Dolf Geleijns: “Mijn bewijsdrang heeft me bijna de kop gekost”

Dolf Geleijns (58) was ooit een van de jongste, zo niet de jongste beëdigd makelaar van Nederland. Intussen is hij, samen met zijn vrouw Muriël, al 32 jaar directeur-eigenaar van Saelmans Makelaardij.
Hij vertelt openhartig over zijn jeugd in Nederweert, zijn eigenzinnigheid, zijn ‘wilde’ jaren op het College in Weert, zijn bewijsdrang, zijn depressieve periode en zijn idool Bruce Springsteen. Er schuilt een gedreven
ambassadeur van het Weerterland in deze zakenman. Een man ook met een groot hart en een sociale betrokkenheid ten opzichte van zowel zijn personeel als zijn klanten.

WILDE JAREN “

Ik ben geboren en getogen in Nederweert; een prima zorgeloze jeugd gehad. Wij woonden midden in het dorp, tegenover De Pinnenhof, en dicht bij ‘the places to be’ Siem, Santa en De Kleine Winst. In die kroegen heb ik later erg veel tijd doorgebracht. Al op jonge leeftijd zocht ik vriendschappen met jongens die enkele jaren ouder waren dan ik. De drang om mezelf te bewijzen zat er al vroeg in. Na de lagere school ging ik naar het College in Weert. Daar heb ik zeven jaar over de havo gedaan maar het was voor mij een fantastische tijd. Ik nam het allemaal niet al te serieus en heb daar heel wat extra strafuren uitgezeten. De eerste dag op de brugklas werd ik al binnen vijf minuten naar de conrector gestuurd! Omdat ik iets te laat het klaslokaal binnenkwam, was er nog maar één plaats vrij; naast een meisje. Maar dat was ik op de Lambertus-jongensschool in Nederweert niet gewend, dus ik weigerde. Het was toen: ‘Of je gaat daar zitten of je gaat naar de conrector.’ Het werd dat laatste en daarmee was de toon zo’n beetje gezet voor mijn carrière op het College. Niet dat ik brutaal of onhandelbaar was, ik was vooral eigenzinnig. Zo vond ik dat ik op de maandag van de kermis in Nederweert vrij moest krijgen en dat zette ik dan door tot bij de conrector. Ik had daar een bijzondere reden voor. Ik werkte namelijk ieder weekend als pompbediende bij een tankstation. Met alle fooien voor ‘ruiten wassen’ of ‘bandenspanning controleren’ was dat een lucratieve business voor mij. Op maandag gingen de vaste krachten de kermis op en ik had afgesproken hun plaats in te nemen. Uiteindelijk kreeg ik het bij de conrector voor elkaar om vrij te krijgen met als tegenprestatie dat ik tijdens de Weerter kermis, als de hele school vrij had, op maandag alle troep rondom het schoolgebouw ging opruimen. Ik was al vroeg een onderhandelaar.

Het kwam ook voor dat ik zelf ijsvrij nam. Zo vaak kwam het tenslotte niet voor dat je kon schaatsen, dus ik was overtuigd van de redelijkheid van mijn handelen. De school dacht daar anders over en mijn vader werd weer eens uitgenodigd voor een gesprek. Mijn mondeling examen Engels was ook een geval apart. Je moest daar Engelse boeken voor lezen en als ik ergens een hekel aan heb, is het boeken lezen. Die rust had ik niet en heb ik nog steeds niet. Ik was in die tijd al een groot fan van Bruce Springsteen, zowel van zijn muziek als van zijn teksten. Ik ging met mijn lerares Engels in onderhandeling en kreeg het voor mekaar om in plaats van boeken, teksten van liedjes van Springsteen te bespreken: vier songteksten voor één boek. Ik moest wel nog minstens één boek lezen. Rector Piereij himself kwam er tijdens dit experimentele examen zelfs bijzitten. Het gesprek verliep prima en aan dat ene boek kwamen we niet toe. Ik had het trouwens ook niet gelezen.

Het vele cafébezoek en ook de doordeweekse kantine-avonden bij voetbalclub Merefeldia waren misschien wel een van de oorzaken waarom ik zeven jaar over de havo deed. Een tweede reden was het in rook opgaan van mijn beroepswens. Ik was vast van plan na de havo naar de sportacademie te gaan en trainde daar, onder leiding van sportdocenten, buiten de schooltijden om nog extra voor. Door een lichte afwijking in mijn ruggengraat werd ik echter afgekeurd. En als ik niet meer weet waar ik iets voor doe is mijn motivatie meteen verdwenen.”

Hoe heb je Muriël ontmoet?

“Dat was misschien het enige voordeel van die twee extra havo-jaren; dat ik daardoor Muriël leerde kennen. Ik zag haar op school en was meteen verliefd. Enige tijd later stond ze op de Oelemarkt bij discotheek De Saloon een sigaret te roken. Ik raapte al mijn moed bij elkaar, stapte op haar af en vroeg: ‘Heb je er voor mij ook een?’ Die kreeg ik en toen was mijn tweede vraag: ‘Wil je kinderen?’ Dat verraste haar en het ijs was gebroken. We raakten in gesprek, kregen verkering en de rest is geschiedenis. In augustus waren we 35 jaar getrouwd. Ik was net 23 en Muriël 20 toen we trouwden. Haar ouders moesten nog ter goedkeuring tekenen voor het huwelijk omdat zij nog geen 21 was.”

