In het dorp van Jos H. wordt een wielerwedstrijd
verreden. Van heinde en ver komen de slaven
van het asfalt naar het dorp. De meeste met een
tijdelijke licentie van de Wilde Bond, maar toch,
ook deze coureurs zijn gehard door weer en wind,
valpartijen en beulswerk. Rond het parcours bellen
ze aan met de vraag of ze zich daar mogen omkle-
den en gebruik mogen maken van het toilet. Door
de gastvrije dorpsbewoners krijgen ze spontaan
bed, bad en brood aangeboden. Zo ook bij Jos die
als medeorganisator van het criterium vereerd is
zo’n zongebruinde strijder tijdelijk onderdak te
mogen bieden.
Maar het loopt toch iets anders. Het begint met het
verzoek de aangeboden pasta opnieuw, maar dan al
dente te koken … en of er een biefstukje bij kan? De
slaapkamer van Jos’ dochter, die door de trapgast
als ‘lekker’ wordt gekwalificeerd maar dit slaat, zo
blijkt, op de dochter en niet op de kamer, nou die
kamer dus, die vindt hij veel te klein. De master-
bedroom voldoet beter mits er in huis géén geluid
wordt gemaakt als Poupou, zoals hij zich noemt,
zich een uurtje mentale rust gunt. Jos raakt lichte-
lijk geïrriteerd door het gedrag van Poupou. Als hij
de koelkast induikt, een literfles cola in één teug
halfleeg drinkt, luidruchtig boert en in het voor-
bijgaan de dochter een tik op de billen geeft, is
de maat bijna vol. Jos grijpt pas in als hij Poupou
met zíjn regenjack aan ziet vertrekken voor een
trainingsritje. Bij het tuinhekje grijpt hij hem bij
de kladden. Is dat niet ook zíjn horloge om de pols
van Poupou? Jos krijgt het even te kwaad en trekt
Poupou hardhandig van zijn fiets, het regenjack
van zijn lijf en het horloge van zijn pols. Enkele
tellen later ligt ook de rugzak naast Poupou tussen
de rododendrons.
Binnen vierentwintig uur wordt Jos op het matje
geroepen en op de vingers getikt! Alle begrip maar
juridisch gezien kan het niet door de beugel om de
aan de rotte appel van het wielerpeloton geboden
gastvrijheid zo abrupt te beëindigen. In het wet-
boek van strafrecht is niets opgenomen over ‘ern-
stig misbruik van gastvrijheid’. Geen Wielerwet,
geen Dwarsfietsers-inbewaringstelling of Noodbevel
voor mobiel banditisme kan soelaas bieden.
‘Dit is een extreme en buitenissige maatregel. Als u
een zoon heeft die boerend uw dochter een plagerig
tikje geeft en uw horloge een keer leent, dan gooit
u hem toch ook niet het huis uit? Nou dan, gelijke
monniken gelijke kappen!’ De Bond van Grensover-
schrijders sleept hem zelfs voor het gerecht. Poeh
poeh, het zal toch niet nóg gekker worden?
Gastvrijheid
mensen
dingen
Ton Adriaens
Hoogstraat 26, Weert
•
0495-533618
•
de maart bril
gedragen door
meneer Verheggen