HOOFDstuk
Trouwe fans
Voordat ze zelf meededen waren de mannen al trouwe
fans van de Boonte Aovundje in de stad.
En natuurlijk zagen ze dingen die, als zij mee gingen
organiseren, wat aanpassing konden gebruiken.
Ed: “Wij wilden meer snelheid. De lach moest nog in
de zaal hangen als het volgende onderdeel begon. Ook
wat minder statisch. Niet alleen spelers die aan het
woord waren moesten acteren, de rest ook. Mede door
Jan Vaes, als speltechnisch regisseur, is dat veel ver-
beterd. En dan natuurlijk die live muziek. Dat maakte
het zoveel completer.
Frans: “Ik geniet nog altijd van de hechtheid binnen de
groep. Je moet elkaar wat kunnen zeggen als dat het
geheel ten goede komt. We duimen ook voor de an-
deren en lijden mee met de collega’s, als een bepaal-
de sketch minder over de bühne komt dan verwacht.
Brigitte van Eck is elk jaar weer verwonderd. Ze zegt
steeds: “Het is gewoon één grote ‘Boonte Aovundjfe-
milie.’ Ik heb dit nog nergens meegemaakt…”
(En dat zegt dan een ras-Roermondse…)
Om te bescheuren
Frans: “Bij de eerste Boonte Aovundje liep ik op mijn
tandvlees van de zenuwen. Ik at dagenlang niet. Ed
en ik etsten voor elke uitvoering van Leuken naar de
stad, maar geheid dat ik in de buurt van het ziekenhuis
even de vinger in de keel moest steken…. De rest mag
de lezer invullen, puur zenuwen op de maag. Iedereen
snapt dat je dan na tien uitvoeringen compleet scheef
op je hoeven staat. Toen de Rogstaekers met Vastela-
ovundj nog het beheer hadden over het Munttheater
liep het ook regelmatig uit de klauwen. Soms ging na
de voorstelling de tent op de knip en bleven we tot
vijf uur ‘s morgens in de kleedkamer zitten. Volop bier,
moppen tappen en lachen. Dat zou tegenwoordig, met
alle voorschriften, niet meer kunnen. Ik mis nog steeds
een stukje lm hoe ik ’s morgens ooit op mijn werk ge-
komen ben.”
Ed vult aan: “We hebben ook jaren gehad dat Henri van
de Mortel kookte voor de artiesten in de kleedkamer.
Als de voorstelling begon zette Henri het vlees op. Hij
heeft ooit een ketel met zo’n lekkere shoarma gemaakt,
dat ze in de zaal ook begonnen te likkebaarden…”
Pootje lichten
Ed: “Een vast gegeven was om elkaar tijdens de laat-
ste voorstelling te ‘kloten.’ Frans had ooit een rol als
cyclecrosser. We hadden achter het toneel een em-
mer modder met een blokkwast klaarstaan. Voordat
Frans op moest komen bewerkten we hem even met
die blokkwast modder om te accentueren dat hij als
coureur een zware uitputtingsslag achter de rug had.
De laatste avond gooiden we stiekem een hoop kof-
e, verschraald bier, en een niet nader te noemen gele
vloeistof tussen die modder, waar we Frans van boven
tot onder mee vol smeerden. (Frans: ‘Ik wist toen nog
niet wat het was, maar later rook ik het wel….!’)
Frans: “Je kon je tijdens zo’n laatste voorstelling niet
veroorloven om naar de WC te gaan, want dan was je
‘gebokt.’ Ik heb eens een scene gehad waarin ik uit
moest spelen. Tijdens mijn sanitaire zenuwenplasje
hadden Yvon Hendriks en Ed het mondstuk aan de on-
derkant ingesmeerd met nagellak. Ik moest van pure
ellende van het toneel af omdat mijn mond zowat in
brand stond. Ik heb nog overwogen om de brandweer
te bellen.”
Wat Ed en Frans kenmerkt, is dat het altijd kwajon-
gens zijn gebleven. Altijd in voor een stomme streek of
een wedstrijdje. Zo was er een optreden op Laar waar
Frans met zijn edele delen op een dranghek naast het
podium belandde, terwijl Ed vierkant door het podium
zakte. Geheel volgens Murphy bezweek ook een in-
derhaast aangesleept reservepodium, waardoor Ed
voor de tweede keer in een alles afknellende spagaat
onder de planken schoof. Gelukkig had hij al twee
kinderen! Frans: “Toen we die avond ‘stevig geladen’
naar huis etsten, over de brug, moest er zo nodig
weer een wedstrijdje volgen wie het eerst beneden
was. Natuurlijk haakten we op volle snelheid met de
sturen in elkaar en maakte ik een zwieper à la Johnny
Hoogerland. Alleen landde Johnny in de prikkeldraad
en ik in een enorme doornstruik. Je gelooft het niet:
wekenlang heb ik uit alle kieren en gaten van mijn lijf
nog doorns moeten trekken…”
Toch mooi meegemaakt…
Intussen stonden de twee hartsvrienden toch maar
mooi te genieten tussen Limburgse coryfeeën als Bep-
pie Kraft, Thei en Marij, Fabrizio en Big Benny. Traden
ze op in een uitpuilende Venlose Zoepkoel en kregen
ze 23.000 man op het Vrijthof aan het meezingen. Méér
dan een zekere Rieu!
“Wij zijn geboren met confetti in de aderen, maar zien
gelukkig ook de realiteit: Het is een cliché, het is 10.000
keer gezegd, maar de steun en betrokkenheid van ons
thuisfront was oh, zo onmisbaar. Van onze vrouwen
Joan en Adrie, maar zeker ook de jonge Snelsjes en
Stroekjes.
Misschien kunnen we nog ooit goedmaken, wat we ze
de laatste jaren tekort hebben gedaan…”
Na de Boonte Aovundje gaan de vastelaovundj-steken
voorgoed tussen de mottenballen.
Eind 2013 staan er nieuwe gangmakers op de af ches
van de Rogstaekers.
En Ed en Frans?
“Het lijkt ons geweldig om te gaan sleutelen aan een
‘two-menshow.’ Een avondvullend programma met
een vet orkest erbij. Wij zijn zeker niet uit op ‘schunnige
kal,’ maar in het cabaret kan je net wat meer zeggen…
‘Wieërt huurtj nog van ôs…”
Opmerkelijke quotes uit het gesprek:
Ed: ‘Veel mensen denken dat een humorist thuis ook
zo’n lolbroek is. Maar meestal zijn het thuis rustige
huisvaders. Wij ook!’
Frans: ‘Wij hebben geen specifieke ‘aangever of afma-
ker’ in onze sketches. Als het moet kan Ed net ze lomp
doen als ik…’
Ed: ‘Dat roken blijft een probleem. Pas nog met Thei en
Marij over gehad: zolang je in dit ‘vak’ zit kom je niet van
je sigaretje en je pilske af…’
Frans: ‘Wat de lezers niet weten van Frans Snels? Dat
hij vroeger nog Weerter kampioen sjoelbakken is ge-
weest…’
‘Geen idee hoe het zal voelen als straks het licht gaat
doven na die laatste Boonte Aovundj……maar de kans
op een gezwollen strot is zeker niet denkbeeldig…’
Jan Strick
22