘Grensverleggers’ en ging uiteindelijk een groep jongeren begeleiden. Zij bedachten ‘De Druk Eraf’, een kaartspel over de sociale druk die jongeren ervaren. Ik vond het geweldig om die meiden te begeleiden, maar ook om over de achterliggende opdracht en het beleid na te denken. Daarna ben ik doorgegroeid naar coördinator programmering voor Weert, Nederweert, Leudal en Maasgouw. Vanuit die inhoudelijke verankering voelde de stap naar het directeurschap heel natuurlijk.’

Wat ze dagelijks in de bieb ziet gebeuren, raakt haar diep. ‘Wat hier gebeurt is écht groots en waardevol. Het draait allemaal om verbinding, mensen zien en waar nodig in hun kracht zetten. Veel mensen zien van buitenaf alleen een gebouw met boeken, maar voor ons is dit een cruciale maatschappelijke steunpilaar. Een veilige, anonieme ‘camouflageplek’. Je kunt hier simpelweg binnenlopen om een boek te lenen, een krantje te lezen, een kop koffie te drinken of te schaken. Of misschien ga je wel naar een workshop of een interessante lezing. Niemand vraagt waarom je er bent. Maar achter die laagdrempelige anonimiteit schuilt een wereld aan ondersteuning en mensen die elkaar helpen en samen kansen creëren. In die veilige omgeving werken bezoekers dagelijks aan hun persoonlijke ontwikkeling. Soms kom je er pas na een tijd achter dat iemand laaggeletterd is, simpelweg omdat diegene je toevertrouwt dat het schrijven van een kerstkaart aan de kleinkinderen nooit is gelukt. Als zo’n bezoeker dan bij ons met een vrijwilliger aan de slag gaat en na een paar maanden vol trots wél die kaart kan versturen, is dat onbetaalbaar! Bedenk je eens, hóe belangrijk is het dat je je eigen kerstkaart kunt schrijven? Dat doet zóveel voor je gevoel van autonomie. Als de bieb zou wegvallen, heeft de samenleving echt een groot probleem.’
Voor haar is een toegankelijke samenleving een prioriteit en dat begint bij de basis. ‘We helpen mensen om mee te kunnen doen en te zorgen dat ze geïnformeerde keuzes kunnen maken. Zo hebben we rond de verkiezingen een ‘levende stemwijzer’ georganiseerd, waarbij mensen de stemwijzer konden doornemen met deskundigen. We hebben zelfs een echt stemhokje in de bieb geplaatst, zodat je kon ervaren hoe het werkt. Je stem uitbrengen is een heel belangrijk recht en dat mag niet onder druk staan doordat je niet weet hoe je het moet aanpakken.’

Ook het bevorderen van meertaligheid en leesplezier heeft haar warme aandacht.‘We zijn actief bezig met meertaligheid, zowel in onze vestigingen als op onze Bibliotheken op School. Een boek kunnen lezen in je eigen moedertaal is zo ontzettend belangrijk. Voor ouders is het fijn dat ze hun kind voor kunnen lezen in de taal van hun hart. En kinderen vergroten hun woordenschat en hun wereld. Het vergroten van je woordenschat is zo belangrijk. Kinderen krijgen meer zelfvertrouwen doordat ze zich beter kunnen uiten. Nog iets moois: onze ‘Verhalenfiets’ die naar plekken gaat waar voorlezen niet vanzelfsprekend is. We lezen om andere perspectieven te ontdekken en onze wereld te vergroten. Extra belangrijk in deze tijd, vind ik.’

Rust in het nu, dromen voor de toekomst

Als directeur-bestuurder kijkt Jacqueline vol enthousiasme vooruit. Over vijf jaar ziet ze zichzelf nog steeds met volle overgave bouwen aan de toekomst van Bibliocenter.

‘Mijn wens is dat onze bibliotheken ‘eigen’ voelen voor mensen. Dat je voelt: ‘Zo fijn, even naar de bieb.’ Dat het een rustige studeerplek is voor een kind dat thuis die ruimte niet heeft. En een warme of koele huiskamer als je dat nodig hebt. Een plek waar je jezelf mag zijn en jezelf mag ontwikkelen. We gaan nog zoveel mooie dingen doen. Denk bijvoorbeeld aan lezingen over actuele thema’s zoals uit het boek ‘De meeste mensen deugen’, de impact van AI en misschien ooit neuropsycholoog Erik Scherder over de veerkracht van ons brein. Met al onze mooie plannen en een druk gezinsleven met drie tieners, probeer ik ook mijn eigen balans te bewaken. Dat lukt de ene periode beter dan de andere, maar ik merk dat ik meer energie heb als ik ook tijd maak voor de mooie dingen van het leven: mijn gezin, familie, vrienden, de hond. Een goed glas wijn met een vriendin werkt altijd. En lekker naar het theater, muziek en lekker eten is altijd goed. Van een rijkgevulde kom (vega) Indische soto soep kan ik intens genieten. En ja, wat vaker bewegen en meer tijd nemen om te lezen zou geen slecht idee zijn. Nu ben ik bezig in een fantastisch boek van Jacinda Ardern: De nieuwe macht. Die gaat mee op vakantie!’

De rode draad: Vliegen op eigen kracht

Kijkt Jacqueline terug op haar levensloop -van de Indische roots tot de rijke Afrikaanse cultuur en de gastvrije bibliotheek in Midden-Limburg- dan ziet ze één duidelijke rode draad: een diep verlangen naar menselijkheid. ‘Verbind en gun elkaar moois in het leven. Dat is alles wat we willen toch? Hoe? Klein beginnen, grootse resultaten. Echte ontmoeting, elkaar een handje helpen en samen genieten van mooie verhalen, creativiteit en aandacht, brengt mensen écht dichter bij elkaar.’

Wanneer je haar vraagt wat de essentie is van alles wat ze doet, keert ze terug naar de wijze woorden van haar ouders: ‘Je hoeft de wereld niet in één dag te veranderen. Begin met een luisterend oor, hulp bij de taal of een veilige plek waar je gewoon jezelf mag zijn. Begin met een zak rijst of een knuffel. Begin met die mangoboom. Want als je elkaar helpt met die eerste stappen om door de wereld te kunnen bewegen, bouwt elke vogel uiteindelijk helemaal op eigen kracht haar nest.’