op weg naar
door Mathilde Dominikowski
Terwijl u dit leest, liggen de hoofdpersonen
uit dit verhaal waarschijnlijk op een hagelwit
strand aan een azuurblauwe zee. Ruim ne-
genduizend kilometer verwijderd van Weert
bij een temperatuur van rond de dertig gra-
den. Josje en Eddy Tromp (beiden 61) kochten
een one way ticket en laadden hun hebben
en houden in een grote verhuiscontainer. Op
Aeropuerto Internacional Reina Beatrix Oran-
jestad-Aruba werden ze verwelkomd door hun
dochters Yvette en Vivian.
Zeventien dagen op de boot
Vóór ze vertrokken, wilden we wel even weten hoe het
zat. “Heb je even”, vraagt Eddy. En hij vergezelt die
vraag van een aanstekelijke lach. Binnen een paar mi-
nuten laat de breedgeschouderde Eddy weten dat hij
afstamt van de Arawak Indianen op Aruba. Om het te
onderstrepen, en te bewijzen, trekt hij een broekspijp
Verdriet vergeten
Hoe het lot kan spelen met een mens wordt weer eens
duidelijk als Eddy met vrienden terecht komt in Roer-
mond waar wel honkbal wordt gespeeld. In die con-
treien komt hij Josje uit Maasniel tegen. Het duo wordt
verliefd op elkaar. “Zo was het toch, hè dushi?” vraagt
Eddy liefdevol om bevestiging bij Josje. “Ja, zo was
het”, lacht Josje. “Ik moest nog eindexamen doen van
de MMS. Toen ik m’n diploma op zak had, vond ik het
moment rijp om Eddy aan mijn ouders voor te stellen.
Ja, dat waren nog wel andere tijden. We zijn ook of-
cieel verloofd en op 29 december 1972 zijn we voor
de wet getrouwd. Dat was gunstig voor de belasting en
in juli 1973 zijn we voor de kerk getrouwd. Pas vanaf
dat moment waren we een echt paar. Ik hoor het mijn
moeder nog zeggen: voor de wet is niet voor het bed! ”
In 1974 wordt hun zoontje Orlando geboren en in 1979
dochter Yvette. Als Yvette vijf maanden is, komt Or-
lando bij een ongeluk om het leven. Het gesprek valt
even stil … Eddy: “Je wereld stort in. Het mooiste in je
leven, wordt van je afgenomen.”
op en laat zijn onbehaarde been zien. “Dat kan toch
echt niet”, lacht Josje, “al na tien minuten je ontblote
been laten zien aan een vreemde vrouw.” De toon is
gezet! Maar laten we bij het begin beginnen.
Eddy herinnert het zich als de dag van gisteren. “Op
een goeie dag in 1968 zei mijn moeder: ‘we gaan naar
Nederland’. Voor mijn broertje Johnny en ik het besef-
ten, zat onze moeder in het vliegtuig en wij zeventien
dagen op de boot. We gingen naar een tante in Sit-
tard.” Eddy vertelt dat het allemaal nogal overrompe-
lend was. Op Aruba zat hij in het laatste jaar van de
LTS en was hij net gescout als honkbaltalent. “In Sit-
tard wist geen mens wat honkbal was.”
Eddy’s moeder was verpleegster en was al eerder in
Nederland geweest. Zij zag voor haar jongens een be-
tere toekomst in Nederland dan op Aruba. Het waren in
Nederland de jaren van de wederopbouw. Eddy herin-
nert zich hoe de melkboer, de kolenboer en de groen-
teboer hun waren met paard en kar kwamen brengen.
Er moest hard gewerkt worden. Eddy maakte de LTS af
en vervulde zijn dienstplicht.
13
Hagelwitte stranden en
een azuurblauwe zee