WTV Magazine - page 5

Het nogal avontuurlijke levenspad van Fester Tuinder
had er wat zijn vader betreft heel anders, heel wat sim-
peler, uit moeten zien dan wat het uiteindelijk geworden
is. Vader Tuinder was akkerbouwer en tuinder (jawel!) in
het Groningse Loppersum. Zijn bedrijf was in de wijde
omtrek beroemd om de rode bessen. Fester: “Hij be-
werkte twee en een halve hectare grond helemaal in zijn
uppie, en dat met de gereedschappen van toen. Maar
toen hij vijftig jaar was, kreeg hij ischias en kon hij het
werk niet meer aan.” Echter, in het tuindersgezin had
niemand van de vijf kinderen interesse om hem op te
volgen. “Ik was de jongste en zag de bui al hangen.
Maar ook ik voelde daar niets voor. Dus werd het bedrijf
uiteindelijk verkocht aan de eerste de beste liefhebber.”
Nee, Fester Tuinders pad voerde na de lagere school
niet naar de land- en tuinbouwschool maar naar de
Mulo, het onderwijstype dat indertijd nog erg populair
was. Na zijn diploma behaald te hebben deed zich de
vraag voor: wat nu gedaan? “Ik wilde graag bij de Rijks-
politie, maar pa zei dat daar geen sprake van kon zijn.
Dus werd het een baantje op kantoor bij een houthandel
in de stad Groningen. Het was een bedrijf met interna-
tionale contacten, maar na een jaar had ik er meer dan
genoeg van. Ik ging solliciteren en kwam terecht op het
laboratorium van een graanhandel. Dat heeft ook weer
ongeveer een jaar geduurd. Toch liet het idee van een
loopbaan bij de politie me niet los. Op een zeker ogen-
blik zag ik een advertentie in de krant voor banen bij
de Koninklijke Marechaussee. En daarmee ging pa deze
keer wél akkoord. Op 18 januari 1967 kon ik beginnen
op het opleidingscentrum in Apeldoorn.”
Zijn werk als marechaussee voerde hem aanvankelijk
onder andere naar wachtdiensten bij paleis Soestdijk en
politiediensten in het Drentse Havelte. Maar na twee jaar
verbreedde zich zijn horizon ineens sterk: hij werd uit-
gezonden naar Suriname, waar hij een jaar dienst deed.
“Toen is er iets wezenlijks veranderd in mijn leven”, stelt
Tuinder. Die verandering werd bewerkstelligd doordat hij
in Suriname in contact kwam met het zendelingenecht-
paar Vermeulen, werkzaam in het zuiden van het land.
“Wat die mensen deden onder de indianen en hoe ze
dat deden. heeft me enorm aangesproken. Dat heeft me
echt geraakt. Ik ben als een ander mens teruggekeerd in
Paramaribo. Ikzelf ben godsdienstig opgegroeid, en wat
ik bij die mensen heb ervaren liet me niet meer los. Zo-
iets wilde ik ook. In november 1970 keerde ik terug naar
Nederland, waar ik nog drie jaar mijn contract moest
uitdienen.”
Hoe nu verder? Doorgaan op de ingeslagen weg leek
een optie, want: “In 1972 kon ik een wachtmeestercur-
sus gaan volgen. Dat zou geen probleem zijn geweest,
want mijn dossier zag er goed uit.” Hij deed het niet. “Ik
Door Tijs Strijbos
Hij grinnikt: “Ik zit ongeveer twee maanden per jaar in de gevangenis.” Is hij dan
zo’n goede bekende van justitie, de 64-jarige Weertenaar Fester Tuinder? Dat is hij
inderdaad. Echter niet als onverbeterlijke veelpleger van strafbare feiten, maar als
hulpverlener. Want dominee Tuinder bezoekt als vrijwilliger Nederlanders in Noord-
Amerika, Litouwen en Finland die daar een gevangenisstraf uitzitten. Om hen een
hart onder de riem te steken. “Want soms zien ze maandenlang niemand anders
dan hun bewakers en medegevangenen.”
5
achtergrond op de voorgrond
Weerter dominee Fester zit twee
maanden per jaar in de gevangenis
1,2,3,4 6,7,8,9,10,11,12,13,14,15,...40
Powered by FlippingBook