weg. Ze werkte bij diverse bedrijven voordat ze
in dienst kwam bij het bedrijf van haar ouders.
In die fase moest de automatisering doorgevoerd
worden, een klus die Ivonne op zich nam. Later
aangevuld met verkoop en inkoop.
Samenwerken
De familie was compleet. Vader, moeder,
zoon en dochter. “Inmiddels hadden we zes
personeelsleden, geen dealerschap en ook geen
tankstation meer”, legt Harrie uit, die toen nog
eigenaar was. “We verkochten veelal gebruikte
auto’s die we ook in onderhoud hadden. Omdat
we jarenlang Toyota en Kia-dealer zijn geweest,
bleven veel klanten die dezemerken bij ons hadden
gekocht, komen voor reparatie en beurten”.
Joseph ondersteunde z’n vader in de werkplaats,
maar ook bij de in- en verkoop. “We hebben in
deze showroom gemiddeld zo’n 30 auto’s staan van
diverse merken. Je moet veel aanbod hebben. Wat
je niet hebt, kun je niet verkopen. We ruilen in
principe alles in, maar gaan zelf ook op zoek naar
‘pareltjes’ voor de verkoop. Bijzondere modellen
tegen interessante prijzen. Na al die jaren krijg
je er wel gevoel voor. Ook kopen we voor enkele
vaste klanten nog nieuwe auto’s in. Klanten die
ons al jaren trouw zijn en die alle zorgen omtrent
hun auto bij ons neerleggen. Ik mag wel zeggen dat
wij het nú goed hebben door de inzet vroeger van
Pap en Mam”, vermeldt Joseph die ondertussen
al 20 jaar in het bedrijf werkt. Op mijn vraag of
het niet leidt tot discussies als je voortdurend met
je ouders werkt, zeggen ze bijna met z’n vieren
tegelijk: “Totaal niet”. “We hebben eigenlijk nooit
woorden gehad, geen problemen. Samenwerken
ging in prima harmonie”, licht Ivonne toe. “Net als
nu ik met Joseph werk, alles in overleg”.
Overname
De tijd verstrijkt en de ouders krijgen een leeftijd
dat ze een stap terug willen doen.
Toos: “We hebben ze altijd vrijgelaten of ze de
zaak wilden overnemen. Ze werkten hier een jaar
of tien toen wij de pensioenleeftijd bereikten en
we wat meer wilden gaan genieten. Zowel Ivonne
als Joseph wilden verder met het bedrijf.” In
2007 gingen ze met z’n vieren naar de notaris en
werd de zaak overgeschreven van Harrie en Toos
naar Ivonne en Joseph. “Bijna letterlijk tussen de
sop en de aerpel”, lacht Ivonne. Er veranderde
eigenlijk niet veel en de samenwerking bleef. De
‘jonge’ generatie zette het bedrijf voort zoals het
was. Geen ander beleid en geen andere filosofie.
Joseph geeft een toelichting: “Het was een goed
en betrouwbaar bedrijf, maar de tijd verandert
wel. Onderhoud en reparatie gaan tegenwoordig
veelal via de computer, zoveel elektronica en
techniek. Je moet voortdurend bijscholen. En
omdat je veel merken in onderhoud hebt, moet je
goed diagnoses kunnen stellen en ook veel contact
hebben met merkdealers”.
Ook het koopgedrag van de consument is zoveel
anders dan tien jaar geleden. Ivonne: “Bijna elke
klant kijkt eerst op de site en komt dan gericht
voor een specifieke auto. Ze weten veel, zijn goed
geïnformeerd en niet zo trouw meer als vroeger.”
Harrie vult aan: “Wat niet is veranderd, is het
pingelen. Dat is bij elke aankoop. Of iets van de
prijs af of iets extra’s erbij. Terwijl de marge op
gebruikte auto’s beperkt is”. Joseph: “Inkoop is
dan ook erg belangrijk. Als je teveel teruggeeft
voor een occasion, is er geen winst meer bij de
verkoop. Daarnaast komen auto’s veel minder in
de werkplaats. Er is minder onderhoud nodig dan
vroeger.”
Afstand
Al jaren zijn Harrie en Toos uit de zaak, wat niet
wil zeggen dat ze niet meer op het bedrijf zijn.
Bijna dagelijks komen ze langs om te kijken,
te proeven, of te ‘buurten’. Harrie helpt bij
veel kleine klusjes: onderdelen halen, auto’s
wegbrengen, werkplaats opruimen enz. Ook Toos
loopt elke dag even binnen en ‘snuffelt’ daarbij
met regelmaat in de boeken om te volgen hoe
het gaat met de verkoop en de resultaten. “Ik wil
graag op de hoogte blijven hoe het met ze gaat.
Je gunt ze het allerbeste en het doet ons goed dat
ze er met meerdere gezinnen van kunnen eten.”
Ivonne verontschuldigd zich bijna: “Maar ze
bemoeien zich nergens meer mee en laten het ons
op onze eigen manier doen.”
Voortgang
Nog steeds merkt Ivonne dat het voor sommige
klanten moeilijk is als ze te maken krijgen met
een vrouwelijke autoverkoper. “Soms vervelend,
maar meestal zie ik het als uitdaging.” Ze vervolgt:
“Het moeilijkste in het vak is het onvoorspelbare.
Je planning wordt zo vaak in de war geschopt.
Klanten in de showroom of auto’s met een storing
moeten direct geholpen worden, waardoor je
kantoorwerk vaak blijft liggen. ’s Morgens weet je
nooit hoe je dag gaat verlopen, wat er onverwacht
binnenkomt en of je de planning moet aanpassen.”
Zijn er nog toekomstplannen met het bedrijf?
Joseph: “We gaan de showroom opknappen,
sfeervoller maken. Ook hebben we een ander
automatiseringssysteem
geïntegreerd
voor
werkplaats en verkoop. We zetten voort
wat onze ouders hebben opgebouwd. Met
klantvriendelijkheid en op een eerlijke manier. In
2017 bestaat het bedrijf 50 jaar”.
Harrie en Toos horen het vol trots aan en zullen
het ongetwijfeld op ‘afstand’ volgen, maar daarbij
wel dagelijks over de vloer komen. En zo blijft een
Weerter familiebedrijf in stand.
familie
bedrijven
28