Weert Magazine - page 31

Er was eens een Stationsplein, ergens in een Midden-Limburgs oord. Het
nostalgische station waarnaar het plein was vernoemd, werd geroemd om
ene Antje die er in lang vervlogen tijden vlaaitjes ronddeelde aan hongerige
reizigers. Honderden reizigers reisden dagelijks te voet, per fiets en later
per bus en auto over het Stationsplein naar familie, vrienden, werk, studie
of lang verloren liefdes. De Midden-Limburgse stad groeide, het plein
werd bedrijviger. Bussen kwamen en gingen, oude winkelpanden werden
gerenoveerd of afgebroken en herbouwd tot statige stadspanden. Er verrezen
appartementengebouwen en een heus busstation – net als in de échte stad.
Het plein was inmiddels geen echt plein meer; de tand des tijds had het
getransformeerd tot een doorgaande weg die uitmondde in een kruising.
Verkeerlichten, een tunnel opgesmukt met kunst, een taxistandplaats, een
fietsenstalling voor honderden fietsen, de bevolking die meer forensde dan
ooit tevoren: het station was het plein ontgroeid. Op een dag verscheen er
boven het hoofd van een zeker iemand een tekstballonnetje met een lampje
erin. En in het tekstballontje bij dat lampje stond: ‘hey, dat Stationsplein hè,
dat is helemaal geen stationsPLEIN. Het is gewoon een doorgaande weg!’ Die
gedachte verspreidde zich door de stad, en niet veel later zetten belangrijke
personen hun handtekening onder een herinrichtingsplan.
Het idee zelf was natuurlijk goed: laten we een écht plein van het stationsplein
maken, net zoals andere steden ook hebben’. Maar daar ging het ergens mis.
Want iemand was de mening toegedaan dat een plein, zoals een plein bedoeld
is, geen asfalt heeft. Een echt plein heeft tegels. Een echt plein is namelijk
heel iets anders dan een doorgaande weg. En zo geschiedde. Er kwam een
30-kilometerzone, een mooi busstation. Ook kwamen er K&R, Kiss&Ride-
parkeervakken, om het nostalgische karakter van het station wat verder te
romantiseren. Want de romantici onder ons zien bij het K&R-bord taferelen
voor zich van mannen in rokkostuum die hangend uit het treinraampje hun
traantjes-wegpinkende, teruggevonden liefde wederom moeten verlaten om
zaken te gaan doen in het verre zuiden…
Waar waren we? Oh ja. Het tegelwerk. In het begin was dat idee natuurlijk
mooi. En op tekening ook. Alleen in de praktijk bleek het heel wat voeten in
de aarde te hebben, soms letterlijk, om A) die tegels fatsoenlijk te voegen en
B) het plein in te richten voor het vele (vracht)verkeer dat al decennia lang
gewend was om die ene route te nemen. Pleintegels en bijbehorende voegen
bleken hiertegen namelijk niet bestand. Daarnaast bleek de vernieuwde
verkeerssituatie bij menig fietser en automobilist voor tekstballonnetjes met
vraagtekens te zorgen.
En in het ooit zo gemoedelijke Midden-Limburgse stadje heerste chaos. Mensen
deden maar wat. Reden met hun auto over baanvlakscheidingsrandjes (of hoe
heten die dingen waar je je banden op kapot rijdt?), schampten stoeprandjes
en maakten met de fiets gevaarlijke uitwijkmanoeuvres voor afscheids-
zoenende stelletjes in de K&R-vakken. Ook werden de voegen van de mooie
pleinbestrating keer op keer kapotgereden. De aannemer kon inmiddels het
woord ‘Weert’ in combinatie met ‘Stationsplein’ niet meer horen zonder toe
te zijn aan een borrel. En op een steenworp afstand van het beruchtste plein
der pleinen in Weert parlementeerden gemeenteraadsleden in hun raadhuis
tot in de late uurtjes over de scheikundige samenstelling van – en van dat
woord is geen mooi synoniem – de voeg.
Ooit zal het bovenstaande heus wel eindigen met een ‘en ze leefden nog lang
en gelukkig’.
Tot het zo ver is, raad ik u aan het Stationsplein van Weert als het even kan te
mijden. En dat Kiss & Ride? Dat mag ook wel stiekem op andere plekken dan
in de daarvoor toegestane alles behalve prikkelende parkeervakken.
Over beparlementeerde
voegen en
prikkelende
parkeervakken
Suzanne Wolter
wagges
effe
En dat
Kiss &
Ride?
1...,21,22,23,24,25,26,27,28,29,30 32
Powered by FlippingBook