Wat zou jij doen met… Duiven?

Duiven als hobby, wie doet dat nog? Sterft deze volkssport langzaam uit? In veel plaatsen staan woningcorporaties duiventillen niet meer toe. Ook gemeenten stellen vaak vergunningseisen. Mensen klagen nogal snel over poep op wasgoed en auto’s. Ook over geluidsoverlast omdat duivenmelkers soms een fluitje gebruiken of rammelen met een bakje voer om de duiven te lokken als ze trainingsrondjes vliegen. Zelfs het ruisen van de vleugels van een zwerm duiven wordt door sommigen als storend ervaren.

Duivenoverlast is een veelvoorkomend probleem in Nederland. Maar het zijn vooral de wilde stadsduif, de meeuw en de kauw die verantwoordelijk zijn voor overlast, onhygiënische situaties en schade aan gebouwen. Eén zo’n vogel produceert gemiddeld 14 kilo poep per jaar. Het zuur in de uitwerpselen kan onherstelbare schade veroorzaken aan onder andere voegwerk, steen, beton en verflagen. Regenpijpen, goten en afvoeren kunnen verstopt raken door de nesten en waterschade veroorzaken.

Door de klachten en verminderde interesse bij jongere generaties neemt het aantal duivenmelkers af. In deze mannenspecial willen we enkele duivenmelkers aan het woord laten over hun hobby. Over de spanning bij een wedstrijdvlucht; ‘hoe laat vallen ze op de plank’. Maar ook over de reacties van buurtbewoners.

Raymond Keulen

Raymond Keulen (47), duivenmelker Biest-Weert

Al vanaf 1985 ben ik lid van postduivenvereniging de Luchtpost Weert. Jarenlang ging ik drie keer per dag naar mijn duiven toen ze nog bij mijn ouders aan de Helmondseweg zaten. Vanaf mei 2020 woon ik op de Biest en wil ik de duiven aan huis hebben. De duivensport is een mooie maar wel een tijd- en geldrovende hobby.

Door de wet- en regelgeving was het bijzonder lastig een vergunning te krijgen voor de bouw van een duivenhok. De buurt had vernomen dat ik duiven wilde gaan houden en ik kreeg al direct opmerkingen over de ‘overlast’ die ze zouden veroorzaken. Het ging dan vooral over duivenpoep die op een auto of in het zwembad terecht kon komen. Een vliegende duif poept echt niet als ze net los zijn. Het zijn de stadsduiven en andere vogels die de meeste overlast bezorgen. Op de Helmondseweg heb ik nooit klachten van de buurt gehad. De achterburen vonden het zelfs jammer dat de duiven weggingen. Zij vonden het prachtig om de duiven te zien rondvliegen. Uiteindelijk heb ik een architect moeten inschakelen om een vergunning te krijgen maar het heeft bloed, zweet en tranen en heel veel geld gekost.

Mijn jongste dochter is afgelopen jaar ook geïnteresseerd geraakt in de duivensport en gaat mij komend jaar wat vaker meehelpen met de duiven. Hopelijk raken nog meer jongeren geïnteresseerd.

Dirk Knevel

Dirk Knevel (42), duivenmelker Ospel

Hoe mooi kan een hobby zijn? Toch geweldig dat een postduif indirect door en voor jou naar huis komt? Het is mooi om ze te zien thuiskomen en spannend of je een vroege duif hebt. De jongere generatie heeft er weinig mee, met de duivensport. En begrijpelijk, de kosten om te beginnen zijn best hoog. Meestal gaat het van ouder op kind over.

Ik heb eerder in Veenendaal postduiven gehad en kreeg nooit klachten van de buren, ook hier in Ospel niet. Het is net wat je je duiven aanleert. Bij mij is het loslaten en na het vliegen weer naar binnen. Geluidsoverlast vanwege het fluiten of met een bakje rammelen is overdreven. Mijn buren hebben nergens last van, ze vinden het zelfs leuk, en zolang je er open en eerlijk over bent is er geen probleem. Postduiven veroorzaken geen problemen of overlast, het zijn de eigenaren die daarvoor zorgen. Net als bij de overlast van honden of katten.

Mocht iemand het leuk vinden om een keer in het weekend te komen kijken als de duiven thuis moeten komen van een wedstrijd, altijd welkom!

Bert Houben

Bert Houben (74), duivenmelker Keent-Weert

In januari 1975 vroeg ik een vergunning aan voor mijn duivenhok: Afgewezen. Je mocht niet bouwen in etagebouw. Het hok kwam er toch en ik heb er verder nooit meer iets van gehoord. Al snel had ik enkele goede duiven. Mijn ‘Blauwe 765’ was een superduif: zes keer een 1e, drie keer een 2e prijs. Een echte kopvlieger. Na enkele jaren ben ik overgestapt naar de grote fond-duiven. Daar heb ik ook af en toe successen mee geboekt, maar nog nooit een eerste prijs.

Sinds kort heb ik enkele goede Marseille-vliegers, 905 km, en als je dan een 24e Nationaal haalt met een snelheid van 1140 m. per minuut dan krijg je daar een kick van. Dit is het mooie van de duivensport. Met de buren heb ik nooit problemen gehad.

Wat betreft de toekomst van onze sport: Je moet erin rollen van vader op zoon. Jammer dat er zo weinig belangstelling is voor deze mooie sport. Maar het bloeit gelukkig weer een beetje op nu ook de dochters van duivenmelkers met duiven gaan spelen. Wij hebben op de club al drie meiden die in de Ladies League meedoen. Mijn kleindochter van zeventien maanden is nu al gek op de duiven van opa, maar ze moet nog even wachten.