Murphy
Mensen die de moed hebben om een bedrijf te
starten, verdienen alle lof. Zeker als ze daar-
bij nog vier kinderen opvoeden. Margriet: “Ons
voordeel was dat we bij de zaak woonden. Als
er iets was, konden we direct inspringen.” Maar
tegen de Wet van Murphy is niks bestand. Als je
eenmaal in de verkeerde hoek terecht komt, is
het een hels karwei om eruit te komen. Margriet:
“We groeiden lekker als bedrijf, maar dat bleef
niet duren. Ik had enkele zwangerschappen met
complicaties. Eén doodgeboren kindje en bij een
volgende bevalling ontdekten ze een tumor. Ge-
lukkig behandelbaar. De oudste, Tim, had astma-
tische klachten, die wezen op de taaislijmziekte.
In het Leyenburg Ziekenhuis in Den Haag ont-
dekten ze tenslotte dat het om een inspannings-
astma ging. Ongelooflijk dat hij nog het betaalde
voetbal haalde, omdat hij als kind ook een open
hartoperatie kreeg. Daarna kreeg Maartje allerlei
klachten, waaronder ontzettende hoofdpijn. Zij
bleek de ziekte van Lyme te hebben. Pas toen een
dokter in Maastricht een eigen behandelmethode
ontwikkelde, genas zij. Onze Bram, voetballer
in België, is er tot heden het beste doorgerold.
Hij had wel een gebroken enkel met voetballen,
maar geen alarmerende dingen. Afkloppen!!”
Het kan erger…
Herman: “In 2002 reden ze onze Sanne letterlijk
van de fiets. Ze had zwaar hoofd- en beenletsel,
waarvan het herstel anderhalf jaar duurde.” Mar-
griet: “De traumahelikopter stond klaar, maar de
dokter ter plekke zei: Ik wil haar graag zelf ope-
reren! Waarop ik zei: Als jij mij 100% garandeert
dat je haar been redt, blijft ze hier. Godzijdank
redden ze haar been en pakte ze haar leven weer
op, maar ze moet nog steeds operaties onder-
gaan om littekens weg te werken. We gingen ook
weer skiën, meteen toen het mocht. Maar toen
bleek dat haar been nog niet geheeld was. Haar
scheenbeen boog door bij het skiën. Er moest een
pin worden ingezet om het been krachtiger en
stabieler te maken. Toen begon alles opnieuw.”
Herman: “Wat ons nu voortdurend bezighoudt
zijn de problemen rond Sophie, het eerste kindje
van Tim en Mo. Ze had langdurig zuurstoftekort
bij de geboorte en het is de vraag hoe zich dat
ontwikkelt. Dat ze beperkingen overhoudt, is al
duidelijk. De vraag is: hoeveel? Het is vreselijk als
je zo’n klein, weerloos wezentje ziet vechten”!
Geen pardon
Het ongeluk van Sanne bezorgde Margriet en
Herman zware tijden. Met haar verpleegachter-
grond zat Margriet continu in het ziekenhuis. Er
was al een verbouwing gepland. Plus acht men-
sen op de loonlijst waar ze zich verantwoorde-
lijk voor voelden. Herman: “Als je zo in beslag
genomen wordt door randzaken komen er geen
ideeën meer los. Gevolg: je orderportefeuille
droogt op. Je had te weinig kunnen zaaien. Bin-
nen drie maanden stond de ING op de stoep, af-
deling Bijzonder Beheer. Die lieten niet na ons
te kleineren. Ik zei: “Als jullie gekomen zijn om
hier een bordje in de tuin te zetten, doen wij
dat zelf wel! Geef ons een half jaartje om het
schip vlot te trekken. Dat is ons gelukt, met veel
toewijding en keihard buffelen. In diezelfde peri-
ode openbaarde zich bij Herman een chronische
nieraandoening, waardoor hij ’s middags moest
gaan rusten tussen 13.00 en 16.00 uur. Dodelijk
voor een ondernemer. Over Murphy gesproken!”
Margriet: “In die periode heb ik ‘zwarte sneeuw’
gezien. Maar je komt eruit, als je maar vier din-
gen voor ogen houdt: probeer de tering naar de
nering te zetten, doe zoveel mogelijk zelf, ben
alert op zaken, en probeer vooral creatief te zijn!”
