even bijpraten
in de verzinkerij. Aanvankelijk werden vooral kachelpij-
pen, wasteilen en emmers verzinkt. Op zeker moment
begon mijn vader met twee collega’s een verzinkerij in
Mook. Een rare situatie, omdat de helft van ons ge-
zin bij een tante in Maarssen achterbleef en de andere
helft, waaronder ik, mee naar Mook verhuisde. Mijn
meest intense herinnering aan Maarssen is de Honger-
winter van ‘44/’45. Wij woonden langs de Amsterdam-
se Straatweg waar dag en nacht vrachtwagens voorbij
kwamen met kinderwagens, kruiwagens, etsen op
houten banden, stoffen, enz. Allemaal middelen om in
het bevrijde zuiden te ruilen tegen eetbare spullen. Ook
ik heb nog suikerbieten en tulpenbollen gegeten. Maar
dat vergeet je, raar genoeg!”
Roeping de mist in…
“Het boterde niet met de compagnons in Mook waar-
op het gezin Beljaars afzakte naar Ospel waar we een
huis betrokken van de directeur van de melkfabriek.
Het was zodanig verwoest door granaatinslag dat we
met drieën in de keuken moesten slapen. Ik had een
prachtige tijd in Ospel. Daar begon ook het gevoel voor
het verenigingsleven, omdat ik de jeugd van RKSVO
trainde.
Eigenlijk wilde ik stuurman op zee worden, maar daar-
van was ik snel genezen. Toen ik met een kotter een
dagje ging zeevissen kwam ik groen, geel en scheel
van ellende thuis en was de liefde over. Boer worden
was mijn tweede roeping. Ik hield echt van de natuur
en van dieren!” (Tijdens het hele interview heeft Jo een
mini-uitvoering van het merk ‘Malthezer Leeuwtje op
25
Van hot naar her
Jo Beljaars heeft half Nederland doorgezworven. Het
begon in het Utrechtse Maarssen, waar zijn van oor-
sprong Brabantse vader en Maarssense moeder een
gezin stichtten met negen nazaten. “Een echt katho-
liek gezin”, zegt Jo “als mijn vader het een jaartje ver-
gat stond de pastoor op de stoep om er jntjes aan te
herinneren dat het gemiddelde van één kind per jaar
toch wel gebruikelijk was! Mijn opa en vader zaten al
Door Jan Strick
Als iemand vergroeid is met het gemoedelijke Stramproy is het wel Jo Beljaars.
Hoewel zijn tongval overduidelijk verraadt dat zijn wieg ergens ‘boven de sloot’
moet hebben gestaan. Liefst 58 jaar was hij de bevlogen werkgever, en later com-
missaris, van ‘De Zink.’ Op zijn zondags: de ‘Weert Groep.’ Meneer Jo zorgde voor
brood (+boter) voor honderden Roojse gezinnen… Terecht dat het de 600-jarige
gemeente Weert heeft behaagd om de bescheiden Jo als eerste inwoner te benoe-
men tot ‘Weertenaar van het Jaar…’
‘Weertenaar van het Jaar’ Jo Beljaars:
“Ik heb wel even stevig moeten slikken”