Komend uit de richting Maaseik tuft het trammetje op de kruising Maaspoort-Hiëronymuswal (thans Emmasingel) naar het station aan de Langpoort.
(foto: Collectie Gemeentearchief Weert)
Al in de negentiende eeuw ontstonden links en
rechts in Nederland tramwegen. Die waren voor-
al populair in gebieden waar de aanleg van een
spoorlijn te kostbaar was. Een tramlijn was veel
minder duur, ook al omdat de eisen die aan zo´n
voorziening werden gesteld gemakkelijker inge-
vuld konden worden. In 1889 was Vaals de eerste
Limburgse plaats die een tramverbinding kreeg
met Aken. Maastricht volgde in 1894, met een
tramlijn naar het Belgische Glons, ten noorden
van Luik.
Weert kon natuurlijk niet achterblijven. En toen
het gemeentebestuur er rond die eeuwwisse-
ling lucht van kreeg dat de Belgische Nationale
Maatschappij van Buurtspoorwegen (NMVB) een
tramlijn van Maaseik tot aan de Belgische grens
bij Stramproy wilde aanleggen, was het er dan
ook als de kippen bij om bij deze maatschappij
aan te dringen op doortrekking van deze lijn tot
Weert. Stramproy, nogal geïsoleerd gelegen, zag
zo´n ontsluiting uiteraard ook wel zitten. Beide
gemeenten drongen er derhalve bij het provin-
ciaal bestuur op aan om deze lijn van provinciaal
belang te verklaren, zodat op ruime overheids-
subsidies gerekend kon worden. Provinciale Wa-
terstaat, door de provincie om advies gevraagd,
bleek een warme medestander. In een schrijven
aan de ‘heeren Provinciale Staten van het hertog-
dom Limburg’ werd opgemerkt: “Tusschen Weert
en Maeseijck, de twee meest beduidende plaat-
Stoomtrammetje ´De lieëgluiper´ trok nooit veel reizigers
Weert en Maaseik waren ooit
per
spoor
met elkaar verbonden
Nog steeds wordt er in Weert driftig geijverd voor heringebruikname
van de spoorlijn tussen Weert en het Belgische Neerpelt voor
personenvervoer. Weinig Weertenaren zullen het zich herinneren,
maar er heeft ooit nog een tweede spoorverbinding tussen de
Rogstaekersstad en België bestaan; de tramlijn Weert-Maaseik. Over dat
smalle spoor sukkelde in de jaren 1910 tot 1934 dagelijks enkele keren
een stoomtrammetje heen en weer. In Weert spottend ´de lieëgluiper´
genoemd, want veel passagiers vervoerde het vehikel niet.
Door Tijs Strijbos
achtergrond
op
de
voorgrond
sen dier streek, op een afstand van slechts ruim
20 K.M. van elkaar gelegen, bestaat noch spoor-
noch tramverbinding. Ofschoon beide plaatsen
spoorwegstations hebben, is het niet dan langs
zeer grooten omweg mogelijk om van uit de eene
plaats de andere per spoor te bereiken. De on-
derwerpelijke tram nu brengt eene rechtstreekse
verbinding dezer beide plaatsen tot stand en of-
schoon de rijksgrens, ongeveer op de helft der
lengte gelegen, steeds een hinderpaal zal blijven
voor de vrije ontwikkeling van het ruilverkeer
tusschen beide plaatsen, toch mag men aanne-
men dat uit deze tramverbinding menige nieuwe
handelsrelatie zal voortspruiten”.
Ook de directeur-generaal van de NMVB De Bur-
let was vóór doortrekking van de lijn vanaf de
Belgische grens naar Weert, vooral uit econo-
mische overwegingen. Want pas dán zou de lijn
rendabel kunnen zijn, was zijn overtuiging. Er
zou echter nog heel wat water door de Zuid-
Willemsvaart vloeien voor de eerste tram aan zijn
reis kon beginnen. De financiële moeilijkheden
waren legio en vanuit het bedrijfsleven was er
uiteindelijk geen belangstelling om geld te ste-
ken in de onderneming. Zodat de betrokken ge-
meenten in Nederland en België, te weten Weert,
Stramproy, Molenbeersel, Kinrooi en Maaseik, be-
5