Inbreng Margriet
Herman: “De input van Margriet in onze
bedrijven is groter dan de mijne. Haar grote
kracht, en mijn tekortkoming, is haar aangeboren
alertheid en accuratesse. Ik heb druk nodig
om te presteren, daar wordt zij helemaal
gek van. Ik weet dat ik op 26 september drie
dingen klaar moet hebben voor een opdracht
in Deventer. Had ik al lang kunnen doen. Maar
bij mij moet de spanning zich samenpersen
tot ik zeg: Dóórduwen! Nu! Eigenlijk zijn wij
veredelde kermisklanten. We bouwen op, draaien
een feest en breken af. Op naar de volgende.
In Bi-j Siem is dat anders. Dat is een locomo-
tief die constant moet draaien. Margriet regelt
ook de administratie. En hoe! We kregen be-
zoek van de fiscus, die hier wat dachten te vin-
den. Na dagen snuffelen bonden ze eindelijk in
en zeiden: ‘Nog nooit zo’n boekhouding aange-
troffen. Zo punctueel’! En dat van drie bedrij-
ven, hè! Daarnaast is Margriet in alles pur sang
oma en echtgenote. Het kan nog zo druk zijn
maar als een van de kinderen belt, gaat dat
voor: Nu ben ik er voor jou…zeg het maar!”
Humor
Met alle vervelende privébeslommeringen heb-
ben Herman en Margriet vooral leren relativeren.
Maar de dagelijkse praktijk bracht gelukkig vol-
doende afleiding en hilarische momenten. Ook
tijdens dit interview wordt er volop gelachen.
Herman: ”Toen we pas bezig waren, verzorgden
wij een jubileum voor Sjra Wijen. Superfeest. Ik
moest een dag later al op kantoor verschijnen.
Sjra pakte zijn chequeboek en schreef een waar-
depapier uit met ‘nogal wat nulletjes’. Zoveel
had ik nog nooit gezien. Ik ben meteen als een
speer naar de bank gefietst om hem veilig te la-
ten ‘bijboeken’. We organiseerden ook ooit een
Backstreetfeest voor Philips Medical. Daar werk-
ten voornamelijk Willie Wortels en studiebollen
met typisch ‘nerdgedrag’. Absoluut geen feest-
neuzen. Daarom stuurden we vooraf een acteurs-
duo naar Philips om die mannen een beetje op te
hitsen voor het themafeest. De mannelijke ac-
teur verkleed als pooier, de vrouw als een weinig
verhullende prostituee, die de ‘koopwaar’ los in
de blouse had hangen. Dat werkte. Op het feest
liep het storm van de nieuwsgierige ingenieur-
tjes. De ‘greppeldel met inkijk’ stond zelf aan
de ingang en verwelkomde iedereen: Heerlijk dat
je d’r bent, schat … lekkere scheet van me…!”
We organiseerden voor een bedrijf een ‘Frans
feest’ bij Madeira. Voor de sfeer hadden we bij
de ingang een paar ongeschoren, lallende be-
delaars neergelegd met een halflege wijnfles
aan de mond. De directeur werd bij aankomst
krijtwit: ‘Zeg Herman, dat gespuis houd je toch
wel buiten de deur, hè’? Nadat ik had gezegd
dat er voldoende politie binnen was, durfde
hij het aan. ‘s Avonds laat zei hij tegen mij: Ik
geloof dat ik bij de neus genomen ben, hè?”
Margriet: “Ik vergeet nooit een Breugeliaans
feest in Lozen, met levende geiten en kippen. Ik
had net alle tafels voorzien van verse bloemen.
Toen ik even weg was, waren plots alle bloemen
verdwenen. Hadden die geiten alles verorberd!
Toen we tegen zessen even naar Nederweert wil-
den om ons op te tutten, sloten we het vee tijde-
lijk op in het toilet. Mijn God! Toen we terugkwa-
men dreef de urine onder de toiletdeur door, zo
de zaal in. Maar het raarste maakten we mee op
een vergelijkbaar feest in Trinkenshof. Daar was
een kip die steeds op de platenspeler bleef zitten
en er niet vanaf te krijgen was. Ze vond het heer-
lijk om op de langspeelplaat mee te draaien…!”
Toekomst
Als je aan Margriet en Herman vraagt hoe de
toekomst eruit zou moeten zien, zijn ze helder.
Herman lachend: “Dat Murphy voorlopig niet
meer aanbelt en zeker niet stiekem achterom
komt. Verder willen we van Bi-j Siem een
succes maken. Het project heeft alles in zich
om er iets moois van te maken: het cafeeke,
het à-la-carterestaurant, de serre, de kelder,
het sfeervolle plein. Pandeigenaar Teng Wijen
moet weer trots kunnen zijn op zijn pand”!
En Margriet, wat hoop je dat jouw toekomst
brengt? Ze hoeft niet na te denken: “Het geluk
van onze kinderen en kleinkinderen”!
hoofd
stuk
18