Page 20 - template_wtv_magazine

Basic HTML Version

20
Een ‘two-menshow’ wordt onze nieuwe
uitdaging..!
Edje Stroek en Lange Frans…
Als hun namen ooit in de Dikke van Dale
zouden belanden, zou de volgende defi-
nitie wel passen: ‘Aan elkaar gewaagd,
onafscheidelijk duo, dat tussen het zin-
gen, kuiten en ‘aojhore’ door ook nog
tijd vindt om te werken.’
Levensmotto: ‘Mekaar probieëre te
kloeëte…’ Ed en Frans maken zich op
voor een laatste krachttoer tijdens de
Boonte Aovundje…
‘Schäöpke en Verkuskop’
Beide mannen horen bij Weert als kapoentje bij Sin-
terklaas. Toch kennen ze elkaar niet zo héél lang. De
een is geboren op Groenewoud, de ander op Leuken.
Volgens de geschiedenis verkwanselden ze rond hun
zeventiende hun zuur verdiende zondagscentjes alle-
bei bij de Oelepot op de Oelemarkt, maar ze kennen
elkaar daar niet van. Frans Snels (1966) introduceert
zichzelf met een mooie, thuis geoefende, volzin: ‘Ich
bin as Schäöpke geboeëre, as Zweeloeër opgegreu-
jdj en as Rogstaeker volwasse gewoeëre!’ Mijn vader
kwam uit Maastricht. Ik herinner me dat we daar altijd
op familiebezoek moesten. Voor een kind een troos-
teloze zondagbesteding met één groot voordeel. We
kregen altijd een enorme puntzak Belze friet, met een
klodder witte mayonaise, die binnen twee minuten on-
der je hemd drupte.”
Ed Stroek (1967): “Ik ben op Groenewoud geboren: op
de Leukerstraat, zoals de Overweertstraat toen heette.
Ik ben als ‘Verkuskop’ getogen, zoals je nog wel kunt
zien. Ik was de jongste van vijf broers en herinner me
vooral dat ze me plaagden. Mijn vader inclusief. Wat
mijn moeder vaak de uitspraak ontlokte dat ze ‘zes
wichter’ had. Toen vader mij ging aanmelden op Philips
van Horne stelde de rector de prangende vraag: ‘Mijn-
heer Stroek, dit is toch wel de laatste, hoop ik? Hoef je
niet te vragen wat voor een slagveld mijn oudere broers
daar hadden aangericht.
De Daltons van Wieërt!
Mijn oudste broer Bert voorop. Nu een onberispelijke
Rabobanker...”
Beide heren weten nog dat ze altijd voetbalden en in de
winter lekker glijbanen maakten met bevroren snotneu-
zen tot op de kin. Ed: “Volgens mij heb ik meer óp de
school gezeten dan erin. Om de haverklap lag onze bal
op het dak en die moest eraf voor we verder konden.”
Geen ‘stuudje’
Edje was geen gangmaker, eerder een bedeesd man-
neke. Klasgenoten van toen, die hem nu over het podi-
um zien banjeren, vertrouwden aanvankelijk hun ogen