Wanneer kwam je in rustiger vaarwater?

“Na de havo had ik geen idee wat ik wilde worden. Waarom en hoe ik op de Middelbare Detailhandel School in Eindhoven terecht kwam, weet ik eigenlijk niet meer. Misschien was het wel een advies van de vader van Muriël, Jan Saelmans, die een makelaarskantoor had en ook in verzekeringen deed. Tijdens die MDS-jaren werd ik toch wat serieuzer. Ik behaalde met goede cijfers mijn diploma en op de vrijdagavond van de diploma-uitreiking nam de directeur van de school mij apart en stelde mij voor aan de heer Schreuder, directeur van een groot assurantiekantoor. Hij had mij bij hem aanbevolen. De maandag erop startte ik als jongste medewerker bij Schreuder. Na een jaar nam Schreuder een portefeuille over van een verzekeringskantoor in Budel en hij wilde mij daar als filiaalhouder de leiding geven. Ik moest dan wel een contract met concurrentiebeding tekenen wat mij de mogelijkheid om in Weert te gaan werken zou ontnemen. Jan Saelmans bood mij toen aan bij hem als assurantiemedewerker in dienst te treden. Daar zag ik wat het makelaarsvak inhield en dat trok me enorm aan. Ik ging de deeltijdopleiding volgen en werd op mijn vijfentwintigste beëdigd als makelaartaxateur.

Dit vak is zo fascinerend; het contact met mensen, het meeleven met het vraagstuk van de klant. Het is ontzettend belangrijk wensen en mogelijkheden af te stemmen vanuit een oprechte belangstelling voor het wel en wee van de klant. Ik heb ooit een medewerker gehad die het alleen maar om de provisie ging. Die heeft het hier niet lang volgehouden.”

Je was nog heel jong en kwam als ‘vriendje van de dochter van de baas’ op kantoor bij Saelmans. Bracht je dat niet in een moeilijke positie?

“Nee dat viel wel mee. Ik ben een harde werker en als ik een doel heb, kan ik vanuit plichtsgevoel en discipline bergen werk verzetten. Ik deed mijn best om het imago van ‘schoonzoon die met zijn kont in de boter is gevallen’ te bestrijden en ieder mogelijk vooroordeel te ontkrachten. Misschien was het wel een soort Napoleonssyndroom. Ik ben klein van stuk wat bij mij altijd al een extra bewijsdrang losmaakte. Dat kan natuurlijk ook een valkuil zijn. Door prestaties respect willen afdwingen, het belangrijk vinden hoe anderen je beoordelen, het voor iedereen goed willen doen, dat kan je bij tegenslag ook aan het twijfelen brengen en tegen je gaan werken.”

DEPRESSIE

“Die bewijsdrang naar mijn klanten, naar mijn personeel, mijn vriendenclub, mijn familie is tekenend voor mijn leven. Een jaar of acht geleden, tijdens de financieel-economische crisis, heeft mij dat bijna de kop gekost. Van de ene op de andere dag werd er nauwelijks nog een huis verkocht. We moesten steeds verder interen op eigen kapitaal om de salarissen uit te kunnen betalen. Wij hebben hier een geweldig team van medewerkers en ik kon niet met de gedachte leven dat ik mogelijk mensen moest gaan ontslaan. Tijdelijke contracten werden niet verlengd maar dan zocht ik zelf nog mee om een andere baan voor hem of haar te vinden. Ik werd met wanhopige zakelijke klanten geconfronteerd die mijn hulp inriepen. Als ik dan pas om elf uur ’s avonds thuiskwam en het bed opzocht rees de vraag die me vaak wakker hield ‘Wie helpt mij? De song ‘Trapped’ van mijn Boss maalde dan door mijn hoofd. Het werd vechten tegen de bierkaai en ik kreeg volgens deskundigen een driedubbele burn-out maar kon dat niet laten blijken aan de concurrentie, mijn personeel en cliënten die mijn hulp inriepen.

Met hulp van een arbeidsdeskundige en psychologen ben ik er weer bovenop gekomen maar dat heeft bijna twee jaar geduurd zonder dat de buitenwereld er iets van meekreeg. Tegen het advies van de specialisten in bleef ik werken, vaak tot honderd uur in de week. Achteraf gezien was dit spelen met vuur maar het bleek het waard, voor mezelf en voor iedereen om me heen. In die tijd had ik ontzettend veel steun aan Muriël en aan mijn twee zonen Bart-Jan en Bram. Bij hen kon ik terecht met mijn zorgen, angsten en twijfels. Zowel Bart-Jan als later ook Bram stapte in het bedrijf. Samen vormen wij een sterk team. Ik ben er bijzonder trots op dat zij als derde generatie in dit familiebedrijf zich zo professioneel en succesvol hebben ontwikkeld.”

vlnr: Bart-Jan, Muriël, Dolf en Bram

Wat heb je van die donkere periode geleerd?

