CULTUUR
SPECIAL
27
erweert aan tafel bij Weert Magazine
uitzien, netwerken maar zeker ook vrij zijn op
het toneel om opdrachten binnen te halen.”
Wanneer maakten jullie de keuze om
professioneel zangeres te worden?
E:
We zongen allebei al vroeg in het kinderkoor
onder leiding van mevrouw Geraats. We waren
ongeveer 7-8 jaar en mochten steeds vaker solo
zingen. Dat vind je leuk en het gaat je goed af. Ik
had toen nooit last van zenuwen, dat kwam later
pas. Ik had in die tijd geen voorbeelden of idolen,
zoals de Spice Girls of iets dergelijks. Ik wilde
iets met muziek en met lesgeven. Zo ging ik naar
de Open Dag van de Pabo. Dat was erg teleur-
stellend. Daarom koos ik voor de studie ‘Docent
Muziek’ en daarna ‘Klassieke Zang’.”
F:
“Ik liep de hele dag te zingen in huis. Mijn
moeder speelde piano en er werd bij ons in huis
veel aan muziek gedaan. Het is me eigenlijk met
de paplepel ingegoten. Op mijn vijfde speelde ik
al piano en kreeg les bij Rick in Weert van Rita
Scheffers, die er nu nog steeds actief is.”
E:
“Dat is grappig! ik heb bij Rita in meerdere
koortjes gezeten. Zij was zo gedreven en vak-
kundig, daar is de basis gelegd voor mijn huidige
vak.”
F:
“Na het voortgezet onderwijs ben ik economie
gaan studeren aan de Universiteit van Tilburg en
vervolgens marketing-management. Daarnaast
studeerde ik ‘zang’ aan het conservatorium en de
opera-academie. Mijn hart ging uit naar de zang
en zie hier het resultaat.”
Hoe groot is jullie wereld? Zijn er 20
concurrenten of 200?
F:
“Dat heeft te maken met categorieën en stem-
type. Kijk je naar de groep sopranen in onze
leeftijd dan zijn het er tientallen. Maar kijk je
naar sopranen en mezzosopranen in alle leeftij-
den, dan zijn het er honderden, alleen al in Ne-
derland.”
E:
“Aan de andere kant zijn er natuurlijk wel erg
veel uitvoeringen en optredens en er is veel werk
te verdelen. We zijn er beiden nog rustig onder
en raken niet in paniek… en onze mannen hebben
een stabiel inkomen.”
F:
“En als het in Nederland moeilijker wordt,
kunnen we altijd nog naar Duitsland verhuizen.
Daar is het werkveld veel groter. Meer operahui-
zen en meer uitvoeringen.”
Jullie zingen in veel talen. Hoe krijgen jul-
lie dat onder de knie?
F:
“We zingen in het Italiaans, Duits, Frans, ook
Spaans en zelfs in het Russisch, Zweeds en Noors.
Een deel van deze talen zijn onderdeel van onze
opleiding. Bij een grote opdracht zitten er bij de
repetitie taalcoaches die je helpen/verbeteren
de taal perfect uit te spreken.”
E:
“Het is wel leuk. Als ik in Spanje iets bestel
kan ik dat in accentloos Spaans. Maar als ze dan
antwoorden in het Spaans kan ik er meestal niets
van verstaan…
Maar als je zingt, weet je natuurlijk wel wat je
zingt in die taal. Je moet tenslotte ook een rol
spelen.”
Is jullie vak topsport?
E:
“Nee, dat wil ik niet zeggen. We zijn natuurlijk
zeer geconcentreerd en gefocust bezig, maar het
is niet zo dat we elke dag zingen. Daarnaast mag
je eigenlijk maar 2 uur per dag bezig zijn met
je stem, om deze te beschermen. Op bepaalde
momenten is het wel topsport. Er zijn namelijk
genoeg periodes dat ik 60 uur per week bezig ben
met zingen. Het vergt veel focus, tijd en aan-
dacht om je stem in goede conditie te houden
en om altijd op je best te presenteren. Maar
fysiek zou ik het absoluut geen topsport willen
noemen.”
F:
“Je kunt ook best drie weken op vakantie gaan
en daarna het zingen weer oppakken. Naast zin-
gen moeten we ook veel teksten uit ons hoofd
leren. Ons concentreren op de uitspraak en de
rollen repeteren. Het is ook niet zo dat je dagen
of weken achter elkaar uitvoeringen hebt. We
hebben best een vrij bestaan en we kunnen een
groot deel van onze tijd zelf indelen.”
Maar natuurlijk wel zuinig zijn op
je lichaam/stem?
E:
“Vanzelfsprekend, maar niet overdreven. Met
hoofdpijn is goed te zingen, maar verkouden zijn,
is dramatisch. Als ik in aanloop naar een belang-
rijke uitvoering keelontsteking krijg, zetten we
alle zeilen bij om te herstellen: bed, speciale
thee, stomen en dergelijke. Maar ik ben dan ze-
ker niet de gezelligste in huis.”
F:
“Vroeger toen er nog gerookt
werd in de cafés was dat voor ons erg vervelend,
of praten op een feestje met harde muziek. Maar
je weet er steeds beter mee om te gaan en je
wordt ook steeds creatiever.”
Doen jullie als ‘Neejwieërter maegdjes’
ook dingen samen?
E:
(lachend) “Nou, onlangs zijn we door een ge-
specialiseerd bureau waar we beiden ingeschre-
ven staan, ingezet om samen een bijzondere uit-
vaart op te luisteren. Maar dat was echt toeval
en de eerste keer. Maar het was zo mooi om dit
samen te doen, daar kunnen we misschien meer
mee.”
Het zou toch prachtig zijn als twee lokale ta-
lenten in de regio klassieke uitvoeringen in het
theater zouden uitvoeren? Een soort Viva Classic
Live zoals in Venlo succesvol is. En dan zelf de
programmering doen en bijzondere gasten mee
laten zingen? Gezien jullie achtergrond en lokale
roots trekt het wellicht veel publiek.
F:
“Ja, lijkt ons geweldig. Twee of drie uitvoerin-
gen in het prachtige Munttheater. Geweldig.
Nooit eerder aan gedacht. Misschien in de toe-
komst ‘…”
Ellen in actie
gesprek
in
2voud