WTV Magazine - page 14

op weg naar
de watervogels die ik wilde gaan houden. Het zand dat
eruit kwam verkocht ik, en dit ligt nu onder de bloe-
menwijk van Boshoven. Van het geld dat dit opleverde
kocht ik de rest van mijn vaders grond. Toen begon ik
met aanplanten. Ik heb trouwens eerst een schilders-
opleiding gevolgd; de dieren waren toen nog hobby.
Later werd het steeds meer ‘dieren’ en steeds minder
‘schilderen’ en op een gegeven moment kon ik van de
dierenfok leven.”
Kweekstation
“Ik ben met een koppeltje kangoeroes begonnen en
ging verder met kraanvogels en allerhande watervo-
gels. Kangoeroes bleken goed te verkopen; er was
toen verder niemand die ermee fokte, terwijl er veel
vraag naar was vanuit dierentuinen. Dit dierenpark is
puur en alleen als kweekstation opgezet. Dieren plan-
ten zich alleen voort als ze zich gelukkig voelen. Ik reis
regelmatig samen met mijn vriendin Sylvia naar onder
andere Australië om daar te kijken hoe de fauna er
leeft. En die omgeving boots ik hier na. Je moet een
dier een bepaalde biotoop bieden waar het zich prettig
voelt, anders fokt het niet. Je moet zo veel mogelijk
aan zijn behoeften tegemoet komen. Als het dan lukt,
is dat fantastisch. Trouwens: soms is het echt wel even
slikken als een dier wordt verkocht hoor, aan sommige
beestjes hecht je je nu eenmaal…”
Kink in de kabel
Jan vertelt graag over hoe het park is geworden tot wat
het nu is. Dit had nog heel wat voeten in de aarde….
“In 1970 had ik al concrete plannen voor dit park. Maar
toen kwam er een kink in de kabel. Wat nu golfbaan
Crossmoor is, was het domein van twee rijke piefen.
Een van hen wilde de grond van mijn vader kopen,
maar mijn vader wilde het alleen verkopen aan zijn
eigen kinderen. Burgemeester Breekpot werd inge-
schakeld om mij hier weg te krijgen. En ineens werd
ik afgeschilderd als een stroper! Al mijn vergunningen
waren in orde; ook de vergunning om agrarisch te mo-
gen bouwen. Maar de burgemeester tolereerde dit niet,
en zo iemand had toentertijd nog vetorecht. Het huis
weer als bemesting. We werken zo veel mogelijk dier-
en milieuvriendelijk en gooien nauwelijks iets weg. In
oud hooi bijvoorbeeld zit graszaad, en dat gebruiken
we dan weer om onze weiden aan te planten. De die-
ren verdienen een aangenaam leven en dat streef ik op
deze manier ook voor mijzelf na.”
Te koop
In 2012 zette Jan al zijn grond met alles erop te koop.
Hij was ziek en dacht op dat moment dat hij de zorg
voor de dieren niet meer aankon.
“Ik weet van elk dier welk karakter het heeft. Er mag
van mij bijvoorbeeld nooit iemand de rennen in als ik
er niet bij ben. Er zitten dieren tussen die niemand kan
vastpakken behalve ik. Maar door de crisis is zoiets als
dit bijna niet te verkopen. Er zijn genoeg mensen die
het willen, maar niemand heeft het geld, of ze willen
alleen de krenten uit de pap, de Chileense amingo’s
bijvoorbeeld. Uiteindelijk besloten Sylvia en ik toch niet
weg te gaan en de moeilijkste dieren, de agressieve
zwanen bijvoorbeeld, te verkopen. Nu kan Sylvia het
werk volledig overnemen mocht dat nodig zijn. We ge-
ven nog altijd soms rondleidingen aan groepen, maar
nooit meer dan één per dag. Verder hebben we enkele
vaste verzorgers gevonden die hier ook overnachten
als wij op reis zijn.”
Wens
“Wat ik nu nog wil bereiken is dat ik op mijn eigen
grond mag worden begraven als mijn tijd daar is. Dat
is een grote wens van me. Ik heb mezelf kapot gewerkt
– en dat heb ik mezelf aangedaan hoor – en straks wil
ik graag hier worden begraven. De gemeente is nu be-
zig met die wetgeving en we zijn het inmiddels wel ge-
wend dat een aanvraag bij de gemeente nog heel wat
voeten in de aarde heeft eer er groen licht komt. Maar
tot die tijd genieten we nog volop van al die prachtige
dieren en natuur om ons heen en gaan we regelmatig
op reis. Dat is waar we het voor doen!”
dat ik had gebouwd werd afgebroken; in 1974 werd
de boel letterlijk met tanks platgegooid. Ik vond dat dit
niet zo maar mocht gebeuren en zocht publiciteit. De
Limburger kreeg lucht van dit verhaal en zocht contact
met me. Voor het zogenoemde ‘hoor en wederhoor’
stapte de betreffende redacteur naar de gemeente, en
niet veel later werd ik opgeroepen om ook naar de ge-
meente te komen. De gemeente gooide het toen op
een akkoordje met mij: als ik mijn verhaal aan de krant
zou terugtrekken, dan zou ik een vergunning krijgen
voor het bouwen van een bedrijfsgebouw. Dat was in
1976.”
Black Label
Jan ging bij de gemeente op zoek in zijn eigen archief.
Hij kwam erachter dat hij een zogenaamd ‘black label’
had. “Dat is een soort van levenslange boycot. Nog
vaak heb ik geprobeerd contact te zoeken met ook de
huidige burgemeester Heijmans, om hierover te praten.
Heijmans is één keer hier geweest, samen met enkele
ambtenaren. Ze liepen hier wat rond en moesten toen
ineens snel weg. Toen ik iets zei over vroeger kreeg ik
als reactie dat hij daar zijn handen niet aan ging bran-
den, dat het verleden tijd was. Maar mij is wel beloofd
dat als ooit iemand mij weer gaat tegenwerken, ik per-
soonlijk contact met hem mag opnemen.”
Milieuvriendelijk
“De gemeente zei ooit dat ik een milieuvergunning no-
dig had. Onder zo’n milieuvergunning vallen gedomes-
ticeerde dieren, maar geen wilde dieren. De politie heeft
dit toen voor mij uitgezocht en ik heb gelijk gekregen,
en hoef dus geen milieuvergunning te hebben. En als
het over vervuiling gaat: we hebben een eigen water-
zuiveringsinstallatie en een eigen energievoorziening,
windmolens, het dak ligt vol met zonnecollectoren. We
leveren zelfs energie terug aan het net en zijn nage-
noeg zelfvoorzienend met een eigen moestuin. Om-
dat de dieren zeer uitgebalanceerde voeding krijgen,
produceren ze maar weinig mest, en die gebruiken we
14
1...,4,5,6,7,8,9,10,11,12,13 15,16,17,18,19,20,21,22,23,24,...40
Powered by FlippingBook