Page 26 - april2012

This is a SEO version of april2012. Click here to view full version

« Previous Page Table of Contents Next Page »
even bijpraten
26
Voor luie moeders?
‘We hebben ook heel wat keren moeten uitleggen dat
een peuterspeelzaal echt méér was dan een handig op-
pasadres’, verzucht Marijke. ‘Dat het niet was voor luie
moeders of om moeders de kans te geven om te gaan
werken. Baantjes van twee keer twee uur per week waren
er toen ook niet. Het idee erachter was compleet anders.
Als je alleen al bedenkt dat een gezin maar één of twee
kinderen telde en de woningen veel kleiner waren dan
voorheen. Wie in een at woonde had soms niet eens
een balkon. Met andere kinderen buiten spelen was te
gevaarlijk vanwege het verkeer. Op de peuterspeelzaal
konden kinderen naar hartenlust buiten spelen. Er was
rollend speelmateriaal, zand, water en een veilige om-
geving. Maar vooral waren er andere kinderen om mee
te spelen.’ Coby vult aan: ‘Je kunt je nu nauwelijks meer
voorstellen hoe het toen was. Tegenwoordig is het zo
gewoon dat kinderen naar een vorm van kinderopvang
gaan omdat beide ouders werken. Kinderdagverblijven,
peuterspeelzalen en alle andere vormen. Het zijn als het
ware vanzelfsprekende voorzieningen geworden.’
De nanciering is wel altijd een soort van zorgenkind ge-
weest. In het archief zit een nancieel verslag uit 1973.
Daarin wordt gewag gemaakt van een subsidieaanvraag
en contacten met de burgemeester en diverse raadsle-
den. Helaas, aldus het verslag, blijft een gunstig resul-
taat nog uit. Men verzoekt de ouders om te lobbyen bij
de raadsleden. ‘Zo veel mogelijk informatie verstrekken’
heette dat toen.
Marijke herinnert zich dat ze ooit, aan de hand van lan-
delijke cijfers, een keurige opstelling op papier had ge-
maakt en daarin parallellen en vergelijkingen met Weert
maakte. ‘Kennelijk heeft dat grote indruk gemaakt. We
kregen de gevraagde subsidie!’
Aanstekelijk enthousiasme
’t Holletje aan de Bernhardlaan in Weert was een van de
eerste peuterspeelzalen in de regio. Hierdoor heeft deze
ook altijd een voortrekkersrol vervuld bij allerlei initiatie-
ven. Coby: ‘We waren de eerste halve dag opvangvoor-
ziening. Bestuursleden en vrijwilligers staken letterlijk
de handen uit de mouwen om het gebouw geschikt te
maken voor die toevoeging. Dat was de voorloper naar
wat later het hele scala aan voorzieningen werd.’ Wie
vandaag gaat kijken in een opvangvoorziening die voort-
gekomen is uit ‘t Holletje kan nauwelijks geloven dat ooit
de opbrengst van een heuse kledingbeurs, met veel uren
vrijwilligerswerk, nodig was om een nieuwe bolderkar of
een echte jne deurmat aan te schaffen …
Voor zowel Marijke als Coby zijn het toch juist díe dingen
die de herinnering aan hoe het ooit allemaal begon zo rijk
en waardevol maken. Marijke: ‘Het enthousiasme van
mensen om er mee bezig te zijn, werkte zo aansteke-
lijk op iedereen. We deden alles. We volgden niet alleen
cursussen om onze deskundigheid te bevorderen, we
naaiden de gordijnen zelf, wasten thuis de handdoeken
en repareerden het speelgoed. Niets was te veel. Je kon
het zo gek niet bedenken, we pakten het aan.
Met de professionalisering deed ook de zakelijkheid zijn
intrede. Regelgeving en protocollen voeren de boven-
toon. Het zal wel niet anders meer kunnen.‘
Het zou een aardig idee zijn om eens na te gaan hoe het
de peuters van het eerste uur is vergaan. Zij zijn ruime
veertigers nu. Welke ‘schade’ hebben ze opgelopen door
al dat geklieder met verf en het buiten de lijntjes kleu-
ren. Of is het toch goed gekomen? Wie een mooi verhaal
heeft mag zich melden!
Mathilde Dominikowski
Pioniers van ‘t Holletje kijken terug. V.l.n.r. Rita Grichnik, Marijke Melis, Coby Roothans en José Janssen.
Na 40 jaar verlieten de laatste peuters onlangs Palmenhof aan de Bernhardlaan.