achtergrond opde voorgrond
merkte dat hij een deel van zijn lading verloren had en
terugkeerde. Hij zwieptehet beestweer op zijnwagen,
onderwijl de Weertenaren toevoegend: “Gij domme
Weertenaren, weet gewis, dat dit hedenwasenen vis.”
Dat zinnetje is afkomstig uit een serie prentjes waarin
de legende van de Rogstaekers in woord en beeld is
vastgelegd. Er zijn trouwens veel meer “kunstuitingen”
met deze legende als hoofdmotief. “Want”, aldus Van
Cauteren, “onderzoekheeftgeleerddatde legendeeen
lange beeldtraditie heeft.” De oudst bekende versie is
een prent met het adres van C.J. Visscher uit Amster-
dam, 1550 tot 1612. Exemplaren van deze prent van
38 bij 51 centimeter worden bewaard in Leiden en het
Rijksprentenkabinet te Amsterdam. Het merkwaardige
is dat in de reeks plaatsnamen die op de prent wor-
den genoemd nogal wat verschrijvingen voorkomen.
Zoals “Heet”, “Leent”, “Buel” en “Maijhert”, waarmee
bedoeld zijn Heeze, Leende, Budel en Maarheeze.
Van Cauteren: “Waarschijnlijk heeft de Amsterdamse
graveur zich gebaseerd op een oudere voorstelling of
heeft hij een oudere afgesleten plaat moeten bijwer-
ken. Maar aangezien hij geen kennis had van de juiste
topogra e heeft hij een en ander nogal verrommeld.”
Even opvallend is het feit dat deze prent in het begin
van de zeventiende eeuw in olieverf op paneel is om-
gezet, maar dat de plaatsnamen in deze jongere ver-
sie correct zijn weergegeven. “De tekstschrijver was
duidelijk goed op de hoogte van de situatie inWeert”,
concludeert de Weerter conservator. Het bewuste
schilderij kwam in 1957 in bezit van het Groninger
Museum, dat het in 1989 in bruikleen heeft afgestaan
aan het gemeentemuseum van Weert. Het is enkele
jaren geleden helemaal schoongemaakt en gerestau-
reerd.
Maar er ismeer. Degemeente is ook eigenaar vannog
enkele andere, volkse, navolgingen van dit befaamde
paneel. Het betreft twee achttiende-eeuwse schil-
derijen, waarvan het eerste in het bezit was van de
baronesse De Lamberts Cortenbach uit het Belgische
Eigenbilsen. Zij schonk het in 1949 aan Weert. Van
Cauteren: “Bij dit schilderij vallen de boertige schil-
derwijze op en het feit dat de tekst eveneens geheel
verhaspeld is. De plaatsnamen zijn nauwelijks meer
herkenbaar. Het lijkt erop dat de schilder direct de
prent vanVisscher heeft nagevolgd.”Een tweedewerk
werd in 1970 aangekocht in Antwerpen, en, aldus Van
Cauteren: “Bij dit werk is de tekst goed uitgewerkt
en zijn de namen goed gespeld. Opvallend bij beide
schilderijen is het stadsgezicht opde achtergrond: het
is een gezicht op Weert, dat topogra sch juist is. De
beidewerkenmoetendus inWeert zijnontstaan.”
Er is naast de reeks schilderijen nóg een serie afbeel-
dingen met de Rogstaekerslegende als motief. Vaak
zijn de voorstellingen daarop tamelijk banaal van aard
en doen ze denken aan voorstellingen van Jeroen
Bosch enPieter Breughel. Ze zijn allemaal eind zeven-
tiende, begin achttiende eeuw vervaardigd in Amster-
dam. Voortsmagniet onvermeldblijveneenbijzondere
afbeeldingdie zich inHaarlembevindt. Het betreft een
beschilderde gevelsteen uit de zeventiende eeuwmet
een afbeelding van het rogstaekersverhaal.
Bij het bredepubliek isechter hetmeest bekenddese-
rievan twaalfboertige taferelen,die in1879 inopdracht
van de drukkers rma Smeets werd vervaardigd door
de Weerter kunstenaar Henri Schaeken. Iedere prent
werd voorzien van een bijpassende, verklarende tekst
in rijm.Menkent zewel: “Opdit biekaer gaan ikbellen,
om eenieder den strijd temellen”, “Gij eereloozebeest
die van angst zit en schijt, terwijl eenieder zichwapent
tot den strijd”, “SteekJan, steekmet betrouwen, steek
Jan, of het zal ons rouwen”. VolgensVanCauterenwas
de reeks al snel zo populair dat ze in 1897 het thema
vormde voor de eerste of ciële carnavalsoptocht, die
uit 21 nummers bestond. Het gemeentemuseum bezit
een ingekleurde tekening die naar deze prenten is ver-
vaardigd.
Rest nog te vermelden dat in Weert de rogstaekers-
legende en de rog ook buiten de carnavalstijd in ere
worden gehouden. Zo is er de befaamde rogstaekers-
operette die boekhandelaar Henri Linskens in 1929
schreef en die door de jaren heen een aantal keren is
opgevoerd. Een vergelijkingmet demusical die begin
mei tweekeer opdeMarktwordt opgevoerd, gaat ech-
ter totaal mank. Muziek en tekst van deze opvoering
zijnhedendaags, endehandeling isverplaatst naar het
Weert van het jaar 2014. En n. Gaat dat zien, gaat dat
zien!
6