“Dat je je niet te druk moet maken over zaken waar je toch geen invloed op hebt. En dat je op tijd hulp moet zoeken, vooruit blijven kijken en niet terugkijken. Zorg dat je fysiek fit blijft, ga sporten en blijf goed slapen en ga meteen nieuwe strategische keuzes maken. Nu werk ik al jaren weer zes tot zeven dagen in de week met super veel plezier, mede ook door onze oprechte ‘Saelmans leeft met U mee’-filosofie.”

Waar haal jij je ontspanning uit?

“Ik sport iedere morgen. In onze fitnessruimte staat een crosstrainer, een loopband en een hometrainer en na de lunch en het avondeten neem ik een powernap. Regelmatig zoek ik samen met Muriël de rust van de Oostenrijkse bergen op maar de meeste ontspanning haal ik momenteel uit mijn eerste kleinzoon BenJa (2,5). Op maandagochtenden ben ik oppas-opa. Terwijl normaal gesproken de telefoon aan mijn handen gekleefd lijkt, want het werk gaat 24/7 door, gaat dat ding op maandagmorgen uit. De tijd die ik met BenJa doorbreng is echt een verrijking van mijn leven. En het volgende kleinkind, nu van onze jongste zoon Bram, komt eraan!”

Vier generaties Geleijns

Bruce Springsteen speelt toch ook een belangrijke rol in jouw leven?

“Heel zeker! Toen ik bij ‘De Kleine Winst’ het album Born To Run hoorde was het of de bliksem bij mij insloeg. Vanaf dat moment was ik verkocht. Darkness on the edge of Town, Tunnel of Love, Wrecking Ball noem maar op. Ik kreeg het idee dat hij in hetzelfde tempo met mij meeleefde. In de tijd dat ik het echt moeilijk had ging ik voor de rust en de sfeer iedere zondag naar de hoogmis in de Martinuskerk. Vaak zat ik er al ruim voor aanvang van de dienst. Maar in plaats van de bijbel had ik een boekje met de inspirerende songteksten van Springsteen bij me. Zeker 25 liveconcerten van hem heb ik bezocht. Barcelona, Dublin, Florence, München of Parijs, waar hij ook optreedt, ik probeer ernaartoe te gaan.”

Je bent een van de initiatiefnemers van ‘De Fietsende Ondernemers’, een charitatief initiatief waarmee ieder jaar een behoorlijk bedrag bij elkaar gefietst wordt voor een goed doel. Hoe is dit tot stand gekomen?

“Toen ik werd uitgenodigd voor de opening van De Regenboog, een woongroep voor meervoudig gehandicapte jongeren aan de Maastrichtstraat in Weert, raakte ik in gesprek met ouders van bewoners en werd ik getroffen door de ernst van de situatie en de impact die het had op de levens van gezinnen. Ik vond dat ik iets moest doen. Met wat rondbellen in mijn netwerk, samen met mede-initiatiefnemer Peter Keijzer, kwam na enig overleg het idee om een sponsorfietstocht naar bedevaartsoord Banneux in België te organiseren. Van de opbrengst konden we een hydraulische duofiets aanbieden waarop een rolstoel kon worden bevestigd. De groep fietsende ondernemers heeft zo’n 25 leden en vierde dit jaar het 15-jarig jubileum wat door gemeente Weert gewaardeerd werd met een waardevolle oorkonde. In de loop van de jaren hebben we ruim € 150.000, — bij elkaar gefietst en tientallen goede doelen kunnen sponsoren.”

Laten we dan toch de makelaar Dolf Geleijns maar even het woord geven over ‘promotie van Weert’.

“Daar kan ik heel duidelijk over zijn. Het is hier prachtig wonen in het groen, in de rust en veiligheid van een kleinschalige stad met toch veel voorzieningen en recreatieve mogelijkheden in de omgeving. Weert is niet alleen Poort naar Limburg maar ook Poort naar Brabant. We zitten hier op 15 minuten rijden van het grootste outlet center van Europa en op 15 minuten rijden van de slimste regio van de wereld: Brainport Eindhoven. Samen met Muriël stond ik er tien jaar lang op de Excellent Wonen & Leven Beurs. Ook ben ik al vijftien jaar lid van de PSV Business Club. Recent hebben we een avond georganiseerd voor de expats van een groot internationaal opererend bedrijf. Het bedrijf heeft vervolgens vijftien studio’s geclaimd in het oude Rabobankgebouw en het UWV-gebouw hier in Weert.

Het Samenwerkingsverband Midden-Limburg moeten we niet loslaten, maar ons wel nog meer op Eindhoven richten. Het Weerterland, Weert en Nederweert samen, met zijn make-tech industrie heeft enorme groeipotentie, zowel voor wonen als werken.”