WTV Magazine - page 5

Gelukkig is het een legende en hoeft het verhaal niet
te betekenen dat de inwoners van Weert in het ver-
leden geen bijzonder hoog peil van intelligentie beza-
ten. Nee, er zijnwelmeer voorbeelden van stedenwier
burgers opgezadeld zittenmet een bijnaam die, dank-
zij een oud volksverhaal, op epidemische domheid
lijkt te duiden. Neem bijvoorbeeld de Belgische stad
Mechelen. Volgens de overlevering liepende inwoners
daarvanooit te hoopomdat zebrandmeenden teont-
waren in de toren van demachtige Romboutskerk. Er
moest snel geblust worden, was het parool, en dus
gingen de stedelingen aan de slag. Gelukkig bleek de
gloed uiteindelijk niets anders te zijndandeweerspie-
gelingvandemaan. EnsindsdienwordendeMechele-
naarsspottend ´Maneblussers´genoemd. In ieder geval
tijdens dedriedolledagen.
Terug naar de Rogstaekers. Wat kanmogelijk een an-
dere oorsprong voor deze betiteling zijn geweest dan
de overbekende legende? Voor een antwoord op die
vraag leggen we ons oor te luisteren bij de 56-jarige
kunsthistoricus drs. John van Cauteren, conservator
vandegemeentelijkemusea vanWeert. VanCauteren,
in zijn vrije tijd de artistieke drijvende kracht van het
WOK Muziektheater, heeft een hele studie gemaakt
van de oorsprong van de Rogstaekerslegende en zijn
bevindingen ook op schrift gesteld. Hij wijst erop dat
in de late middeleeuwen tijdens de drie carnavalsda-
gen -die voorafgingen aan een vastentijd van veertig
dagen- mensen nog één keer de teugels lieten vieren.
“Drie dagen lang was alles wat God normaal verbo-
den had, toegestaan. Autoriteiten hadden geenmacht
meer: zemoestenhun sleutel inleverenbij de nar.
De wereld werd omgekeerd.” In die feestroes gaven
demiddeleeuwers zich volgensVanCauterenookover
aan allerlei dieronvriendelijke spelletjes. Hij noemt er
enkele: “Katknuppelen, gansrijden en rogsteken. Bij
het katknuppelen werd een ton opgehangen waarin
een kat was opgesloten. Met knuppels werd de ton
vervolgens kapotgeslagen. Bij het gansrijden, of gans-
trekken, hingmen een gans op aan een touw en pro-
beerde men rijdend op een paard of kar de kop er af
te trekken. Bij het rogstekenwerd geprobeerd een rog
te rakenmet een speer of ietsdergelijks. InDenBosch
zijn uit de zestiende eeuw diverse vermeldingen van
het rogstekengevonden inhet archief.”
Het is dus goedmogelijk dat dit gebruik inWeert des-
tijds in zwang was en deWeertenaren daar hun spot-
naam aan ontlenen. Maar algemeen wordt toch vast-
gehoudenaande legendedievertelt vaneenvoerman,
die enkele eeuwen geleden op zijn weg langs Weert
een grote rog van zijn kar verloor. DeWeertenaren, die
zo´n dier niet kenden, raakten in paniek en dachten
dat de duivel hen kwam bezoeken. Het halve stadje
rukte uit om het ondier te bestrijden. De pastoor met
zijn wijwaterkwast, de schutterij met geweren en zelfs
een kanon, boeren met hun landbouwwerktuigen en
burgers met alles wat aan wapens maar voorhanden
was. Het was paniek alom. Totdat de vrachtrijder be-
Door Tijs Strijbos
“Vae zeen as Rogstaekers geboeëre. Laeve de rog. Viva oeës Wieërt”, zingen de
Weertenaren inde carnavalstijdmet vooruitgestokenborst.Maar is die trotsepose
wel zo terecht?Want ishet niet zodat zehiermee tekennengevendat hun voorva-
deren oerdomme stadgenotenwaren, die nog nooit van hun leven een rog hadden
gezien. Endat diezelfde voorvaderen, toen zeer opeenkeer een vonden, geloofden
dat het debaarlijkeduivel was. Ach ja, diedommeWeertenaren toch!
5
achtergrond opde voorgrond
DeRogstaekers
Van spottende scheldnaam tot trots symbool vandeWeertenaren
1,2,3,4 6,7,8,9,10,11,12,13,14,15,...48
Powered by FlippingBook