wagges effe
39
En? Hoe is het met de goede voornemens? Stiekem samen met de kerstboom opgestookt in de achter-
tuin? Op de milieustraat achtergelaten toen u dat gratis emmertje strooizout ging ophalen – want het zal
toch nog wel gaan vriezen deze winter? Of bent u, nu het nieuwe jaar alweer zo’n vier weken oud is, nog
altijd op de goede weg? In dat laatste geval: schouderklopje voor uzelf! In het eerste geval: lees verder.
Ik heb namelijk ook een goed voornemen. En dat goede voornemen is het durven geven van mijn mening.
Als iemand bijvoorbeeld heel sterk overtuigd is van A, terwijl ik juist neig naar B, dan neig ik er toch naar
om toe te geven aan de ander. En met die eigenschap van mezelf heb ik het helemaal gehad. Want eigen-
lijk wordt daar nooit iemand beter van, en vooral ikzelf niet. Nog niet zo lang geleden stelde mij ineens
iemand de vraag: “Wat is het ergste dat er kan gebeuren als je wél bij B blijft?”
Tja. Dat was een goeie. Daar had ik eigenlijk maar één antwoord op en dat luidde: “Misschien dat die
persoon mij dan niet meer aardig vind. Zo van: nou nou, die Suzanne, die bleef me toch bij haar eigen
mening. Tjongejonge, daar vind ik niks aan….”
De wedervraag was of ik dat erg vond. Ehm… en toen kwam het Grote Nadenken. Úren dacht ik erover na.
Waarom vind ik het eigenlijk zo vervelend als mensen mij wellicht niet meer ‘liken’ omdat ik zeg wat ik
vind? Zijn zij mijn vriendelijke kant dan wel waardig?
Na heel wat kilometers filosoferen – soms in mijn eentje, soms met anderen – en na heel wat decem-
berbubbels met goede vrienden, besloot ik: het roer gaat om. Mijn goede voornemen voor 2014 is: mijn
mening durven geven. Het gewoon zeggen als ik het ergens niet mee eens ben. Voet bij stuk houden als
ik van mijn gelijk overtuigd ben. Hardop uitspreken waaróm ik iets mooi vind, ook al vind de rest het le-
lijk. En het direct aangeven als ik vind dat ik onheus word bejegend en ook de ander ter verantwoording
durven roepen. Maar ook: het zeggen als iets wél goed gaat en vooral dat als basis houden.
Inmiddels ben ik al in heel wat situaties terechtgekomen waarin mijn ‘nieuwe ik’ op de proef werd ge-
steld. Soms ging het goed, andere keren mislukte het faliekant. Ik besloot niet boos te zijn op mezelf als
het mis ging maar te denken: het hoeft ook niet allemaal meteen goed te gaan. Dat kan ook niet. Goede
voornemens zijn meestal voornemens die ervoor moeten zorgen dat vaak decennia lang ingesleten ge-
woonten worden aangepakt. Een voornemen zie ik daarom meer als ergens aan werken, zonder meteen
een tien voor het examen te hoeven halen. En ja, ik ben hard op mijn neus gegaan, dusdanig hard dat
alleen een uur mezelf in het zweet werken ervoor zorgde dat ik het een plaatsje kon geven. Maar hoe erg
is dat? Nou, niet eigenlijk.
Want het is ook al een paar keer heel goed gegaan. Gewoon vriendelijk lachend, doch duidelijk overtuigd
van mijzelf voet bij stuk gehouden, al liet die ander op niet mis te verstane wijze blijken dat hij/zij het niet
met mij eens was.
Pompte er toen vijf liter adrenaline door mijn aderen?
Yep.
Had ik klotsende oksels?
Twee.
Maar was het bevrijdend?
Enorm.
Dus:
voor iedereen die zijn goede voornemen inderdaad heeft opgestookt: geeft niks. Op dit moment ligt
er gewoon wéér een nieuwe kans, vers van de pers, speciaal voor u afgeleverd en wachtend op poging
nummer twee.
Ga ervoor. Dat voelt zó goed!
Suzanne Wolter
Waarom vind ik het eigenlijk zo vervelend als mensen mij wellicht
niet meer ‘liken’ omdat ik zeg wat ik vind? Zijn zij mijn vriendelijke
kant dan wel waardig?
Over goede voornemens
en klotsende oksels